Wat een week ... CD
Ken Hensley - Blood on the Highway (2007)
Hij heeft het overleefd ...
... overmatig drugsgebruik, ruzie binnen Uriah Heep, een min of meer gedwongen vertrek, het grote zwarte gat en het langzaam maar zeker wegdruipen van de met bloed en tranen verdiende pecunia. Gelukkig maar want dat stelt hem in de gelegenheid zijn levensverhaal ('The Ken Hensley Story') in tekst en muziek te verbeelden. Op een album dat is getooid in een schitterende, op Heeps' 'Look at Yourself' gebaseerde, klaphoes. Te horen valt stevige rock van de bovenste plank, beklijvende refreinen en thema's, zijn karakteristieke hammondgeluid - al had dat wat prominenter gemogen - en prima zang van o.a. Glenn Hughes, Jorn Lande, Hensley zelf en zijn oude maatje John Lawton. Veel referenties aan het Heepgeluid van de acht albums uit het gouden David Byron-tijdperk. Een aanrader voor de liefhebber van melodieuze hard-rock met een progressief randje. JoJo (wat een week 30)
Wat een week ... CD
Sleepytime Gorilla Museum - In Glorious Times (2007)
Je voelt je geen moment op je gemak ...
... luisterend naar SGM uit Oakland met hun weirde, eclectische en door breaks en syncopen gedomineerde muziek. Ze sleuren de luisteraar er met de haren bij: luisteren zul je! En dan heb je ook wat. 'Power' en 'drive', refererend aan het beste van Zappa, het niets-is-wat-het-lijkt idioom van Faith No More, de geordende chaos van de latere King Crimson en heel soms de onverwachte 'moves' van Gentle Giant. Op traditionele en zelf gemaakte instrumenten zoals The Electric Pancreas, The Vatican en niet te vergeten de Autoharp en de Viking Rowboat. Ik geloof niet dat SGM erg van mensen houdt: 'No Humans Allowed'. Anti-humanisten zijn het. Daar hebben wij mensen het dan ook zelf naar gemaakt .... Laat u overdon- deren door deze bizarre complexiteit, laat het bezinken en wordt wellicht een beter mens. JoJo (wat een week 29).
Wat een week ... CD
Uriah Heep - Demons and Wizards (1972)
Als 14-jarig jochie zat ik aan de radio gekluisterd ...
... toen voor het eerst 'Easy Livin'' werd gedraaid. Vervolgens in trance met mijn spaarcentjes naar de platenwinkel gefietst en 'Demons and Wizards' gekocht. Uriah Heep zou enkele jaren mijn favoriete band blijven. Van- waar toch die sympathie bij progrockliefhebbers voor een groep, die toch vooral als hardrockband bekend staat?
Misschien hierdoor: Ken Hensley had geen synthesizers nodig om een breed toetsentapijt neer te leggen; door de meerstemmige samenzang was het koor van de mellotron helemaal niet nodig; Roger Dean wilde best tijd en moeite steken in het maken van een prachtige hoes en nummers als 'Circle of Hands' en 'The Spell' hebben symfonisch getinte thema's met gitarist Mick Box in de hoofdrol.
Na de dood van zanger David Byron ben ik Heep uit het oor verloren, maar 'Demons and Wizards' klinkt na dertig jaar nog als een klok.
Peter Swart (wat een week 29)
Dream Theater – Systematic Chaos (2007)
Label: Roadrunner Records
Bandsite: www.dreamtheater.net
Duur: 78:46
Reviewer: JoJo
Waardering: (max. aantal JoJo’s)
De doorgeschoten metal van ‘Train of Thoughts’ en de symfokitsch van ‘Octavarium’ hadden mij danig vervreemd van Dream Theater. De band die ik jaren eerder in mijn hart had gesloten met ‘Metropolis' en het naar verwachting tijdloze meesterwerk ‘Six Degrees of Inner Turbulence’ waarop men de juiste koers te pakken had. Ergernis had zich van mij meester gemaakt over dit nadien stuurloze theatergezelschap. Des te indrukwek- kender is het dat zij hun typerende rode draad geheel hervonden hebben op ‘Systematic Chaos’; een draad geweven uit een combi van ouderwetse hard rock, progressieve complexiteit, technische topsport, onderbuik rakende ritmes en af en toe symfonische arrangementen. Dat laatste is dan ook de enige winst die behaald is uit de miskleun die ‘Octavarium’ heet. ‘Systematic Chaos’ is door dat samenstel van elementen zonder twijfel een meesterwerk geworden.
Toch begin ik met een minpunt of liever gezegd een constatering die ook voor vele andere albums van Dream Theater geldt: de band schrijft vooral riffs en ritmes en schrijft doorgaans géén melodieën. Dat is op zichzelf niet erg - al mis ik het af en toe wel - want een ritme kan ook behoorlijk aankomen en blijven hangen, gelijk een melodielijn. Maar toch ... ‘Dark Eternal Night’ is daar op dit werkstuk een lichtend voorbeeld van. De track stuitert alle kanten op, een pakkend refrein is nergens te vinden maar het ritme en de riffs die Petrucci en Myung spelen bepalen het geluid, imponeren en maken de track per saldo tot een meer dan uitstekend geheel.
Overigens schiet men uit de startblokken met ‘In the Presence of Enemies Part 1’ met welk tweede deel de niet begrepen orde van de chaos afsluit. Briljante vijfentwintig minuten waar de band teruggrijpt naar favoriet ‘Six Degrees of Inner Turbulence’. De technische hoogstandjes zijn niet van de lucht waarbij vooral LaBrie, Portnoy en Petrucci de show stelen. Ik las gelukkig in de 'Slagwerkkrant' (94) dat Portnoy 'accelerators' gebruikt en wel de ‘DW 5000 Accelerator’ pedalen. Dat riep ik al jaren en dat kon ook niet anders. Zo snel kan een mensenvoet nooit zijn. Het nummer blinkt echter voornamelijk uit door vernuftige compositorische gelaagdheid en de prima balans tussen instrumentale en vocale gedeelten. Portnoy zegt in een interview (iO Pages 74) dat hij eigen composities meenam naar de studio maar dat hij die in de achterzak liet toen hij de eerste fundamenten van ‘In the Presence of Enemies’ had ervaren. Dat kan ik mij levendig voorstellen.
‘Forsaken’ vormt de uitzondering op de regel dat Dream Theater geen melodielijn componeert. Ze kunnen het blijkbaar wel want deze toegan- kelijke track – hoe relatief is het woord 'toegankelijk' bij deze band – heeft een refrein om mee te schreeuwen. ‘Constant Motion’ bevat progmetal van de bovenste plank à la ‘Train of Thought’ maar dan kwalitatief vele niveaus hoger.
‘Repentance’ is een vreemde eend in de bijt en had zo van een Porcupine Tree album kunnen zijn geript. Het is een rustig en mooi nummer, met een kabbelend en repeterend thema op keys en gitaar, dat echter een minuut of drie à vier te lang duurt. Bovendien bevat het allerlei gemurmel van onder anderen Steve Vai, Joe Satriani, Steven Wilson en de niet te vermijden relipopper Neal Morse - kan die man nou niet eens weg - waarin men spijt betuigt over iets wat men in het persoonlijk leven geflikt heeft. ‘Spijt betuigen’ daar kan ik niks mee en is te vergelijken met biechten in de katholieke kerk. Een soort psychologische ‘window dressing’. Spijt betuigen is ‘leeg’ door alleen maar te zeggen dat het je spijt. Je anders gedragen in toekomstige situaties, daar gaat het om. Maar los van die spijtoptanten is deze track prima.
De schrik slaat mij om het hart bij aanvang van ‘Prophets of War’ waar een discoritme de dans bepaalt, maar gelukkig herpakt men zich snel in dit door James LaBrie geschreven protestlied. Zal ongetwijfeld door het Bush-regime - kan die man nou niet eens weg - in de ban worden gedaan maar de track staat als een niet-gebombardeerd huis. Het album wordt zoals gezegd afgesloten met ‘In the Presence of Enemies Part 2', wat voorafgegaan wordt door een kwartiertje ultieme progressieve rock in ‘The Ministry of Lost Souls’ waarin LaBrie vocaal excelleert en alles wat Dream Theater aan kwaliteiten bezit langskomt.
Op ‘Systematic Chaos’ laat Dream Theater horen een van de beste zo niet de beste progressieve rockband, althans in het hardere segment, van deze tijd te zijn. Een album dat een ijkpunt in de prog zal blijken te zijn. En zo’n ijkpunt hadden ze in 2002 ook al gemaakt …. JoJo (07-2007)
Bezetting:
James LaBrie - vocals
Mike Portnoy - drums, percussion, vocals
John Petrucci - guitar, vocals
John Myung - bass
Jordan Rudess - keyboards and continuum
Discografie:
When Dream And Day Unite (1989)
Images And Words (1992)
Live At The Marquee (1993)
Awake (1994)
A Change Of Seasons (1995)
Falling To Infinity (1997)
Once In A Livetime (1998)
Scenes From A Memory Metropolis Part II (1999)
Live Scenes From New York (2001)
Six Degrees of Inner Turbulence (2002)
Train Of Thought (2003)
Live at Budokan (2004)
Octavarium (2005)
Score (Live) (2006)
Systematic Chaos (2007)
Wat een week ... CD
Gordon Giltrap - Perilous Journey (1977)
Een vreemde eend ...
... in de symfobijt van de laat zeventiger jaren. Giltrap kwam uit de folk- scene, kon uitstekend overweg met de akoestische gitaar en lanceerde enkele instrumentale albums die aansloegen bij liefhebbers van de sym- fonische rock. 'Perilous Journey' was daarvan het meest succesvol en 'Heartsong' werd zelfs een hit in Engeland en is jarenlang door de BBC op tv gebruikt als achtergrondmuziek bij een Holiday-programma.
Dit kunt u verwachten: scherp gespeelde akoestische gitaren; de hoofd- melodie op synthesizer; bij de steviger nummers een geïnspireerde ritme- sectie en bij de rustiger nummers een klein orkest. De benadering doet soms denken aan Mike Oldfield: sfeervolle en pittige instrumentals met symfonische- en folkinvloeden. Tot op de dag van vandaag is Giltrap actief met nieuwe albums, optredens, doceren en het uitgeven van gitaarboeken. Peter Swart (wat een week 28)
Wat een week ... CD
Anton Roolaart - Dreamer (2007)
Een sprong in het diepe ...
... want min of meer ‘in the blind’ kocht ik ‘Dreamer‘ van Anton Roolaart, een Nederlander die zich op jonge leeftijd met zijn ouders in Amerika vestigde. Hij heeft de aandacht weten te trekken van relatief bekende namen in de prog zoals o.a. Rave Tesar op keys (Renaissance, Annie Haslam) en Rich Berends op drums (Mastermind). Roolaart is een singer/songwriter die zich - de vergelijking met Steve Thorne lijkt hier, ook muzikaal, gewettigd - beweegt in de progrock. Ik was zelfs na een aantal luisterbeurten echter nog niet geheel overtuigd. Ik vond de zang van Roolaart niet altijd ‘matchen’ met de muziek. Hij kiest nogal eens een van de muziek afwijkend metrum in zijn zang. Maar na verloop van tijd valt ook dat wel op zijn plaats, temidden van prachtige akkoorden en symfonische arrangementen op keyboards en gitaar. Uitschieters zijn 'Near or Far’, ‘On to the AFTERglow’ (hoe kan het ook anders …) en ‘Scary Monsters’. Een lekkere progressieve zomerplaat …. JoJo (wat een week 28)

Volume Three: Genesis – Firth of Fifth (1973)
Je zult maar een wonderschone gitaarmelodie schrijven, enkele jaren later uit de band stappen en vervolgens moeten toezien hoe jouw vervanger op de bühne de melodie gebruikt als startpunt voor een eigen interpretatie … Gitarist Daryl Stuermer had bij mij volledig afgedaan, nadat hij tijdens de ‘And Then There Were Three’- tour van Genesis de bewuste sublieme partij van Steve Hackett niet volledig gerespecteerd had.
In het mei/juni-nummer van iO Pages spreekt Freek Wolff met Stuermer in het kader van het Genesis-optreden in Nederland. Daryl vertelt daarin ondermeer over het spelen van ‘Firth of Fifth’: “Als ik bijvoorbeeld de solo van ‘Firth Of Fifth’ speel, begin ik zeker met een paar noten die Steve speelde, want het lijkt wel of dat zo geschreven is. In het midden kan ik dan variëren, maar dan kom ik toch terug op zijn melodie. Zo voelt dat goed en dat is prachtig om te doen.” Aardige woorden en Daryl maakt in het hele interview best een sympathieke indruk, maar “…een paar noten…” en “…in het midden kan ik variëren…” Grrr….
‘Firth Of Fifth’, het derde nummer van het album ‘Selling England By The Pound’, is ruim drie minuten onderweg als Peter Gabriel op dwarsfluit, begeleid door de piano van Tony Banks, de instrumentale inleiding inzet, die zal uitmonden in misschien wel de mooiste gitaarmelodie uit de symfonische rockgeschiedenis. De toonaard is allang niet meer dezelfde als die waarmee het nummer begon. Op mijlpaalmoment 5.43 laat Steve Hackett een fis zweven, die het begin vormt van zijn ‘finest moment’:
Na de laatste noot, een heldere, vibratieloze fis van maar liefst elf kwarttellen lang, volgt de kern van de partij, al enigszins bekend voorkomend dankzij Gabriels dwarsfluit:
Let u vooral ook eens op de rol die Michael Rutherford speelt. Tijdens de eerste ronde van het hoofdthema begeleidt hij Steve met een stuwende basgitaar, tijdens de tweede keer met een heldere gitaartokkel en dramatische Tauruspedals. Na een tussenfase volgt een reprise, waarin het dit keer Phil Collins is die de begeleiding nieuwe impulsen geeft met verrassende drumfills.De instrumentale passage ebt weg, waarna Gabriel het nummer met magistrale zinnen als “Now as the river dissolves in sea, so Neptune has claimed another soul" tot een indrukwekkend slot brengt, de aandachtige luisteraar ademloos achterlatend. Peter Swart
Wat een week ... CD
Wicked Minds - Live at Burg Herzberg Festival 2006
Ongeëvenaarde power ...
... laat deze Italiaanse band horen. Dat lukt hen in de studio, zoals het recente en uitstekende album 'Witchflower' aantoont (Wat een week CD 2006-44) maar in nog heviger mate live. Qua power doet Wicked Minds mij denken aan Big Elf maar men is zeker geraakt door Brian Auger - dat komt natuurlijk ook door het veelvuldig gebruik van de Hammond waarop Paolo 'Apollo' Negri een ware meester is - en vooral Uriah Heep. De geweldige zang van J.C. refereert aan Heep's David Byron. Strakke, stevige composities met een duidelijke melodielijn worden live uitgespon- nen met lange, kwalitatief hoogstaande solo's op orgel en keys en heerlijk overstuurde gitaarpartijen van Lucio Calegaria. De zowel krachtige, solide als creatieve ritmesectie van Garilli en Goncarotti maakt de drive die Wicked Minds uitstraalt compleet. Wat een spelplezier, wat een band. JoJo (wat een week 27)
Wat een week ... CD
Marillion - B' Sides Themselves (1988)
Grendel is een mythologisch watermonster ...
... het is tevens de titel van Marillion's epic uit de beginjaren. De slotminuten ervan vertonen een opvallende gelijkenis met 'Apocalyps in 9/8' uit 'Supper's Ready' van Genesis, een stuk dat ook IQ tot voorbeeld was (zie week-cd 2007-24).
'B' Sides Themselves' bevat nummers van ep's en singles uit de tijd van Fish, die de officiële elpees niet gehaald hadden. Marillion's minste songs zijn het zeker niet: het grootse 'Grendel' is al genoemd, 'Market Square Heroes' was een track die iedere fan uit het hoofd kon meezingen en ook de andere nummers passen moeiteloos binnen de stijl van de eerste albums. Peter Swart (wat een week 27)
Orne – The Conjuration by the Fire (2006)
Label: Black Widow Records
Bandsite: www.orne.rules.it
Duur: 48:26
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s)
Orne komt uit de omgeving van Turku in Finland en is een sideproject dat geworden is tot een heuse band van gitarist Kimi Kärki, die onder de naam Peter Vicar tevens deel uitmaakt van de ‘doommetal-band’ Reverend Bizarre. ‘Orne’ is een fictieve persoon in H. P. Lovecraft's (1890-1937) ‘The Case of Charles Dexter Ward’. Toeval of niet maar dat is een boek dat ik in de jaren zeventig ooit wilde lezen voor mijn boekenlijst op het Atheneum en dat om duistere redenen door mijn lerares Engels werd afgekeurd. Om al even duistere redenen is de naam van de band een aantal jaren terug omgedoopt van ‘Mesmer’ tot ‘Orne’ en sinds de release van dit album inmiddels tot ‘The Orne’. Om aan te geven dat er maar één Orne is? Of bekt het beter?
‘The Conjuration by the Fire’ is Orne’s debuut, al timmert de band al vele jaren aan de weg. Er is op geen enkele wijze sprake van ‘doommetal’ op dit album al zit het schreeuwen van zanger Witchfinder in ‘Lighthouse’ tegen ‘grungen’ aan. Ik ervaar de muziek veel meer als een relatief rustige Van der Graaf Generator met her en der wat restantjes King Crimson vroege stijl, gelardeerd met folky akkoorden en thema’s. En ik moet zeggen dat het album mij goed bevalt. Melodieus, zinneprikkelend, af en toe wat heavier passages en opvallend zijn vooral de prachtige klanken en akkoorden van de sopraansax en dwarsfluit van Jussi Lisko. Die kan er wat van en weet het geheel een speciale sfeer te geven.
Zowel muzikaal als tekstueel speelt het album zich grotendeels in sombere contreien af. Niet zo gek als bekend is dat Kimi Karki met name geïnteresseerd is in horror, het occulte, geschiedenis, oorlog, religie en macht, zonder dat hij blijft hangen in ‘doomdenken’. “Fire is the element of power, it consumes but also create, it is always restless, always hungry. Hail victory, hail ever-burning Rosicrucian lamps and watchtowers of the elements. Amen!”. Dat zegt genoeg.
‘A Beginning’, ‘Anton’ en ‘Opening the Watchtower’ springen er wat mij betreft uit door hun doordachte en pakkende melodielijnen en ingenieuze opbouw. Albert Witchfinder heeft een prima stem die refereert aan Peter Hammill. Al loopt hij kans, door zijn dictie en zijn uitgesproken wijze van zingen, dat veel hetzelfde gaat klinken. Ook de tracks vertrekken en eindigen grotendeels in eenzelfde midtempo. Aangezien dit album mijn eerste kennismaking is met band en zanger doet het probleem van uitwisselbaarheid zich nu nog niet in die mate voor. Maar bij eventuele vervolgalbums ….
Orne heeft met het in een mooi boekje getooide ‘The Conjuration by the Fire’ een niet-revolutionair maar goed en aangenaam progressief werk afgeleverd dat zeker naar meer smaakt. Iets meer afwisseling in de toekomst en de teller zal met gemak naar vier uitstekende JoJo’s door-slaan. JoJo (07-2007)
Bezetting:
Antti Fredriksson - bass guitar
Kimi Kärki - guitars, chorus
Pirkka Leino - organ, Rhodes piano
Jussi Lisko - soprano saxophone, flute
J.Lovely a.k.a. Void - drums, percussion
Pekka Pitkälä - lead guitars
Albert Witchfinder - vocals, recitation, cries, incantations, chorus
Discografie:
The Conjuration by the Fire (2006)
Wat een week ... CD
UK - UK (1978)
Een bijzonder tussenstation ...
... dat helaas veel te kort geduurd heeft. Vanuit verschillende richtingen aangewaaid en binnen twee jaar weer uitgevlogen, maar in die korte periode heeft UK onuitwisbare indrukken achtergelaten bij fans van progressive rock. Bill Bruford, John Wetton, Eddie Jobson en Allan Holdsworth vormden de oorspronkelijke bezetting. Bill en Allan hielden het na het eerste album reeds voor gezien en maakten 'One of a Kind' (zie Week CD's 2006-48). Holdsworth werd zelfs niet eens vervangen, maar met Terry Bozzio op drums leverde UK een prachtig tweede studio-album af: 'Danger Money'.
Mijn voorkeur gaat uit naar het debuut. Mede door het persoonlijke gitaarspel van Holdsworth is het veelzijdiger van klankkleur en het herbergt meer variatie aan stijlen. Een beter geslaagde combinatie van symfo- en jazzrock zal moeilijk te vinden zijn. Peter Swart (wat een week 26)