Volume Five: Camel – The Snow Goose (1975)


Toen ik in de laat zeventiger jaren kennis maakte met ‘The Lord of the Rings’ van Tolkien, lag ‘The Snow Goose’ op de draaitafel aardig grijs te worden. Op de één of andere manier paste de muziek voor mij wonderwel bij de magie van de verhalen. Het is dan ook een uitzonderlijk beeldend werk, dit derde album van Camel. Niet gebaseerd op Tolkien, daarvan waren eerder op ‘Mirage’ sporen te vinden, maar geïnspireerd door de gelijknamige roman van Paul Gallico. Menig scholier uit die tijd had het op de boekenlijst Engels staan. Het was immers een lekker dun boekje. Gallico daarentegen was helemaal niet zo gelukkig met de aandacht van Camel voor zijn verhaal. Als anti-roker wilde hij aanvankelijk niets met de band te maken hebben.

‘The Snow Goose’ is een bron van heerlijke thema’s en melodieën, uitgevoerd door gitaar, toets- en blaasinstrumenten. Al snel klinkt ‘Rhayader’, vertolkt door dwarsfluit, begeleid door piano. Na een aarzelend begin wordt het tempo opgevoerd (tot 1 kwartnoot = 132):



De ritmesectie voegt zich bij de twee akoestische instrumenten, waardoor een vlot bandnummer ontstaat, dat Camel meestal opnam in de live-setlist.
Stevig toetsen- en gitaarwerk leiden de luisteraar naar een prachtig rust- punt: ‘Sanctuary’. Een heldere elektrische gitaar boven een getokkelde klassieke (1 kwartnoot = 88):



Moet te doen zijn voor de serieuze amateur. Daar kun je mooie sier mee maken in de muziekzaak als je een instrument of versterker uittest.

Camel heeft ‘The Snow Goose’ in oktober 1975, kun je nagaan hoe snel het album zijn weg vond, in The Royal Albert Hall te Londen uitgevoerd met The London Symphony Orchestra. Wat zal 'Friendship’ er prachtig geklonken hebben: een in triolen spelende fagot, die eerst de hobo bege- leidt en vervolgens de klarinet. Hun melodie is de volgende (1 kwartnoot = 92):


In de volgende minuut wordt het thema van alle kanten door de blazers omspeeld. En dat op een popalbum.
Ach, er staat nog zoveel meer moois op ‘The Snow Goose’. Heerlijke symfonische rock, die ook bij liefhebbers van klassieke muziek in de smaak zal vallen. Peter Swart (11-2007)


Dit artikel is ook gepubliceerd in Tijdschrift iO Pages nr 77 van 8 december 2007

Wat een week ... CD

Anthony Phillips - Tarka the Otter (1988)

Bij een bezoek aan Anthony Phillips ...

... in een grijs verleden kregen Peter van der Laan (toenmalig frontman van 'The Neosinfonia Association') en ik van Phillips een democassette mee. Het bevatte een romantisch orkestwerk vol dramatiek, waar Anthony al geruime tijd mee bezig was. Pas jaren later verscheen het als Movement III 'The Hunt' op het album 'Tarka the Otter', muziek geïnspireerd door het gelijknamige dierenboek van Henry Williamson.
'Tarka' is een project van Anthony Phillips en Harry Williamson, zoon van de schrijver. Het begon in de zeventiger jaren als muziek voor de verfilming van het boek, maar werd niet gebruikt. Het werk raakte in de vergetelheid, tot het herontdekt werd als geschikte filmmuziek, maar de betreffende film kwam er nooit. Wel verscheen het album in de winkels.
Denk aan de combinatie van pastorale orkestmuziek, verweven met impressionistisch akoestisch gitaarwerk, passend bij de landelijke sfeer van heuvels, bossen en beekjes. Het land waarin Tarka opgroeit en de dood vindt tijdens een feestelijke Engelse jachtpartij ('The Hunt'). Eén deel van 'Tarka' werd wél gebruikt voor video, namelijk het slotdeel 'The Anthem'. Het begeleidde de tv-reportage van de redding van een walvis uit noordelijk pakijs. Maar eigenlijk heeft deze mooie muziek helemaal geen beelden nodig. Peter Swart (wat een week 47)

Wat een week ... CD

School of the Arts - School of the Arts (2007)

Van de kracht van de Dixie Dregs ...

... naar de akoestische subtiliteit van jazz en jazz-rock. Dat is de switch die T Lavitz (keys, piano) maakt met zijn project School of the Arts. Een project dat verder bestaat uit de grootheden Frank Gambale (gitaar), Dave Weckl (drums) en John Pattituci (bass), aangevuld met Steve Morse (gitaar) en de geweldige violist Jerry Goodman. Een illuster gezelschap dat prachtige muziek ten gehore brengt: warme klanken met veel melodie en virtuoos samenspel gebaseerd op de akkoordenschema's van de min of meer traditionele jazz. Bovendien horen we in de up-tempo nummers, waarin niet geheel toevallig Goodman mee violiert, redelijk overzichtelijke dus niet te complexe jazz-rock, zoals in 'No Time Flat' en het excellen- te 'Dinosaur Dance'. Klik en luister maar eens naar wat songsamples. Een heerlijke plaat met een vrolijk stemmende hoes. JoJo (wat een week 47)

Glass Hammer - Culture of Ascent (2007)

Label: Arion Records
Bandsite:
www.glasshammer.com
Duur: 69:11
Reviewer: Arjan Bom
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Glass Hammer heb ik altijd een interessante band gevonden. Ik ken (met uitzondering van 'The Middle Earth Album') alle albums van de groep vanaf 'Chronometree' uit 2000 en dat zijn stuk voor stuk uitstekende platen. Ik heb diep respect voor de technische en compositorische kwaliteiten van de twee dragende persoonlijkheden van de band, de multi-instrumentalisten Fred Schendel en Steve Babb. En ook al zijn deze mannen overduidelijk door Yes en ELP beïnvloed (regelmatig lijkt het alsof Steve Howe, Rick Wakeman, Keith Emerson en/of Chris Squire een prominente gastrol op een cd hadden), de muziek had genoeg eigen smoel en kwaliteit om te blijven boeien.

Meer problemen heb ik altijd gehad met de mannelijke lead vocals. Brad Marler en Walter Moore vind ik bepaald geen hoogvliegers, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de laatste het op 'The Inconsolable Secret' heel behoorlijk heeft gedaan. Ik vind het trouwens ook de beste plaat van de groep tot op dat moment, hoewel halverwege de tweede cd 'The Lady' de spanning wel wat wegebt. Maar er staat heel veel sterke symfo tegenover. De verwachtingen voor het nieuwste album waren al met al hooggespannen.
Het eerste wat opvalt is dat de line-up weer eens gewijzigd is. Walter Moore is van het toneel verdwenen. Hij wordt vervangen door Carl Groves (Salem Hill) terwijl David Walliman als extra gitarist aan boord is gehaald. Carl Groves heeft de uitstraling van Ben Cramer of Piet Veerman, maar hij blijkt een aanwinst voor de band. Ik vind hem de beste zanger die Glass Hammer tot nu toe heeft gehad. Bovendien is Susie Bogdanovicz nog steeds van de partij en krijgt het gezelschap op enkele tracks vocale ondersteuning van Jon Anderson.
Dat gebeurt bijvoorbeeld op de opener van 'Culture of Ascent', het Yes-nummer 'South Side of the Sky'. Maar ja, covers, ik heb het er niet zo op ... Ik heb 'Longer' (Dan Fogelberg) op Shadowlands bijvoorbeeld altijd een enorme miskleun gevonden. En hoewel het deze keer niet zo erg is, slaagt men er in de verste verte niet in om het origineel van 'Fragile' te doen vergeten. Ik betrap me er zelfs inmiddels op dat ik deze song vaak maar oversla en direct begin met het tweede nummer, 'Sun Song'. Dat is aanvankelijk trouwens ook even schrikken. Deze track begint namelijk een beetje zeikerig, maar na een paar minuten gaat de kwaliteit gelukkig wel fors omhoog tijdens een instrumentaal gedeelte. Maar al met al is de start van het album nog niet overtuigend.
Maar dan tapt de band uit een ander vaatje. Eerst is er dan 'Life by Light'. Een prachtig, ingetogen stuk van een slordige zeven en een halve minuut. Daarna volgen twee epics waarin Glass Hammer alles uit de kast haalt. Geweldige composities en technisch vakmanschap zonder dat het emotieloos wordt. De dames van The Adonia String Trio geven de sound af en toe zelfs een vleugje Kansas mee. Heel fraai allemaal. Mij verveelt het geen seconde en voor je het weet zijn 'Ember without a Name' (16.33) en 'Into Thin Air' (19.14) al weer afgelopen. Met het wat minder spannende, maar beslist niet slechte 'Rest' wordt het album 'Culture of Ascent' rustig afgesloten.

Al met al weer een prima schijf van deze Yanks, maar ik blijf wachten op het ultieme, perfecte Glass Hammer album. Arjan Bom (11-2007)

Bezetting:
Steve Babb - bass guitar, pipe organ, Taurus pedals, the free note, assorted percussion, mellotron, piano, harp, loops and programming, Mini-Moog, backing vocals
Fred Schendel - nord electro 2, nord lead 2, piano, Bela D Media D-synth, organs, electric piano, mellotron, additional synths, loops and programming, acoustic guitar, string arrangements, backing vocals
David Walliman - guitars
Carl Groves - lead and backing vocals
Matt Mendians - drums
Susie Bogdanovicz - lead and backing vocals
Jon Anderson - vocalizations

The Adonia String Trio:
Rebecca James - violin
Susan Whitacre - viola
Rachel Beckham - cello

Discografie:
Journey of the Dunadan (1993)
Perelandra (1995)
Live and Revived (1997)
On to Evermore (1998)
Chronometree (2000)
The Middle Earth Album (2001)
Lex Rex (2002)
Shadowlands (2004)
Live at Nearfest (2004)
The Inconsolable Secret (2005)
Culture of Ascent (2007)

Wat een week ... CD

Godspeed You Black Emperor! - F# A# oo (1998)

Eigenzinnig, ultiem progressief ...

... mysterieus, moraliserend, intrigerend. Dat zijn de sleutelwoorden die bij mij opkomen denkend aan de Canadese band Godspeed You Black Emperor! Het album 'F# A# oo' is een re-issue van de LP die in 1997 uitkwam, met wat kleine veranderingen en extra tracks. Oorspronkelijk opgenomen in een hotelkamer op een gehuurde 16-sporen tape deck, later geremasterd. Een geweldig sferisch album met gesproken teksten die de rillingen bezorgen, zoals in favoriet 'The Dead Flag Blues': een statement, een aanklacht tegen de macht en machinaties van politici: "We're trapped in the valley of this horrible machine". Het is in ieder geval uitermate beeldende muziek die zich prima leent voor films. Dat gebeurt dan ook. Niet in de laatste plaats door de band zelf want hun liveoptredens schijnen een multimediaal spektakel te zijn. Dit was hun eerste groepsalbum. Daarna volgden er nog meer waarvan ´Yanqui U.X.O´ (zie WeekCD) het laatste wapenfeit was, alweer uit 2002. Graag nieuw werk mensen, ik kijk ernaar uit. JoJo (wat een week 46)

Wat een week ... CD

Emerson, Lake & Palmer - Brain Salad Surgery (1973)

Wat was de lp-hoes prachtig ...

... door het originele gebruik van het fascinerende schilderij van H.R. Giger. De beslissing om Giger te benaderen was fenomenaal. Mede dank- zij de kunstenaar is de sciencefiction-film 'Alien' nog steeds alom geliefd. In Giger's werk komen brute kracht en kwetsbaarheid, machinerie en menselijke huid samen en dat past natuurlijk perfect bij de muziek van ELP. De woeste techniek van 'Toccata' aan de ene, de breekbaarheid van 'Still ... you turn me on' aan de andere kant. En in het magnum opus 'Karn Evil 9' komt dit alles op schitterende wijze bijeen. De band zou in uiterlijk vertoon nog verder groeien, maar had in creatief opzicht met 'Brain Salad Surgery' zijn top bereikt. Peter Swart (wat een week 46)

Solstice – Silent Dance (1984)

Label: Festival Music/Bertus
Bandsite: http://www.solsticewebsite.com/
Duur: 48:42 + 41:58
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

De reden dat ik dit album bijna 25 na dato toch heb aangeschaft is niet zozeer gelegen in het feit dat het een heruitgave en remaster betreft. De aanleiding is veel eerder dat de band Solstice volledig aan mij voorbij is gegaan in al die jaren en dat ik, als ik sommige kritieken moet geloven, daarmee een mijlpaal uit de proghistorie zou hebben gemist. Van de loftuitingen die ik her en der lees begrijp ik echter niets. Daar zijn, luisterend naar het toenmalige debuut van Solstice ‘Silent Dance’, de volgende argumenten voor te geven.
Ten eerste klinkt het geheel uitermate gedateerd en knullig. Hoewel er sprake is van een prima gitarist in de persoon van Andy Glass en de verdienstelijke violist Marc Elton, speelt de ritmesectie wel erg basaal en simpel en lijken de breaks van drummer Martin Wright niet altijd op zijn plaats en soms net uit de pas te lopen met zijn collega's. Ik vind het overkomen als een schoolbandje dat zich na vele optredens op bruiloften en partijen zonder enige vorm van zelfkritiek goed genoeg vindt om een plaatje op te nemen.
Ten tweede is de zang van zangeres Sandy Leigh hemeltergend slecht. Als een abominabele imitatie van Annie Haslam en zelfs Jon Anderson, toont zij aan een volkomen verkeerd gebruik van haar stem uitstekend onder de knie te hebben. Onvaste tonen, uithalen die net te lang duren, verkeerde ademhaling, je zou het er benauwd van krijgen en dat gebeurde mij dan ook herhaaldelijk. "Ademhalen" dacht ik dan, "anders loopt het verkeerd met je af Sandy".
Ten derde de composities. De combinatie van folk en progressieve rock mag ik graag horen. Het geeft een bepaald soort romantiek die ik al eerder beschreef in de review van het meest recente album van Ritual (zie review). Solstice maakt die combinatie best verdienstelijk maar de kwaliteit van het gebodene komt toch zelden boven de middelmaat uit. Slechts in 'Earthsong' en 'Sunrise' hoor ik iets wat de toets der kritiek ook na zoveel jaar kan doorstaan.
Deze re-release bevat om het nog erger te maken een tweede schijf met opnames die dateren uit sessies in de studio dan wel slecht verwarmde oefenruimtes en opnames die al eens op cassette zijn uitgegeven. Alsof ze een topband zijn, zijn de leden van Solstice de rijke archieven ingedoken om de fans te plezieren. Gezien mijn eerdere woorden over het studio-album kunnen deze oefeningen en probeersels alleen maar slecht en overbodig zijn. En dat zijn ze dan ook. Je kan alles wel willen uitgeven. Wat een onzinnige exercitie.
Liefhebber van prog- en symfo zijn is tegenwoordig meedoen aan een soort ‘rat race’. Hoewel door de stortvloed aan releases en re-releases streven naar volledigheid sowieso onmogelijk is, proef ik bij mijzelf die ongemakkelijke ambitie echter wel. Zo’n beetje het gevoel dat ik vroeger weleens had als frequent cafébezoeker dat ik, ondanks dat ik geen zin had, toch maar naar de stad moest gaan want ik mocht eens iets missen. Het is die emotie waar platenmaatschappijen natuurlijk op inspelen, wetend dat de verstokte symfo- en progfan toch wel naar de winkel loopt of internet afstruint om dit vergeten of moeilijk te vinden puzzelstukje te bemachtigen. Ik ga daar selectiever in worden. Niet alles wat vroeger gemaakt is, is goed en waard om te worden heruitgegeven. Deze heruitgave van 'Silent Dance' van Solstice heeft mij dat eens temeer aangetoond. Om in termen van W.F. Hermans te spreken: Nooit meer Draaien. JoJo (11-2007)


Bezetting:
Andy Glass - guitar, backing vocals
Marc Elton - violins, backing vocals, keyboards
Mark Hawkins - bass, bass pedal
Martin Wright - drums, percussion
Sandy Leigh - lead vocals

Discografie:

Silent Dance (1984)
New Life (1993)
Circles (1996)
The Cropredy Set (2002)

Wat een week ... CD

The Flower Kings - The Sum Of No Evil (2007)

Pas na meerdere luisterbeurten ...

... hoor je de korte thema's uit de eerste minuut uitgewerkter terug in de rest van het openingsnummer. Muziek die moet rijpen dus, vaak geen slecht teken. De nieuwste van The Flower Kings is goed: knap gespeel- de, gevarieerde en complex gecomponeerde muziekstukken. Positieve boodschappen over de kracht van 'Love', verpakt in symfonische progrock en een mooie flowerpower-hoes. Toch ook twijfels: de zangmelodieën vind ik weinig overtuigend, soms denk ik "maak die melodie nou eens lekker af" en er is bij mij nog geen gevoelige snaar geraakt. Maar misschien heeft het album gewoon nog wat extra luisterbeurten nodig. Peter Swart (wat een week 45)

Wat een week ... CD

Starcastle - Song of Times (2007)

Ja, ze bestaan nog c.q. weer ...

... deze epigonen van Yes. Werd Starcastle in de jaren 70 met o.a. hun sterke albums 'Fountains of Light' (1977) en 'Citadel' (1977) vergeleken met deze progdino, de invloed van Anderson c.s. waart nog immer rond. Bruce Botts en Gary Strater beroeren nog steeds resp. de gitaren en de bas. Helaas is Strater inmiddels overleden aan een slopende ziekte. Tijdens de opnames was hij al ziek maar nog wel in staat zijn partijen in te spelen. Het album is terecht aan hem opgedragen.
Starcastle heeft met 'Song of Times' een uitstekende comeback gemaakt. Sterke melodielijnen, prima leadzang van Jon Anderson ... eh sorry Al Lewis en mooie samenzang, dat curieuze samenspel tussen drums en gitaar zoals we dat ook van Yes kennen en die typische vintage keys. Starcastle schurkt op dit album zo her en der wel aan tegen de AOR maar het wordt nergens gemakkelijk en glad. Uitschieter vormt het aansteke- lijke 'Babylon'. Een track die er vreemd genoeg tweemaal op staat, alsof de band de kracht van dit nummer wil benadrukken. 'Song of Times': niet schokkend, lekker wegdraaiend, kortom een geslaagde terugkeer.

JoJo (wat een week 45)

Abigail's Ghost - Selling Insincerity (2007)

Label: Aesperus Music
Bandsite: www.abigailsghost.com
Duur: 56:30
Reviewer: JoJo
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Steven Wilson werd moe door steeds maar weer Porcupine Tree verge- leken te zien worden met Pink Floyd. Wellicht dat de leden van Abigail's Ghost uit de Verenigde Staten het vermoeiend vinden als evenknie van Porcupine Tree te worden gezien. Dat is dan jammer want daar kun je als recensent toch niet om heen. De opbouw van de composities, de afwis- seling tussen metalachtige passages en romantische, melodische songelementen, de sfeer, de manier van zingen en zelfs de wijze van gitaarspelen zitten akelig in de buurt van het grote voorbeeld. Zelfs de hoes en de gekozen typografie zou van Steven Wilson's band kunnen zijn. Opvallend genoeg noemen de bandleden op hun overigens rommelige site niet of nauwelijks deze invloed, terwijl veel andere bands wel worden genoemd. Toch ademt alles de 'porcupine-sfeer'. Is dat erg? Op den duur wel. Maar voor dit album, waarmee de band zich voor het eerst presenteert, kan ik het accepteren. Die acceptatie komt vooral voort uit de speltech- nisch hoge kwaliteit van de heren en de uitzonderlijk knappe songs op dit debuutalbum.
'Selling Insincerity' is in zijn ruwe vorm tot stand gekomen via een twee jaar durende lange-afstands-correspondentie tussen Wilson (Kenneth ... geen familie ... dat zou 'the limit' zijn) en Theriot, later aangevuld met Brett Guillory.Vervolgens waren de geesten blijkbaar zo rijp dat het album in een week kon worden opgenomen in de Axi-studio in New Orleans. Een ware topprestatie als je het resultaat hoort want de produktie staat als een huis. Zo ook de tracks. Na een kort en bescheiden klinkend intro barst de band los in 'Close', op zichzelf een uitstekend nummer maar daar vind ik de Porcupine Tree invloed doorslaan. In de daaropvolgende tracks is deze invloed iets beter gedoseerd. Vooral 'Sellout' vormt een uitschieter door het aanstekelijke refrein.
Hoewel het debuut geen zwakke onderdelen kent, vind ik het tweede deel van het album verreweg het beste. Vanaf track 7 is het, ik kan niet anders zeggen, excellent. Dat tweede deel bestaat o.a. uit 'Monochrome', een briljant en onheilspellend geheel met een pakkend ritme en melodielijn en kippenvel gevende gitaarpartijen en -solo's van Theriot en vooral LeBoeuf. Hier doet Abigail's Ghost lichtjes de jas van Porcupine Tree uit en laat vaker een eigen en veelbelovend gezicht zien: donker, surreëel, melo- dieus, confronterend. En de eigen ramen gaan volledig open in 'Windows' met een heerlijk meezingthema en een sferische begeleiding. 'Cerulean Blue' is weer typisch Porcupine Tree ten tijde van 'Signify' en 'Coma Divine' met zo'n vervormde stem van Theriot, een trucje dat die andere Wilson ook regelmatig uithaalde en een vervreemdend effect geeft. Ook de invloed van het grungen is hier te horen. Afsluiter 'Mother May I?' - prachtige titel overigens - is een stevig nummer met weer van die sferische intermezzi en ... is eigenlijk gewoon Porcupine Tree. Het is echter in alle naden en voegen hoge kwaliteit en dat vergoedt natuurlijk veel.
Abigail's Ghost is zonder meer een grote aanwinst voor de progscene. De band bezit zoveel technische en compositorische competenties, dat moet haast wel goed aflopen. Als in het vervolg het eigen gezicht dat op 'Selling Insincerity' zo her en der doorschemert wat vaker wordt getoond en Porcupine Tree dus wat op de achtergrond raakt, dan ligt er een gouden toekomst in het verschiet voor deze Amerikanen. Porcupine Tree wordt, na een imposante ontwikkeling te hebben doorgemaakt, immers ook nauwelijks meer vergeleken met Pink Floyd. JoJo (11-2007)

Bekijk de rubriek ProgVideo voor een albumpromo (right frame).

Bezetting:
Brett Guillory - keyboards, background vocals
John Rodrigue - drums, percussion
Kenneth Wilson - bass, background vocals
Randy LeBoeuf - rhythm guitars
Joshua Theriot - lead vocals, guitars

Discografie:
Seeping (EP) (2007)
Cerulean Blue (EP) (2007)
Selling Insincerity (2007)

Wat een week ... CD

Supersister - Iskander (1973)

Je belandt direct in oosterse sferen ...

... door de tenorsax van Charley Mariano, die het album opent. Vervolgens ontrolt zich een bijzonder interessant muzikaal werkstuk, geïnspireerd door het leven van Alexander de Grote. Diens streven naar vermenging van de Westerse en Oosterse cultuur weet Supersister knap te verwerken, vooral door de toevoeging van genoemde Mariano aan de kern, hier gevormd door Robert Jan Stips, Ron van Eck en Herman van Boeijen. Gevarieerd melodieus en ritmisch, sfeervol en vol tempowisselingen en jazz-rockelementen. Hier geen plaats voor de gebruikelijke Supersister-frivoliteiten. 'Iskander' blijft overal een serieus project, waarbij de band zich meer dan voorheen op de internationale markt richtte. Jammer dat de groep dit pad weer snel losliet, want het contrast met de opvolger 'Spiral Staircase' (waarop Sacha van Geest zijn invloed weer deed gelden) kan niet groter zijn. Het is eigenlijk schandalig dat er van zo'n monumentaal album van vaderlandse bodem geen fatsoenlijke remaster bestaat.

Peter Swart (wat een week 44)

Wat een week ... CD

Oceansize - Frames (2007)

Er is sprake van een generatiekloof ...

... als gitarist Steve Durose van Oceansize in de laatste iO Pages (nr 76) stelt dat je bij prog al gauw moet denken aan "de jaren zeventig, met dwergen, tovenaars, eindeloze keyboardsolo's en dat soort nonsens". En daar voelt hij zich niet verwant aan. Ach jongen, het verstand komt met de jaren. Durose schetst met die kortzichtige uitspraak niet alleen een eenzijdig beeld van die periode maar vergeet bovendien dat een uitstekend album als 'Frames' nooit had kunnen worden gemaakt zonder die 'nonsens' uit de jaren zeventig. Ik zou het hem kwalijk moeten nemen maar ach, hij weet niet beter.
Desondanks weet Oceansize hier zeer te overtuigen met wat lichte invloeden van King Crimson (toegegeven: de jaren 80 bezetting), Gentle Giant en Faith No More maar zeker met een eigen, stevig geluid waarin de rustiger stukken veel indrukken achterlaten van klassieke muziek. Hoewel ik de eerste drie tracks nog wat aan de rommelige kant vind - misschien wat beter laten landen door meer luisterbeurten - is het vanaf 'Savant', met 'Old Twin' en vooral met de tien minuten van 'An Old Friend of the Christies' en de even zo lange afsluiter 'The Frame' absoluut briljant te noemen. Oceansize: liever niet meer van die domme, eenzijdige uitspra- ken maar de focus richten op het maken van muziek. Dat gaat jullie name- lijk perfect af. JoJo (wat een week 44)