Wat een week ... DVD
BALLETTO DI BRONZO - Live in Rome (2008)
Geen gemakkelijke kost ...
... de muziek die de Italiaanse band Balletto di Bronzo ons voorschotelt op hun DVD 'Live in Rome'. BdiB bracht in 1972 het prachtige ook al niet zo makkelijke 'Ys' uit dat ik ergens eind jaren 70 kocht en dat pas na vaak luisteren, wegleggen en toch weer pakken op z'n plek begon te val- len. Dat overkwam mij ook met deze DVD.
BdiB wordt geleid door de androgyne Gianni Leone op keyboards. De man vindt zichzelf nogal belangrijk (volgens de info bij deze promo ge- droeg hij zich vroeger als 'guest of himself') en blijkt het des te moeilijker te vinden om zich te houden aan de nieuwe groepsafspraak als band op het podium te staan. Hij staat erbij alsof hij in een dwangbuis zit waar hij, vooral tijdens de aankondigingen, zich met graagte uitworstelt voor een verbaal intro met vele bodems.
De muziek beweegt zich in het complexe King Crimson segment met vleugjes vroege Yes en Todd Rundgren, maar bovenal toch met die typische sfeer en geluid dat Italiaanse bands nu eenmaal bezitten, vooral door de taal. Hoewel er nooit uitgebrachte songs op staan, spreken mij de bekendere tracks zoals 'Ys Primo, Secondo, Terzo Incontro' en 'Tastiere Isteriche' het meeste aan. Het geheel is gevat in een wat statische setting van het trio op het toneel.
Balletto di Bronzo had nooit en zal nooit een breed publiek bereiken. Daar is de muziek te complex voor. Voor hen die lange 'beklijfperiodes' niet erg vinden, is deze DVD echter zeker de moeite waard. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 39)
Wat een week ... CD
THE FLOWER KINGS - Retropolis (1996)
'The Flower King', zo heette het solo-debuut ...
... van de Zweedse gitarist Roine Stolt uit 1994. Het album sloeg geweldig aan bij liefhebbers van de 'oude' symfonische rock en Stolt kon verder. Om het materiaal live te kunnen brengen werd een band geformeerd en 'The Flower Kings' was geboren. Het vorig jaar verschenen 'The Sum Of No Evil' (zie WeekCD 2007-45) is tot nu toe de laatste van een indrukwek- kend aantal cd's, vol progrock met vele verwijzingen naar de hoogtijdagen van de symfo, gebracht met een moderne, gedreven en verfrissende aan- pak.
Nieuwe luisteraars, die zich voor de enorme berg muziek van The Flower Kings geplaatst zien, kan ik het album 'Retropolis' van harte aanbevelen. Het stamt uit de beginjaren van de band, maar de kracht van de productie en het gemak waarmee de muzikanten elkaar vinden in de complexe, maar toch ook voldoende melodieuze, structuren geven het gevoel naar een ervaren en perfect ingespeelde combinatie te luisteren.
Veel retro-invloeden (de titel zegt het al) met prachtige gitaarsolo's van Stolt en sterk toetsenwerk van Tomas Bodin. Retro, maar dan aangevuld met gedurfde inventieve vondsten (gewoon alle thema's in 'Flora Majora' in 5/4-maat, terwijl niemand het door heeft).
Veel verschil in stijl is er eigenlijk niet te bespeuren tussen deze topper uit de beginperiode en het laatste product, ware het niet dat 'Retropolis' bij mijzelf vaker een gevoelige snaar weet te raken. Peter Swart (wat een week 39)
DFA - 4th (2008)
Label: Moonjune Records
Bandsite: dutyfreearea.it/ & myspace.com/dutyfreearea
Duur: 64:31
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Moonjune Records is een muzieklabel dat gevestigd is in New York en geleid wordt door producer, promotor en tourmanager Leonardo Pavkovic. Het label richt zich, zo interpreteer ik de missie van de organisatie zelf, vooral op het uitbrengen van aan Soft Machine maar ook Canterbury gereletateerde progressieve- en jazzrock. De naam duidt dat ook al aan, als verwijzing naar de 1970-track 'The Moon in June' van The Soft Machine. Pavkovic trekt de missie echter breder "Its focus is to release interna- tionally-situated music by artists exploring the expanding boundaries of genuine, challenging, non-over-produced music that cannot be easily categorized into any specific format". Een prijzenswaardig streven dat inmiddels een interessante catalogus heeft opgeleverd.
De Italiaanse band DFA (Duty Free Area) maakt sinds kort ook deel uit van deze stal en 'debuteert' bij Moonjune met '4th', een titel die al net zo creatief is als de eerste zeven Soft Machine titels. Muziek die niet in een specifiek 'format' past, is nu niet direct een gedachte die bij mij opkomt als ik naar '4th' luister. Voor Moonjune bands als Mahogany Frog en The Wrong Object - waarover de komende weken meer - geldt dat zeker wel met hun experimentele kantjes. Maar voor de overigens sterke en prachtige jazz-rock van DFA niet, welke zich overduidelijk beweegt in het idioom van Hatfield and the North en National Health en dat mag toch wel een speci- fiek 'format' worden genoemd.
Dit album bestaat uit tracks met een basis die puntig en melodieus is en waar overheen lustig en technisch knap wordt gesoleerd en wellicht zelfs geimproviseerd. Het zijn bij uitstek de uitzonderlijke elektrische piano- en orgelsolo's van Alberto Bonomi en de gitaarsolo's van Silvio Minella die de sound domineren, gesteund door de vaardige ritmesectie van De Grandis en Baldassari. Dit leidt tot een vierde album dat uitnodigt tot luisteren, de aandacht vasthoudt en dat na iedere track en solo nieuwsgierig maakt naar wat er nog gaat komen. En dat is een kwaliteit want het overkomt mij regelmatig bij prog- en jazz-rock releases dat ik het een hele zit vind en het dus ook niet uitzit.
Ook de gastbijdragen op cello van Zoltan Szabo en viool en viola van Maria Vicentini moeten worden genoemd omdat zij de achttien minuten van 'Mosoq Runa' en de zes van 'La ballata de s'isposa 'e Mannorri' een prachtige, warme sfeer geven die je zelden tegenkomt in het jazz-rock segment. Mijn persoonlijke favoriet is 'The Mirror' dat een ijzersterk thema en melodie en een mooie tekst heeft en een uitvoering krijgt die je in tien minuten meeneemt naar alle uithoeken van het jazzrock landschap. En dat geldt voor de meeste tracks. In die zin onderscheidt '4th' zich ook van zijn voorgangers want op 'Lavorni in Corso' en 'Duty Free Area' vond ik de fantasie en de diversiteit te mager.
Hoewel het experiment ontbreekt en de band niet of nauwelijks buiten het door Hatfield et al gebaande 'format' treedt, heeft DFA met '4th' een meer dan uitstekend album afgeleverd dat frequent de laser zal sieren. Harry 'JoJo' de Vries (09-2008)
Bezetting:
Alberto De Grandis - drums, percussion, vocals on 5
Alberto Bonomi Hammond - A-100 organ with Leslie 760, Fender Rhodes electric piano, Steinway acoustic piano, synths, flute
Silvio Minella - electric guitars
Luca Baldassari - bass guitar
Special guests:
Andhira vocals on 6: Elena Nulchis, Cristina Lanzi, Egidiana Carta
Zoltan Szabo cello on 4 & 6
Maria Vicentini violin & viola on 4 & 6
Discografie:
Lavori in Corso (1996)
Duty Free Area (1999)
Work in Progress Live (2001)
Kaleidoscope (2007)
4th (2008)
Wat een week ... CD
FRANK VAN BOGAERT - Human (2002)
Richard Wright's overlijden ...
... leidde hier in huis niet alleen tot emoties maar ook tot veel luisteren naar Pink Floyd en naar Wright's solo-albums. Toch kreeg één album tussendoor nog een kans deze week en dat was 'Human' van de Belg Frank van Bogaert, een gerespecteerd muzikant en componist van met name elektronische muziek. Van Bogaert heeft inmiddels zeven albums op zijn naam staan.
Wat ik bij Klaus Schulze zo goed vind is zijn gevoel voor ritme dat hij verwerkt in zijn elektronische composities, niet in de laatste plaats terug te voeren op zijn 'vroegere' leven als drummer. Van Bogaert is daar ook sterk in, in het voorzien van zijn sterke melodieën en prachtige klanktapijten van een ritmische basis. Het geheel komt organisch over waardoor je als luisteraar in een soort 'flow' komt.
Deze elementen zijn goed te horen in uitschieters 'Ballet', 'Technologika' en 'Meander' waarin het intrigerende ritme de tracks bepaalt. Maar iedere compositie is raak. Ik kwam deze CD bij toeval tegen in een Rotterdamse platenbak. Maar het smaakt naar meer. Ook Van Bogaert's laatste album 'Nomads' uit 2006 schijnt erg sterk te zijn. Op zoek dan maar. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 38)
Wat een week ... CD
ASIA - Asia (1982)
Toch wel een aardige plaat ...
... achteraf bekeken. Ik behoorde tot die groep rockliefhebbers die uit principe weigerde naar Asia te luisteren, want voormannen van topgroepen uit het symfotijdperk die commercieël gingen ... dat was niets minder dan heiligschennis. Dat de heren, na de ravage die Punk en New Wave op het veld der progressieve rock hadden achtergelaten, zochten naar verfrissing en wellicht gewoon brood op de plank kon er bij ons puriteinen natuurlijk niet in.
John Wetton (o.a. UK en King Crimson), Steve Howe (Yes), Carl Palmer (ELP) en Geoffrey Downes (de perfecte schakel, want Yes en Buggles) hervonden inspiratie bij elkaar en leverden het verrassende debuutal- bum 'Asia' af. De plaat trapt af met 'Heat of the Moment', dat direct de grootste hit van de band zal worden. Het album zelf voert in de USA maar liefst negen weken de hitlijst aan en reikt in Nederland tot de zeventiende plaats.
Met pakkende bombastische songs trekt men oude rockers over de streep en is men aantrekkelijk voor een groot aantal jongeren. 'Asia' staat dan ook nog enigzins met de voeten in twee werelden: al doen de songs toegankelijk aan, de muzikale structuur en het spel is sterk en de aandacht waard.
Als men na het overrompelende debuut de commerciële kant wil uitbuiten zakt het succes weg. Na vele wisselingen en loze perioden is Asia op dit moment herenigd in de oorspronkelijke bezetting. Kan ik ze misschien toch nog eens gaan zien. Peter Swart (wat een week 38)
Anathema - Hindsight (2008)
Label: K-Scope
Bandsite: http://www.anathema.ws/
Duur: 53:08
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Een niet meer dan aardig zoethoudertje. Dat is het etiket dat ik plak op 'Hindsight' van Anathema, een tussendoortje dat bestaat uit een half-akoestische vertaling van bestaande composities en een nieuwe track ´Unchained (Tales of the Unexpected)´. Als ik andere sites en bladen moet geloven dan zit ik er met dat etiket volledig naast. Op zichzelf niet zo verwonderlijk want deze scene zwelgt in kritiekloosheid en een deel van die recensenten bekroont zowat iedere recensie met het predikaat 'uitstekend' of 'meesterwerk'. Waarmee zij de nieuwswaarde van hun site op nul (0) zetten. ProgLog AFTERglow stapt uiteraard niet in die valkuil. Wij jubelen waar nodig. Wij morren waar het moet.
'Hindsight' is dus niet meer dan 'aardig'. Hoe komt dat? De voorheen progmetalband Anathema leverde met 'A Natural Disaster' in 2003 een briljant album af. Kun je dat met een akoestische versie van een enkele track nog overtreffen? Nee, natuurlijk niet. Bovendien voegt de band te weinig toe aan de 'Hindsight'-versies van tracks van diverse albums uit de catalogus. De composities worden uitgekleed maar krijgen te weinig nieuwe kleren aangemeten. Wat resteert krijgt nog wat ondergoed aan met uitgesponnen arrangementen en overigens prachtige melancholische orkestraties maar dat is het dan ook.
Threshold deed dat op mijn persoonlijke favoriet 'Wireless, The Acoustic Sessions' uit 2004 veel beter. Zij haalden en lieten niet alleen weg maar voegden ook toe en gaven daarmee de tracks in de akoestische versie een nieuwe dimensie, een ander uiterlijk terwijl het innerlijk hoorbaar bleef. Anathema slaagt daar te weinig in.
Wat niet wegneemt dat het merendeel van de tracks aangenaam klinkt, mooi geproduceerd is en - ondanks of beter gezegd dankzij de somberheid - zich uitstekend leent voor de late avond. 'Angelina' is prachtig met Hackett-achtig en sterk gitaarspel van ik neem aan Danny Cavanagh, 'The Last Goodbye' is een tranentrekker en 'Leave No Trace' kent een spannende opbouw. Vincent Cavanagh's zangkunsten in het rustiger segment vind ik wisselend van kwaliteit. Zo zingt hij her en der te hoog voor wat zijn stem aan kan en dat bevalt mij minder.
Tenenkrommend vind ik overigens 'A Natural Disaster' waarop gastzange- res Anna Livingstone (of is het de-ook-weleens-gastzangeres Lee Douglas? Helaas, de hoes vertelt het niet.) de lead voor haar rekening neemt. Hoe goed haar stem ook is, ik vind de aankleding te popie jopie en haar manier van zingen 'over-acting' waardoor ik de emotie die zij tracht te verbeelden niet geloof.
Nee, het is een niet meer dan aardig tussendoortje en in het beste geval drie JoJo's. Het vervelende is dat een dergelijk intermezzo het wachten op een nieuw studioalbum overbodig verlengt. Harry ´JoJo´ de Vries (09-2008)
Bezetting:
Vincent Cavanagh - vocals, guitar
Daniel Cavanagh - guitar
Jamie Cavanagh - bass
Les Smith - keyboards
John Douglas - drums
Discografie:
The Crestfallen (1992, EP)
Serenades (1993)
Pentecost III (1995)
The Silent Enigma (1995)
Eternity (1996)
Alternative 4 (1998)
Judgement (1999)
Resonance (2001)
Resonance 2 (2002)
A Fine Day To Exit (2001)
A Natural Disaster (2003)
Where You There Live (2007, DVD)
Hindsight (2008)
Horizons (Verwacht 2008)
Wat een week ... CD
ALQUIN - NCWF (1975) + Live Zoetermeer (2008)
Het was weer prachtig ...
... het concert dat Alquin onlangs in de Boerderij gaf. Collega Henk Ver- meulen haakte tijdens Symforce af na een onbekend nummer, maar hij had natuurlijk gewoon moeten blijven staan. De huidige setlist bevat maar twee écht nieuwe songs, het beste van 'Blue Planet' heeft al een vaste plek in het repertoire gevonden. Voor de rest was het puur genieten van vakmanschap en spelvreugde.
De toppers van 'Nobody Can Wait Forever', Alquin's derde album uit de glorietijd, deden het deze avond erg goed. Tijdens het geweldige 'Re- volution's Eve' ontspon zich een spannend duel tussen gitarist Ferdinand Bakker en toetsenist Dick Franssen, waarbij laatstgenoemde liet zien dat het neerleggen en minutenlang vasthouden van één Hammond-akkoord een hels karwei kan zijn, waarbij het uiterste van mens en machine gevraagd wordt.
'Nobody Can Wait Forever' leverde Alquin de enige hitsingle op en we zongen het refrein van 'Wheelchair Groupie' natuurlijk allemaal mee. De dames tijdens hun toerbeurt zachtjes en bedeesd, maar toen de 'jongens' los mochten trilde de Boerderij op zijn grondvesten. 'Nobody Can Wait Forever' was ook de plaat waarop zanger Michel van Dijk zijn opwachting maakte met de legendarische woorden 'Wake me up, turn me down'. Ik heb Van Dijk enkele jaren geleden mogen aanschouwen bij het reünieconcert in Delft, en als er iemand is die opgeleefd is door Alquin's herrijzenis dan is het Michel wel.
'Nobody Can Wait Forever' heb ik tijdens de release in 1975 met gemengde gevoelens ontvangen. Een ijzersterke progrockplaat, met een meer toegankelijke aanpak dan we kenden van voorgangers 'Marks' en het magistrale 'The Mountain Queen' (zie WeekCD 2006-46). Maar ... het betekende wel het afscheid van de jonge, talentvolle drummer Paul Weststrate. Een veelbelovende carrière werd gebroken door de militaire dienstplicht. Wat vond ik dát onrechtvaardig! Job Tarenskeen verhuisde na het album naar de drumkit en heeft die plek niet meer afgestaan. En zal dat, gezien zijn enthousiasme en stuwende functie in de band, nimmer doen. Peter Swart (wat een week 37)
Wat een week ... CD
ANTIDEPRESSIVE DELIVERY - Chain of Foods (2008)
'We Will Crimson You' ...
... is de titel van een van de negen uitstekende songs op dit nieuwe album van Antidepressive Delivery. En die titel verraadt de invloed van deze Noren: King Crimson ten tijde van 'Starless' en 'Red' en ook van de 'nieuwe' generatie Crimson uit de jaren 80.
Was de vorige exercitie 'Feel, Melt, Release, Escape' uit 2004 nog aan de vermoeiende en ruige kant, 'Chain of Foods' is een stuk gecultiveerder met duidelijke melodielijnen, meer symfonische elementen en niet als laatste met her en der wat jazzy passages. Het bevalt mij zeer, het staat als een huis en het beklijft vrij snel.
Uitschieters zijn het dreigende 'Blood is Blood' en het enigszins vrije, expe- rimentele 'Nothing New'. Maar alles is kwaliteit wat de klok slaat, waarbij de keyboardklanken van Haakon-Marius Pettersen doorgaans leidend zijn. Een heerlijk album met een vermakelijke hoes. Harry 'JoJo' de Vries
(wat een week 37)
Wat een week ... CD
ANTHONY PHILLIPS & JOJI HIROTA - Wildlife (2008)
Muziek voor uw vakantiefimpjes nodig? ...
... Dan kunt u natuurlijk 'Views' van Peter Swart bestellen (met 40 instru- mentals in evenzovele minuten), of gaan voor de nieuwste van oud-Genesis gediende Anthony Phillips. Naast zijn rock-, klassieke- en elektronische repertoire heeft Phillips achtergrondmuziek geschreven voor natuurdocu- mentaires. De meest succesvolle composities zijn gebundeld op 'Wildlife' (met 45 instrumentals in 68 minuten). Het bevat werk uit de periode 1994-2003, waarvan het merendeel natuurfilms van Nick Gordon heeft onder- steund. In het begeleidende boekje verhaalt Anthony Phillips van zijn intensieve samenwerking met deze bijzondere en helaas recent overleden cineast.
Ja, u kent het genre wel: wijdse soundscapes, veel synthesizers en smaakvolle percussie. Een genre met veel kaf onder het koren. Phillips' muziek blijft goed overeind: gewoon koptelefoon op, onderuit met de ogen dicht en de beelden komen vanzelf. Overigens een klasse beter dan zijn backgroundmusic bij de zeilrace over de oceanen. Peter Swart (wat een week 36)
Wat een week ... CD
QUIET SUN - Mainstream (1975)
Kijkend naar de recente DVD van David Gilmour ...
... in wiens band Phil Manzanera speelt, dacht ik aan twee 'landmarks' in mijn muzikale landschap: het imponerende solo-album 'Diamond Head' van Manzanera uit 1975 en het album 'Mainstream' van 'zijn' band Quiet Sun uit datzelfde jaar. Het zal niet vaak meer voorkomen - in die tijd was het schering en inslag - dat twee progressieve albums tegelijkertijd in de UK Charts stonden terwijl 'Mainstream' in die tijd ook nog werd uitgeroepen tot 'Album of the Month' in de Melody Maker. Zulke makkelijke muziek is het immers niet.
In Quiet Sun werd zowel compositorisch als muzikaal de scepter ge- zwaaid door toetsenist Dave Jarrett. Manzanera speelde een relatief onder- geschikte rol als componist en gitarist. Toch werd de band vaak in een adem met Manzanera genoemd, uiteraard door zijn bekendheid als lid van Roxy Music.
De band maakte progressieve jazz-rock met invloeden van Soft Machine, Canterbury algemeen en vleugjes King Crimson. Nogal springerig en soms onrustig - zoals te doen gebruikelijk bij jazz-rock - maar hoogstaand, nog steeds verrassend en compositorisch sterk. Zo zijn 'Sol Caliente', 'Bargain Classics' en 'Rongwrong' in mijn oren briljant.
'Diamond Head' en 'Mainstream' zijn twee albums die iedere proglief- hebber in de kast moet hebben staan. Tot mijn grote verbazing kwam ik er echter achter dat 'Diamond Head' slechts op tape in de uitgebreide verzameling aanwezig is. Schande, dacht hem toch echt op CD te bezit- ten. Binnenkort aanschaffen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 36)
Fleet Foxes - Fleet Foxes (2008)
Label: Bella Union
Bandsite: http://www.myspace.com/fleetfoxes
Duur: 39:22
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Overdenkend hoe ik deze recensie het best zou kunnen vormgeven werd ik plotseling overvallen door een gevoel van wanhoop. Al luisterend wist ik het ineens niet meer. Wat zou ik in hemelsnaam over dit schitterende debuutalbum van Fleet Foxes uit Seattle moeten schrijven? Morbide omdat ik op het moment dat ik deze plaat voor het eerst hoorde volkomen in verrukking raakte door de schoonheid ervan. Uit die gemoedstoestand kwam de motivatie voort om dit album te recenseren. Ik realiseer mij echter nu pas dat elk woord te kort zal schieten om de muziek te beschrijven. Nu is elke verbale beoordeling van muziek een paardenmiddel, maar in dit geval vind ik dit wel heel erg van toepassing. Het heeft vooral te maken met het specifieke Fleet Foxes-karakter van de muziek. Dat klinkt teleologisch en bovenal erg vaag.
Laat ik, om het toch zo concreet mogelijk te maken, dan maar het andere uiterste volgen en in negatieve bewoordingen aangeven wat deze muziek kenmerkt: zij is namelijk niet-spectaculair! Bij Fleet Foxes zijn spectacu- laire gitaarsolo’s, woeste drumpartijen, doordringende zang, dominante keyboardpartijen en spannende geluidseffecten taboe. In plaats van 'spek- takel' zou ik het begrip 'beschaafde schoonheid' willen gebruiken. En geef toe: het klinkt niet erg uitdagend om iets te beschrijven wat als niet-spec- taculair imponeert. Om nu te voorkomen dat de lezer het nooit meer in zijn hoofd haalt om de Fleet Foxes te beluisteren ga ik toch een poging doen aan te geven wat dit album zo bijzonder maakt, ondanks het gebrek aan spektakel.
Het album bevat elf relatief korte songs die stuk voor stuk het predikaat 'ju- weeltje' verdienen. Zij kunnen worden omschreven met het traditionele begrip ‘lied’ want in elke compositie staan de vocalen op de voorgrond en vormt de muziek de omlijsting. De teksten zijn goed te verstaan omdat de verhouding tussen muziek en zang perfect is. Hoewel ik mij tot nu toe onvoldoende heb verdiept in de inhoud van de teksten, zal het predikaat 'be- schaafd' ongetwijfeld ook daarop van toepassing zijn. Het geraamte van elke lied bestaat telkens uit een prachtige melodielijn, zonder experimen- tele uitweidingen, die voortdurend kippenvel geeft.
De muziek is moeilijk in een genre in te delen maar vindt zijn wortels in de muziek die de ouders van de muzikanten hebben gedraaid. Ik noem het 'alternatieve folk' met duidelijke invloeden van Fairport Convention, The Moody Blues, de eerste lichting Renaissance, Crosby Stills & Nash, The Beach Boys en Pearls Before Swine. Een hedendaags broertje of zusje van Fleet Foxes zou Iron and Wine kunnen zijn.
Van imitatie is in het geheel geen sprake omdat met name de betoveren- de stem van zanger Robin Pecknold een geheel eigen geluid voortbrengt. Zijn honingzoete stem houdt het midden tussen Jim James van My Mor- ning Jacket en David Crosby. In de vocalen van de liedjes wordt regelmatig afgewisseld tussen solozang van Pecknold en prachtige harmonieën die in kwaliteit niet onder doen voor de legendarische samenzangen van Crosby, Stills & Nash. De tracks hebben verder vaak een akoestisch karakter, waarin gitaar de hoofdrol vervult en piano, keyboards, drums en basgitaar de begeleiding verzorgen. De elektrische nummers worden echter nooit oorverdovend: ook daar heerst de beschaving!
Ook de hoes verdient aandacht en bestaat uit een fragment van het schil- derij 'De Blauwe Huik' van Pieter Breughel. Ook hier komen de muzikale wortels van de muzikanten naar boven: was het immers niet de Ameri- kaanse underground groep Pears Before Swine die in de zeventiger jaren hoezen prachtig documenteerde met Hollandse meesters?
Het is mij toch gelukt om iets te schrijven over dit huiveringwekkend mooie album dat ik waardeer met vier JoJo's. Het kost mij grote moeite om er geen vijf te geven. Ik ben er echter van overtuigd dat de Fleet Foxes na dit debuut alleen maar zullen groeien en op een gegeven moment een meesterwerk zullen afleveren, waarna ik hen alsnog die verdiende vijfde ster zal overhandigen. Luisteren, luisteren en nog eens luisteren naar die plaat! (Henk Vermeulen 08-2008)
Bezetting:
Robin Pecknold -vocals, guitars
Skyler Skjelset - vocals, guitars
Nicholas Peterson - drums
Casey Wescott - keyboards. mandolin, vocals
Craig Curran - bass
Discografie:
Fleet Foxes (2008)
Sun Giant (EP, 2008)
White Winter Hymnal (7”digital, 2007)