Wat een week ... CD
OZRIC TENTACLES - Erpland (1990)
Jointdampen en vloeistofdia's ...
... tijdens de indrukwekkende en energieke liveconcerten van de Ozric Tentacles. En dan thuis nog een beetje spacecake na, weet je, te gek!! Dat is het sfeertje waarin de spacerockers Ozric Tentacles nog steeds huizen. Muziek die niet van deze wereld is; dus de luisteraar gaat van de wereld! En dan die briljante hoezen .....
Als je één album hebt dan heb je ze allemaal, wordt weleens gezegd van deze band. Tot op bepaalde hoogte en zeker bij de eerste vier, vijf albums is dat enigszins zo omdat veel nummers een opbouw langs een catchy ritme kennen waaroverheen lustig wordt gesoleerd op gitaar, synths, en fluit. Dat alles gezet in een sound die je het gevoel geeft in de ruimte te zweven. Later maakt de band met uitstekende albums als 'Spirals in Hyperspace' (2004) en 'The Floor's Too Far Away' (2006), mede tengevolge van personele wisselingen, wel degelijk een lichte verandering door in de richting van de spacey jazz-rock.
'Erpland' is één van mijn favoriete albums van de Ozrics. Het staat als een huis, de composities zijn avontuurlijk en de latere live-favoriet 'Eternal Wheel' staat erop, een geweldige track waarbij stilzitten absoluut onmoge- lijk is en ik regelmatig luchtgitaar speel, na het eten van wat spacecake welteverstaan.
Ook bij deze spacerock geldt 'go with the flow' en daar heb je niet eens geestverruimende middelen voor nodig want de muziek is al geestverrui- mend genoeg. Jemig de pemig man, weet je wel, te gek, zóóóóóóó dat is goed!!!!! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 09)
Wat een week ... CD
BO HANSSON - Magician's Hat (1973)
Wat doet Jimi Hendrix toch steeds ...
... in de verhalen over Bo Hansson? Nou, dat zit zo: de Zweedse toetsenist bleek reeds vóór zijn instrumentale symfonisch aandoende albums een bekende rockorganist en in die hoedanigheid schijnt Hendrix hem eens opgezocht te hebben, hetgeen leidde tot een jamsessie én het coveren van een door Hansson geschreven song door de meestergitarist.
In de jaren daarna werd Hansson gegrepen door het werk van Tolkien, dat hem inspireerde tot de instrumentale verbeelding 'Lord of the Rings' (zie Week-CD 2007-16). De Zweed doorbrak met het sfeervolle album, een ver- gelijking met Camel's 'The Snow Goose' ligt voor de hand, de landsgren- zen. Met ruimere middelen kreeg het succesvolle debuut een vervolg met 'Magician's Hat'. Door een professionelere productie kwam de beel- dende, melodieuze muziek beter tot zijn recht en was de inbreng van de medemuzikanten sterker.
Persoonlijk sloeg ik destijds de tweede plaat hoger aan dan het debuut. Desondanks kon Bo Hansson het succes ervan niet evenaren en met de volgende pogingen ging de kaars langzaam uit.
Na vier platen hield Hansson het dan ook teleurgesteld voor gezien, al is enkele decennia later een herwaardering op gang gekomen, treedt hij zelfs weer op met de band Dubbelorganistera en zijn de vier albums inmiddels in geremasterde uitgaven verkrijgbaar. Kan eindelijk die Hendrix-anekdote verhuizen naar de voetnoten. Peter Swart (wat een week 09)
Animal Collective - Merriweather Post Pavilion (2009)
Label: Domino/Munich
Bandsite: http://www.myanimalhome.net/
Duur: 55:06
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (max. score)
'Merriweather Post Pavilion' is het achtste album van de uit Baltimore afkomstige band Animal Collective. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt door de lovende recensies die verschenen zijn. De waarheid gebiedt te zeggen dat ik deze band niet kende. Inmiddels heb ik ook het genoegen gesmaakt van het beluisteren van het voorlaatste album 'Strawberry Jam'. Hoewel het nieuwe album een stuk toegankelijker klinkt dan zijn voorganger, is sprake van muziek die mij niet onmiddellijk pakte. Pas na vijf, zes keer beluisteren viel het kwartje. Ik ben blij dat ik heb volgehouden want het genot wordt met elke gang naar de cd-speler almaar groter. 'Het grote genieten' is begon- nen. Hoe voltrok zich dit groeiproces?
Toen ik voor het eerst opener 'In the Flowers' hoorde, wist ik werkelijk niet wat ik aan moest met deze aaneenschakeling van vocale harmonieën, verpakt in een kakafonie van electronica, psychedelische geluidseffecten en door merg en been dringende techno-beats. Ik kon niets pakkends herkennen in deze vreemd aandoende geluidsorgie en begon mij een beetje bekocht en verkeerd voorgelicht te voelen.
Maar goed, een oordeel vellen na slechts één nummer is wel erg prema- tuur dus vol goede moed wachtte ik 'My Girls' af. Al snel werd duidelijk dat hier sprake was van hetzelfde laken een pak: langzaam aanzwengelende geluidsgolven gecombineerd met electronica die als techno imponeert om na een halve minuut de (overigens prachtige) vocale harmonieën weer te laten invallen gelardeerd met vreemde 'beats'.
Een tamelijk schizoïde gevoel begon zich van mij meester te maken: ik vond het allemaal nogal monotoon klinken vanwege het ontbreken van een pakkende melodie maar werd mij er tegelijkertijd voorzichtig van bewust dat sprake was van iets bijzonders namelijk het op vreemde, en geheel origi- nele wijze combineren van zang, geluiden, electronica en ritmiek.
Tijdens 'Also Frightened' begon ik een patroon te herkennen in de tot dan toe beluisterde songs. De basis wordt telkens gelegd door prachtige vocale harmonieën die geschreven lijken te zijn voor a capella. De zang is qua klank en kwaliteit te vergelijken met Crosby Stills & Nash, Grateful Dead en The Beach Boys en wat de jongere generatie betreft met The Fleet Foxes, Yeasayer en MGMT. Animal Collective kiest in haar samen- zang echter niet voor de kaalheid van a capella maar omringt het met een decoratieve muur van bijzondere, nimmer vervelende, spannende en vreem- de geluiden, effecten en electronica welke in combinatie sterk psychede- lisch zijn en aan The Flaming Lips doen denken.
'Summertime Clothes' is het eerste nummer van het album dat warempel de structuur van een traditionele song lijkt te hebben, compleet met melo- die en refrein. Het is dan ook een van de weinige nummers van het album die onmiddellijk toegankelijk zijn. De intro van deze song lijkt overigens geleend te zijn van Pink Floyd ( 'Dogs of War') en de solozang aan het begin heeft iets weg van de stem van Syd Barrett.
Het vijfde nummer, 'Daily Routine', zet mij echter weer op het andere spoor. De inmiddels bekende patronen van met geluidsmuren omringde vo- calen zijn daar weer volop aanwezig maar anders ingevuld dan in de vorige nummers. Langzaam wordt mij duidelijk dat ik, ondanks de relatieve ontoe- gangelijkheid, met een bijzonder album van doen heb. Na dit nummer raakte ik gemotiveerd het album echt te gaan leren kennen.
Inmiddels wordt, na zo’n dertig luisterbeurten, het luistergenot almaar groter. Ook de zes overige nummers worden gekenmerkt door genoemde patronen, waarbij geldt dat 'Bluish' mijn persoonlijke favoriet is. Telkens weer bekruipt mij het gevoel dat dit ruim vijf minuten durende meesterwerk- je oneindig lang zou mogen voortduren en dat alle overige muziek overbodig is. Het is de combinatie van de sprookjesachtige geluiden, de schitterende vocalen - zowel solo als in samenzang - het kabbelende orgelspel en het vrolijke ritme dat deze compositie een optimistisch en speels karakter geeft dat ik slechts bij de oude Soft Machine met Robert Wyatt en bij hedendaagse bands als MGMT ben tegengekomen.
Kortom, 'Merriweather Post Pavilion' is een prachtig en waardevol album waarvoor enige moeite gedaan moet worden om er eeuwig van te kunnen blijven genieten; het vergt immers een bepaalde manier van luisteren. In die zin zul je erin moeten investeren. Het is net als met opvoeding: hoe meer je als ouder aan het begin van het leven van je kind investeert, hoe mooier het uiteindelijke resultaat! Henk Vermeulen (02-2009)
Bezetting:
Avey Tare
Panda Bear
Geologist
Ben Allen (engineer, mixing)
Discografie:
Spirit They’re Gone, Spirit They’ve Vanished (2000)
Dance Manatee (2001)
Hollindagain (2002)
Campfire Songs (2003)
Here Comes the Indian (2003)
Sung Tongs (2004)
Prospect Hummer (EP, 2005)
Feels (2005)
Strawberry Jam (2007)
People (EP, 2007)
Water Curses (EP, 2008)
Merriweather Post Pavillion (2009)
Wat een week ... CD
NOSOUND - Clouds (2008)
Wachten wordt soms beloond ...
... want wie nu de winkel binnenloopt voor het album 'Lightdark' van Nosound (lees de review op ProgLog AFTERglow over dit prachtige album) krijgt er gratis de bonus-cd 'Clouds' bij. Een kleine half uur extra muziek, verdeeld over vier tracks, die moeiteloos aansluiten bij de sfeer van het moederalbum.
Bij nadere bestudering blijkt het te gaan om een licht uitgebreide versie van de gelijknamige EP uit 2007, een tussendoortje om de fans voor te bereiden op de dynamischer koers van deze Italiaanse band.
"Go with the flow" schrijft collega JoJo over 'Lightdark' en dat advies gaat eens te meer op voor de muziek op 'Clouds'. Op de summiere basis (hetzij enkele akkoorden op de akoestische gitaar, hetzij een stevige rock-riff op de elektrische gitaar, hetzij een vaag synthesizertapijt) wordt minutenlang voortgeborduurd. De kalme stem van voorman Giancarlo Erra voert je mee, het aantal melodische wendingen is beperkt, maar meer dan dat lijkt ook niet nodig.
Allemaal fijn voor weifelaars zoals ik, maar ik kan me voorstellen dat kopers van het eerste uur zich belazerd zullen voelen. Peter Swart (wat een week 08)
Wat een week ... CD
RICHARD BARBIERI - Stranger Inside (2008)
Een tweeluik ...
... vormt dit nieuwe album 'Stranger Inside' van Richard Barbieri met het in 2005 verschenen 'Things Buried'. De röntgenfoto's van Carl Glover bena- drukken de samenhang qua lay-out maar ook de muziek ligt in elkaars verlengde: ambient-rock vanwege de soundscapes, synth-tapijten en zwe- verige sfeer enerzijds en de (stevige) ritmes in een aantal tracks ander- zijds. Uitsluitend weg- en dagdromen is dus niet aan de orde
Barbieri is inmiddels een oudgediende als je je bedenkt dat de man al furore maakte als toetsenman van het legendarische Japan en een tweede succesvolle carriere startte bij Porcupine Tree, waar hij nog steeds heftig mee aan de weg timmert als Stevens Wilson's secondant, die Barbieri op zijn beurt secondeert door de mastering van 'Stranger Inside'. Barbieri, op middelbare leeftijd maar stilstand is de man vreemd. Altijd innovatief be- zig, vasthoudend zoekend naar nieuwe geluiden in zijn toetsenarsenaal dan wel naar nieuwe opname- en produktietechnieken.
Het album opent indrukwekkend met het pompende en dreigende 'Cave' waar een stevig synthgeluid vakkundig aan elkaar gedrumd wordt door Porcupine's Gavin Harrison. Een heerlijke track. Zo ook het bezweren- de 'Hypnotek' waar de stemmen van Tim Bowness (No-Man) en Suzanne Barbieri (het blijft in de familie) doorheen zijn gesampled c.q. "atmospheric manipulated" en het rustgevende 'Decay'.
'Stranger Inside': prachtig geproduceerd, helder, open en zo reëel dat het lijkt alsof het instrumentarium in je kamer staat en bovenal integrale compositorische kwaliteit. Liefhebber van No-Man en de rustige kant van Porcupine Tree? En beviel 'Things Buried' ook al? Dan kan dit rechterdeel van het tweeluik met een gerust hart worden aangeschaft. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 08)
Wat een week ... CD
MGMT - Oracular Spectacular (2008)
Een meesterwerk ...
... dit debuutalbum 'Oracular Spectacular' van het tweemanschap Andrew VanWyngarden en Ben Goldwasser, bekend onder MGMT wat staat voor 'Management'. Psychedelische, techno gerichte rock die zo ontzet- tend vernuftig en gelaagd in elkaar steekt dat het album met aan zeker- heid grenzende waarschijnlijkheid na jaren nog steeds nieuwe luistersen- saties zal opleveren.
Deze jonge honden hebben als levensmotto “Live fast and die young”, een visie die ik bij mijzelf ook enige tijd aantrof maar vanzelf overgaat als je wat ouder en wijzer wordt. Deze ietwat naïeve opvatting levert echter een onbevangen kijk op het leven op - hoewel de grote levensvragen tekstueel niet uit de weg worden gegaan - leidt tot muziek zonder concessies en tot een 'melting pot' aan stromingen. Disco, folk, singer-songwriter, progrock, soul, r&b en wat al niet meer worden in de 'blender' vermengd tot een uniek en eigen progressief geluid, al zijn er wat lichte referenties aan World Party en de vroege Todd Rundgren.
Het album opent meesterlijk met 'Time to Pretend' dat een verpletterende indruk maakt, briljant in elkaar is gezet en niet voor niets als single is uitgebracht. Omdat het moet want progressieve singles 'doen' nooit iets. Gelukkig maar. Een imponerende track is ook 'Electric Feel' met 'over the top' zang en een thema dat het hoofd slechts met moeite verlaat. Impo- nerende track? Alles imponeert!
En iedere keer weer die verwondering over wat ik nu weer hoor. Iedere compositie is raak, geen zwakke momenten, een moderne open produk- tie van Dave Fridmann (die ook de nieuwste van Mercury Rev produceer- de) soms wat scherp maar perfect passend bij deze felle en vooral vitale muziek.
Zoals ik vorige week al meldde, dit soort bands zijn naar mijn mening de redding voor de progrockscene die in cirkeltjes ronddwaalt en vaak vege- teert op oude roem. Pak snel de reddingsboei en luister naar MGMT! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 07)
MUSICAL IMPRESSION van MGMT: click op 'Oracular Spectacular'
Wat een week ... CD
TOMAS BODIN - Sonic Boulevard (2003)
Te mooi voor zolder ...
... daar komt het zo'n beetje op neer. Bodin, bekend als toetsenist van de Zweedse band The Flower Kings, wilde een low-budget productie met ambient-achtige instrumentale muziek, doch het project mondde uit in een volwaardige uitgave. En dat is maar goed ook, want na de enigzins sacrale opening met woordloze vocalen en kerkorgel start een nummer met de mooiste E-bow partij die ik ooit gehoord heb. De E-bow is een apparaatje dat de gitarist met de rechterhand op de snaren plaatst en dat een prach- tige vervorming en een oneindige sustain oplevert, nou ja, tot het batterijtje op is natuurlijk. Verantwoordelijk hiervoor is Jocke JJ Marsh, die op vrijwel de gehele cd schittert met prachtig gitaarwerk.
Bodin stelt zichzelf bescheiden op, maar dat komt wellicht voort uit de doelstelling een sereen werk te creëren waarin symfonische-, jazzrock- en ambient-invloeden doorklinken. Geen platform voor flitsende synthesizer- solo's, wel voor brede toetsentapijten en subtiel pianowerk, daarbij ruimte scheppend voor, met name, de excellerende Marsh.
Zoals verwacht zijn de maten van The Flower Kings weer volop van de partij. De ritmesectie is geheel TFK, maar opvallend genoeg is voorman Roine Stolt slechts op twee tracks te horen. Voordeel is wel dat je daar- door nergens het gevoel krijgt naar een verkapt album van de moeder- band te luisteren. Peter Swart (wat een week 07)
Jeff Aug - Living Room Sessions (2009)
Label: netMusicZoneRecords
Bandsite: www.JeffAug.com
Duur: 27:63
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
En wederom dient zich een meestergitarist aan. Belichtte ik eerder al de relatief onbekende Mike Grande die recent een prima album afleverde, nu is het de beurt aan de in Duitsland wonende Amerikaan Jeff Aug. Aug speelde bij Ann Clark en schreef het merendeel van de tracks op haar mooie album 'The Smallest Acts of Kindness' en binnenkort gaat hij op toernee met Allan Holdsworth en wat later met Soft Machine. Bovendien zal hij zich binnenkort voegen in het Guiness Book of Records wanneer hij in maart zes concerten geeft in zes verschillende landen, binnen maar liefst 24 uur! En dan vraagt ook nog de promotie van zijn voorliggende vierde album tijd.
De titel 'Living Room Sessions' verwijst naar het opnemen van de tracks in de huiskamer van producer, pianist en componist Murat Parlak (o.a. Branford Marsalis). En alles in 'one take'. Akoestisch gezien blijkbaar een hele goede huiskamer want het geluid is kristalhelder.
Het korte album bevat vijftien tracks met een gemiddelde duur van tweeënhalve minuut waarvan de basis bestaat uit restmateriaal van de Ann Clark-periode, nu verder uitgewerkt door Aug. De man is ook virtuoos op de elektrische gitaar en doet dan denken Frank Zappa, al weet hij ook ambient-achtige klanktapijten neer te leggen. Op dit album 'beperkt' hij zich echter tot de akoestische gitaar ... en hoe! Haal het briljante miniatuurtje van Steve Howe 'The Clap' van 'The Yes Album' (1973) voor de geest, verme- nigvuldig dat met vijftien en u weet hoe dit album klinkt. Verder heb ik zo her en der associaties met Andy 'The Police' Summers en zijn mooie, met dit album te vergelijken werken 'The X-Tracks' en 'Invisible Threads' (samen met Soft Machine's John Etheridge).
Het voert te ver om ieder miniatuurtje afzonderlijk te bespreken. Wat opvalt is dat Aug in staat is om, ook akoestisch en solo, funky te klinken. Het ritme is namelijk aanstekelijk aanwezig. Hij weet in die ritmiek elemen- ten uit andere richtingen te verweven zoals de folk en oriëntaalse muziek. Dit alles verpakt in een excellente techniek die nergens de indruk geeft van "hoor eens hoe snel ik kan spelen". En dat laatste is vooral te danken aan de puntigheid van de composities en de mooie melodieën. En als ik dan toch een paar tracks moet noemen, het aanstekelijke 'Boots on Fire' en het introverte 'One Twenty' (beide op deze schijf ook vertegenwoordigd met een 'music video') en het prachtige 'Lightness' dat mij doet denken aan onze eigen Harry Sacksioni.
Behoefte aan rust, contemplatie en mijmering bij een glas wijn en een knetterend haardvuur? Luister naar Jeff Aug op 'Living Room Sessions'. Maar vergeet in de toekomst ook de relatief wat hardere kant in de cata- logus van deze gitarist niet te onderzoeken. Harry 'JoJo' de Vries (02-2009)
Bezetting:
Jeff Aug - all guitars and instruments
Discografie:
In the Breezeway (1997)
Before the After (1998)
Rocket (maxi-single, 1999)
Living Room Sessions (2009)
Wat een week ... CD
MERCURY REV - All is Dream (2001)
De progrock doet zichzelf al jaren tekort ...
... althans al die bladen, sites en recensenten die het beperkte wereldje dat 'prog' heet in stand houden door steeds weer met de geijkte namen aan te komen zeilen dan wel met 'nieuwe' bands en artiesten die regressief bezig zijn en op de prog- en symfodino's van weleer willen lijken. Niks op tegen hoor, besteden wij op ProgLog AFTERglow ook aandacht aan. Maar er is zoveel meer dat men vreemd genoeg links laat liggen: omdat men vindt dat de muziek buiten de definitie van progrock valt of omdat men met oog- en oorkleppen oploopt. Bands die progressief als de nete zijn maar gek genoeg niet de aandacht krijgen van de progscene. Mercury Rev is zo'n band. Een band die ook al de Eindlijst 2008 van een onzer redacteuren sierde.
Deze Amerikanen maken al jaren prachtige muziek, anders dan anders en daardoor vooruitstrevend, eigenwijs, compositorisch hoogstaand, emotie- volle arrangementen, rare teksten, wars van elk hokje of zich wellicht niet eens bewust van prog en symfo. Muziek met weinig referenties al lijkt zan- ger Jonathan Donahue door zijn hoge, fragiele stem op Neil Young maar dat is dan ook de enige overeenkomst met Young want de muziek heeft daar niets mee van doen.
Wat een interessant album is 'All is Dream' dat zoet begint met strijkers maar de avant-gardistische stem van Donahue geeft het dan toch weer een draai, een album dat imponeert met 'Tides of the Moon' en het bombasti- sche 'Lincoln's Eyes', het naieve 'Nite and Fog' en het in eerste instantie als een kinderliedje klinkende 'Little Rhymes'. Kippenvel! En met een mooie hoes die een symfoband niet zou misstaan.
Progscene: kom eindelijk eens uit dat dichtgetimmerde hok als je jezelf serieus neemt en geef eens aandacht aan:
Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 06)
Wat een week ... CD
SUPERTRAMP - Crime Of The Century (1974)
Eén van de aardigste single'tjes ...
... uit mijn jeugdcollectie is 'Bloody Well Right' van Supertramp. Een lekker stevige kwaliteitssong met de krachtige stem van Rick Davies en een pittige instrumentatie. De B-kant sprak me zowaar nóg meer aan: 'If Every- one Was Listening' is een prachtige ballad met de gevoelige stem van Rodger Hodgson en een sfeervol orkestarrangement.
Na de flop van de eerste twee platen van Supertramp reorganiseerden Davies en Hodgson de groep en schreven gebroederlijk 'Crime Of The Century', de bron van de genoemde single. Dit album wordt door velen be- schouwd als het artistieke hoogtepunt in de lange bestaansgeschiedenis van de band. Het biedt een mooie mix van makkelijk op te pakken stuk- ken ('Dreamer' werd zelfs een wereldhit) en complex doorgearrangeerde songs. Het kent een sterk bandgeluid, waarbij de elektrische piano, saxo- foon en zangstemmen een unieke sound creëren.
Alles komt tezamen in openingstrack 'School', dat zou uitgroeien tot een heuse classic-rock klassieker. Het nummer zou pas zo'n twintig jaar later in Nederland een Top 40-hitje worden, maar toen kocht ik allang geen singles meer. Peter Swart (wat een week 06)
Soft Machine - Drop (1971/2008)
Label: Moonjune Records
Bandsite: http://calyx.club.fr/softmachine/index.html
Duur: 62:09
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Hoewel Soft Machine er in mijn bewuste muziekleven altijd geweest is, bestaat de band als zodanig helemaal niet. In die zin was het schrappen van het lidwoord 'The' begin jaren 70, gestoeld op een vooruitziende blik, een schouw van een toekomst waarin het een komen en gaan zou zijn van bandleden. Natuurlijk waren er wat vaste waarden, Elton Dean en Hugh Hopper doken vaak op, maar per saldo was en is de band een duiventil. Ja ze bestaan weer, of nog, of misschien is de line-up alweer opgeheven. Om nog maar niet te spreken van 'afsplitsingen' als Soft Works of bezettingen die teren op de oude roem zoals Soft Machine Legacy. Daar is al helemaal geen touw meer aan vast te knopen.
En dan nu de eerste live-uitgave van een line-up die het maar een maand of vijf (van augustus 1971 tot januari 1972) met elkaar uithield te weten Mike Ratledge (keys), Elton Dean (saxes), Hugh Hopper (bass) en de door Ratledge en Hopper als querulant ervaren Phil Howard (drums) die de vertrokken Robert Wyatt verving. Botsende egoposities en een door Dean en Howard geprefereerde gang van (psychedelische) rock naar de free-jazz en geimproviseerde muziek, lieten al snel het doek vallen voor Howard die werd vervangen door de wat strakkere en in de discipline spelende John Marshall. Het Howard-tijdperk duurde zo kort dat het zich niet eens heeft vastgezet in mijn geheugen maar wellicht zegt dat meer over mij dan over de band.
Deze met een uitstekend geluid gezegende release maakt duidelijk dat de bandleden de kwaliteiten van Howard schromelijk hebben onderschat want hij was een excellente drummer, in een andere klasse dan Wyatt en vele malen virtuozer en creatiever dan opvolger Marshall. De man heeft nadien nog even met Lol Coxhill, ook al Canterbury, gespeeld en schijnt sindsdien opgegaan te zijn in de uitgestrekte vergetelheid van Australië. Hij kan in ieder geval zeggen dat hij de transformatie van de psychedelische rock van de eerste lichting naar de jazz-rock van de latere lichtingen Soft Machine heeft ingeleid.
'Drop' is opgenomen tijdens een Duitse tournee in 1971 en bestaat uit twee composities die op 'Third' verschenen, vijf tracks van 'Fifth' en drie niet eerder officieel uitgebrachte tracks. Van deze laatste groep is 'Neo Caliban Grides' van Dean de free-jazz opener; geordende chaos zal ik maar zeg- gen. 'All White' van 'Fifth' vind ik briljant met Howard die de hele boel bij elkaar houdt en een heerlijk en langdurig solerende Dean.
Die kwaliteit vinden we ook terug in de dertien minuten 'Slightly All the Time', een Ratledge-compositie van 'Third'. Dean en Ratledge die op het eerste gehoor in de soms gelijktijdige solo's niets met elkaar te maken lijken willen te hebben, maar ondertussen .... het bekt, het klopt, het smelt samen, niet in de laatste plaats door alweer het verbindende drumwerk van Howard. Dit had Wyatt nooit gekund!
De titeltrack en 'M.C.' zetten dat typische, mystieke sfeertje neer van 'Fifth' en gaan over in de bijna twaalf minuten van 'Out-Bloody-Rageous' van het derde album, welke track de bezetting op zijn best laat horen. Een ondanks de korte periode zeer goed op elkaar ingespeeld of elkaar in ieder geval uitstekend aanvoelend viertal. En dan dat heerlijke, herkenbare geluid van Ratledge solerend op het Lowrey orgel, dat toch wel kan worden gety- peerd als het Canterbury-instrument. 'As If' en 'Pigling Band' bevatten de- zelfde hoge kwaliteit. De plaats die Howard mocht innemen wordt nog eens tragisch helder gemaakt door weliswaar een eigen compositie, 'Dark Swing', maar dan toch echt niet langer dan 1 minuut 47!.
'Drop' maakt de Soft Machine-levenslijn compleet en belicht een te korte periode met drummer Phil Howard die, gezien zijn kwaliteiten, meer tijd verdiend had. Lijden sommige live-uitgaven van Soft Machine nog weleens aan chaos en een matige geluidskwaliteit, dat is hier geenszins het geval en het album is ook nog eens mooi uitgevoerd met digi-pack en boekje. Het is een uniek livedocument dat rechtgeaarde fans van deze bijzondere band niet mogen missen. Harry 'JoJo' de Vries (01-2009)
Bezetting:
Mike Ratledge - Lowrey organ, Fender Rhodes electric piano
Elton Dean - saxello, alto sax, Fender Rhodes electric piano
Hugh Hopper - bass guitar
Phil Howard - drums
Discografie (selectief):
The Soft Machine (1968)
Volume Two (1969)
Third (1970)
Fourth (1971)
Fifth (1972)
Six (1973)
Seven (1973)
Bundles (1975)
Softs (1976)
Alive & Well Recorded In Paris (1978)
Land Of Cockayne (1981)
Rubber Riff (1994)
Spaced (1996)
Virtually (1997)
Noisette (2002)
Facelift (2002)
Soft Machine BBC Radio 1967-1971 (2003)
Soft Machine BBC Radio 1971-1974 (2003)
Drop (2008)