Free System Projekt - Narrow Lane (2008)

Label: FSP
Bandsite: www.freesystemprojekt.nl
Duur: 78:02
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

ProgLog AFTERglow was van plan dit jaar meer aandacht te besteden aan 'electronic music'. Euforie over prachtige releases van de Belg Frank van Bogaert, de heruitgaven en de comeback van Klaus Schulze en aan- kopen van albums van Ron Boots, Ian Boddy en Gert Emmens verdrong onze in de loop der jaren ingedutte aandacht voor deze muzieksoort. Toch komt het er niet echt van. Ten eerste komt er (te?)veel uit in de andere per- celen van de progressieve rock en ten tweede zijn de elektronische re- leases nu niet direct overmatig te noemen. Maar hier is er weer één: een nieuw album van het Nederlandse driemanschap Free System Projekt, dat inmiddels weer is teruggebracht tot een duo, met 'Narrow Lane'. Als ik het wel heb hun elfde album, hetgeen bewijst dat wij inderdaad hebben zitten slapen.
Het album bestaat uit slechts twee live in Engeland opgenomen tracks maar die klokken dan ook respectievelijk bijna dertig en bijna vijftig minu- ten. Een hele zit maar Marcel Engels en Ruud Heij - beiden gezegend met een batterij zowel analoge (gelukkig maar) als digitale keyboards - maken het echter volledig waar en weten de aandacht met hun machtige en impo- nerende klanken goed gevangen te houden. Al staat dit soort muziek het altijd wel toe om de kamer even te verlaten voor het malen van wat koffie, terug te komen en te constateren niet al te veel gemist te hebben. Dat is geen kritiek maar inherent aan lange, elektronische tracks.
Free System Projekt ken zijn elektronische pappenheimers. Natuurlijk heeft men geluisterd naar de sleutelbands en artiesten uit dit genre zoals Klaus Schulze en Tangerine Dream maar men vermeldt op de nog niet re- cent geactualiseerde website ook verrassende invloeden van Camel, Ozric Tentacles en minder verrassend Pink Floyd.
De synergie van typische elektronische voorbeelden enerzijds - bijvoor- beeld van Tangerine Dream ten tijde van 'Phaedra'- en invloeden vanuit de symfonische en progressieve rock anderzijds - bijvoorbeeld door fluitklan- ken en mellotrons - is dan ook goed te horen. De sequences van met name Heij in zowel 'Narrow Lane Part 1' en 'Part 2' zijn bovendien ijzersterk, naar ik begreep een handelsmerk van deze band. En ten slotte, ik vind het begin van 'Part 2' ijzersterk waarbij ik mij bij de ronkende keyboards weer waan in het beeldende landschap dat UK ooit wist te schetsen in hun huiveringwek- kende track 'Alaska' op het debuutalbum.

Dit Nederlandse elektronische duo kende ik slechts oppervlakkig. Ten onrechte toont men met 'Narrow Lane' aan want dit album is van zeer hoge kwaliteit en zou niet misstaan in de toplijst met illustere en legendarische elektronische albums sinds de jaren zeventig. Een compliment dus aan Heij en Engels. ProgLog AFTERglow zegt toe wat alerter en wakkerder de ontwikkelingen in dit muzieksegment en rond het Free System Projekt te volgen. Stel je voor dat volgende albums van dit project gemist zouden worden! Harry 'JoJo' de Vries (04-2009)

Bezetting:
Marcel Engels - analog and digital keyboards
Ruud Heij - analog and digital keyboards
Frank van der Wel - keyboards on 'Part 1'

Discografie:
Impuls (1996)
Pointless Reminder (1999)

Okefenokee Dreams (2000)
Okefenokee Dreams 2001 (2001)
Atmospheric Conditions (2002)
Passenger 4 (2004)
Protoavis (2004)
Impulse 2005 (2005)

Moyland (2005)
Gent (2007)
Narrow Lane (2008)

Wat een week ... CD

KAYAK - The Last Encore (1976)

Het doet eigenlijk best pijn ...

... die opmerking van toetsenist Ton Scherpenzeel in muziekblad 'Revol- ver' van maart: "Zo kan ik niet naar onze oudere platen luisteren. Het is moeilijk voor te stellen dat mensen het goed vonden ..."
Voor Kayak-liefhebbers van het eerste uur, zoals ik, zit de charme van de Nederlandse (symfo)rockformatie juist in die eerste jaren en geldt er maar één échte Kayak-line up: die met Max Werner op zang en Johan Slager op gitaar. En juist die ontbreken op de mooie foto's die 'The Anni- versary Box' moeten promoten! Redenen genoeg om maar weer eens een 'ouwetje' op te zetten en te genieten van tracks als 'Still my Heart cries for You' en het titelnummer.
De hele plaat door heerlijke gitaarmelodieën, werkelijk prachtig pianospel van Scherpenzeel, mooie zang van Werner en een prominent aanwezige Pim Koopman (als drummer en als componist). In vergelijking met het tweede album 'Kayak' (zie WeekCD 2007-5) zijn de nummers aan de korte kant en moeten we uitgesponnen symfonische stukken missen, een lijn die de band in de jaren erna zou voortzetten. En dat was weer jammer voor de fans die zo van de oude platen hadden genoten. Peter Swart (wat een week 12)

Wat een week ... CD

CLAIRE HAMILL - Love in the Afternoon (1990)

Een tweede 'Annie Haslam' ...

... heb ik Claire Hamill - geen familie want anders geschreven - altijd ge- vonden. Mijn eerste kennismaking met haar prachtige stem dateert uit de jaren zeventig toen ik het album 'October' kocht, aangetrokken door het feit dat Yes' Alan White de drumstokken beroerde. Een feeëriek album met folky elementen en een licht progressieve toets.
Nu zijn er van haar catalogus remasters door Esoteric Recordings op de markt gebracht; ook van 'Love in the Afternoon'. Ondersteund door o.a. Nick Magnus (bekend van Steve Hackett) op keyboards en Tim Renwick (o.a. Pink Floyd) op gitaar, horen we hier bijna pastorale muziek die je als luisteraar in een 'flow' van dagdromen brengt en het typische Engelse, door heuvels en beekjes gedomineerde, landschap visualiseert. Met als favo- rieten het melodische 'Glastonbury' - dat zo van een Renaissance-album zou kunnen komen - 'Liverpool Theme' en het instrumentale 'The Beauty of England'.
Vermeldenswaardig is ook de titeltrack die zij samen met Robert Fripp, tijdens een kortstondige liefdesverhouding, schreef. Verwacht geen King Crimson. Het is een liedje gemaakt door twee mensen die verblind waren door verliefdheid, de kritische blik even uit het oog waren verloren en daardoor een mierzoete compositie het licht lieten zien.

Claire Hamill is een interessante artieste die nog steeds, zei het be- hoedzaam en zeer gedoseerd, werk uitbrengt. Soms progressief, soms folky met af en toe zelfs een New-Age album tussendoor. Goed dat Esoteric Recordings werk van minder 'in the spotlights' staande artiesten als Hamill opnieuw uitbrengt. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 12)

Steven Wilson - Insurgentes (2009)

Label: KScope
Bandsite: http://www.swhq.co.uk/
Duur: 55:26
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Steven Wilson kan bij mij een potje breken. Zijn doorgaans sublieme werk met Porcupine Tree, de intrigerende werkstukken die hij met No-Man af- scheidt, de emotie die hij raakt met Blackfield en de vele vaak hoogwaar- dige sideprojects die hij het licht laat zien, zijn de oorzaak van mijn bewon- dering.
Maar deze 'workaholic' kan op gezette tijden ook op mijn kritiek reke- nen. Dat hoort te kunnen bij 'vrienden'. Zo schreef ik ooit een open brief (die hij nooit gelezen zal hebben, zo ondankbaar is de taak van de recensent) naar aanleiding van het tegenvallende Porcupine Tree album 'Deadwing'. Ik beschuldigde hem van overdaad en adviseerde hem gratis en, overigens zoals verwacht onverrichterzake, om eens een 'sabbatical year' te nemen, bij te tanken, de route te verleggen. Ook nu, bij beluisteren van zijn eerste soloalbum 'Insurgentes', frons ik de wenkbrauwen.
Waarom deze bedenkelijke blik? Dit album voegt niets, maar dan ook helemaal niets toe aan wat Wilson ons overdadig heeft voorgeschoteld de laatste jaren. Wilson biedt op 'Insurgentes' een staalkaart van zijn mogelijk- heden maar die mogelijkheden waren mij al overbekend. Ik hoor veel Porcu- pine Tree, zowel in de wat meer psychedelische als harde passages, ik hoor de melodielijnen waarop hij in Blackfield patent heeft, en de laid-back passages die we van zijn samenwerking met Tim Bowness in No Man kennen, ik hoor de ambientexperimenten van Bass Communion en de gekkigheid van I.E.M.
Maar ik hoor niets nieuws, zelfs nog geen lichte verlegging van het bekende Wilson-laantje. Sterker nog, steeds vaker denk ik "deze passage ken ik van ....". Nu kun je je afvragen "Is dat erg?''. Welnee, de wereld ver- gaat niet en herkenbaarheid biedt houvast in deze moeilijke tijden. Maar jammer is het wel. Ik verwacht van Wilson andere dan gebaande paden, al baande hij ze dan zelf.

Is er dan niets te genieten? Jawel, het is vijftig minuten genieten waarbij vooral opener 'Harmony Korine' mij zeer aanspreekt. Maar het is genieten van een gerecht wat je al (te?) vaak gegeten hebt. En dan komt het mo- ment dat je denkt "nu even niet". En dat dacht ik al snel, na een keer of vijf beluisteren besloot ik al tot periodieke Wilson-onthouding.
Uit mijn hart gegrepen is wel zijn op het eerste gezicht ludieke maar op het tweede gezicht bloedserieuze aanklacht tegen de bijna autistische manier waarop de jeugd naar muziek luistert. Men noemt zich al fan als men slechts de bekendste track van Radiohead legaal of illegaal heeft ge- download, het album bestaat niet meer door iPod's die naar believen de tracks door elkaar husselen en men zappt van de ene muzikale hype naar de andere, niet gehinderd door enige achtergrondkennis van de betreffende bands. Grappig zijn dan ook Wilson's filmpjes op de DVD-schijf bij dit album waarin hij diverse manieren toont van 'iPod Destruction' (voor een voorbeeld ... click upper right frame op ProgVideo).
'Insurgentes' is een hoogwaardig maar overbodig album. Als Wilson dit album tien jaar geleden had afgescheiden was het een meesterwerk ge- weest. Nu is het meer van hetzelfde en dus modaal. Dat komt dan ook tot uiting in mijn gulden-middenweg-score. Maar mijn 'vriend' kan daar wel mee omgaan denk ik, zoals goede vrienden nu eenmaal tegen kritiek kunnen. Harry 'JoJo' de Vries (03-2009)

Bezetting:
Steven Wilson - lead vocal, guitars, keyboards, drumprogramming, bass, percussion
Gavin Harrison - drums
Theo Travis - flute, clarinet
Dirk Serries - guitar
Jordan Rudess - piano
Sand Snowman - guitar, recorders, percussion
Mike Outram - guitar
Tony Levin - bass
Clodagh Simmonds - vocals
Susana Moyaho - vocals
Michiyo Yagi - bass koto

Discografie (solo):
Insurgentes (2009)

Wat een week ... CD

MANNING - Number Ten (2009)

Zijn meest progressieve album ...

... tot op heden, dit tiende werkstuk van Guy Manning dat niet erg origi- neel maar wel toepasselijk 'Number Ten' heet. Manning is ook lid van The Tangent, de band van zijn vriend Andy Tillison die ook hier weer mee- speelt, maar ik ken hem toch met name van zijn prima solo-albums waar- van 'The View from my Window' uit 2003 mij zeer bekoorde.
Manning speelt progressieve rock in de stijl van Parallel or 90 Degrees en The Tangent maar dan toch wat ingetogener en doorspekt met folkelemen- ten waardoor ook Jethro Tull opduikt. Hij heeft zo'n stem die je bevalt of niet, een tussenweg is nauwelijks mogelijk zoals velen dat ook bij de stem van Peter Hammill hebben. Het is geen topzanger, zeker niet in de up-tempo progstukken, maar met de zachtere passages en tracks kan hij heel goed uit de voeten zoals in 'Ordinary Day': een prachtige, rustige song met een melancholische melodielijn.
Ironie en cynisme zijn hem ook niet vreemd, dat bevalt mij wel. 'Bloody Holiday' is daarmee getooid als Manning zijn aversie tegen het 'shabby' reizen per vliegtuig beschrijft en bezingt inclusief het lange wachten, bureaucratische papiermassa's, irritante veiligheidsmaatregelen, "the seat back in my face" en niet te vergeten "plastic chicken". Hoogtepunt van het album vormen het breekbare en emotievolle 'Valentine's Night' en de vijftien minuten van 'The House on the Hill' met heerlijke saxpartijen, keys, (digi- tale?) mellotron en veel muzikale en melodische wendingen.
'Number Ten' is een verrassend goed album geworden dat veel prog- en symfoliefhebbers zal bevallen en dat blind kan worden gekocht. Dat deed ik immers ook. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 11)

Wat een week ... CD

GEORGE HARRISON - All Things Must Pass (1970)

Harrison's spirituele ontwikkeling ...

... wordt wel gezien als één van de splijtzwammen gedurende de laatste Beatles-jaren. Die laatste periode was voor George Harrison er één van beperking en gebondenheid. Zowel op geestelijk vlak als in creatief op- zicht zocht hij 'verlichting' en eenmaal op eigen benen vond de frustratie een uitweg in een enorme berg songs, waardoor het debuutalbum uit maar liefst drie elpees bestond. Nu duurden lp's in die tijd niet zo lang, maar toch.
De muziek is minder vooruitstrevend dan men dat van de moederband inmiddels gewend was geraakt. Harrison brengt een prachtige verzameling liedjes, waarin thema's als menselijk lijden ('Isn't it a Pity') en hoop op god- delijke verlichting centraal staan. 'My Sweet Lord' werd de wereldhit, zo'n beetje het mooiste plaatje in mijn antieke singlekoffertje. Interessant is hierbij de achtergrondzang, die van 'Hallelujah' bijna onmerkbaar overgaat in 'Hare Krishna', hiermee religieuze tegenstellingen overbruggend. Zeer kenmerkend voor de levenshouding van George Harrison. John Lennon zei over de hitsingle: "Every time I put the radio on it's 'Oh, my Lord'. I'm beginning to think there must be a God."
Als progliefhebber zoek je natuurlijk naar grensoverschrijdingen en jawel hoor: Phil Collins bespeelt de conga's op 'Art of Dying' en Spock's Beard heeft decennia later 'Beware of Darkness' onder handen genomen en het (als eerbetoon?) zelfs tot albumtitel verheven. Peter Swart (wat een week 11)

Wat een week ... CD

RETURN TO FOREVER - Returns (2008)

Een sublieme comeback ...

... maar wat wil je als Chick Corea, Stanley Clarke, Al Dimeola en Lenny White na zoveel jaar weer als kwartet het podium opgaan. Vele muzikale- en levenservaringen rijker, dus dat moet zeer hoge kwaliteit opleveren zeker als je bedenkt dat die kwaliteit bij Return to Forever in de jaren 70 ook al ruimschoots aanwezig was.
Het dubbelalbum 'Returns' biedt een prachtige staalkaart van de diverse setlists die tijdens de 'World Tour 2008' werden gespeeld. Gezet in een geweldige produktie en een vol live-geluid spelen de heren dat het een lieve lust is. Meesters op en over hun instrumenten, elkaar nog steeds perfect aanvoelend - dat is wat talent is - veelvuldig solerend maar nooit zonder de grote lijn van de compositie en het overzicht te verliezen. En terwijl de jaren gaan tellen, ogen de mannen nog zeer fit.
Return to Forever bewoog zich in de begintijd in het jazz-segment maar bereikte met de machtige albums 'Where Have I Known You Before' (1974) en 'Romantic Warrior' (1976) het meer progressieve publiek dat niet wars was van jazz-rock. En gelukkig zijn deze beide albums ruim vertegen- woordigd op dit live-document met o.a. briljante en lange (gemiddeld der- tien minuten) uitvoeringen van 'Romantic Warrior' , 'Sorceress', 'Duel of the Jester and the Tyrant' en 'Vulcan Worlds'. Absoluut hoogtepunt vormen de 27 minuten van 'Song to the Pharaoh Kings' waarin de heren geheel loos gaan in duetten en solo's.
Wat een comeback, die binnenkort nog gevolgd gaat worden door een DVD 'Live at Montreux 2008'. Hoewel ik niks heb met muziek op beeld, denk ik dat ik hier toch even ga twijfelen. Ik wil deze grootheden uit de jazz en de jazz-rock weleens live aan de slag zien. Desnoods op DVD. Voorlopig laaf ik mij aan de om en nabij tweeënhalf uur die 'Returns' klokt en daar kan ik nog maanden mee voort. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 11)

Chris Wood - Vulcan (1974/2008)
Label: Esoteric Recordings
Bandite: www.lunarmusic.co.uk
Duur: 56:15
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Chris Wood, de saxofonist en fluistist van de legendarische band Traffic en ooit meespelend op het in 1968 verschenen 'Electric Ladyland' van Jimi Hendrix, heeft mij altijd geïntrigeerd. Niet alleen door zijn prachtige, mystieke, pastorale, bijna etherische en soms ook huiveringwekkende spel maar ook door zijn tragiek. Zijn vroege dood in 1983, aan de gevolgen van longontsteking en een leverziekte, tijdens de opnames van dit solo-album 'Vulcan', zal aan mijn interesse voor hem hebben bijgedragen. Maar ook zijn oogopslag, die lijkt aan te geven "ik ben er wel maar toch ook weer niet", en zijn altijd wat afzijdige positie op die prachtige (hoes)foto's van Traffic.
Het blijkt er van jongs af aan in te hebben gezeten bij Wood. Toen al had hij diepe interesse voor spookhuizen, voor dingen die je niet kan zien maar er wel zijn, voor de vele legendes en mysterieuze verhalen die in Engeland de ronde doen en voor de impact van het vaak wat geheimzinnige land- schap aldaar. Het verhaal gaat dan ook dat hij model stond voor het Traffic- album 'Mr. Fantasy'.

Deze andere en vaak sombere kijk op de werkelijkheid heeft hij naar mijn mening nooit afgelegd. Niet tijdens de hectische Traffic-periode en ook niet tijdens de stuurloze tijd daarna waarin hij, zonder het houvast van een band, zich leek te verliezen in die andere wereld. De drugs en alcohol die hij gebruikte zullen hem daarbij 'geholpen' hebben. Als ook zijn teleurstel- ling over de teloorgang van zijn houvast - Traffic - en zijn verbazing over het feit dat zijn vrienden Steve Winwood en Jim Capaldi hem nadien in de steek lieten bij het afmaken van dit solo-project. Zij hadden dat immers beloofd ...
In ieder geval, het afmaken van 'Vulcan' werd wreed doorkruist door zijn dood. En het album had al veel eerder af kunnen zijn als Wood niet steeds op cruciale momenten, bijvoorbeeld in zijn samenwerking met gitarist Pete Bonas (ex Brand X) en later met toetsenist Phil Ramacon, om onver- klaarbare redenen de samenwerking verbrak; of niet eens verbrak maar niets meer van zich liet horen. Hoe dan ook, door het feit dat zijn zus Stephanie Wood de tapes al die jaren goed heeft bewaard en Esoteric Recordings de beslissing nam ermee aan de slag te gaan, ligt 'Vulcan' vijfentwintig jaar nadien posthuum voor mij.
En ik ben er blij mee. Waarom? Omdat het album laat horen dat Wood zeer belangrijk was voor het Traffic-geluid, ik weer binnen nieuwe tracks kan genieten van Wood's karakteristieke fluit- en saxspel waarin altijd die 'snik' verborgen zit, omdat de composities en de uitvoering goed zijn en vooral de atmosfeer mij terug doet denken aan de hoogtijdagen van de jaren 70 en van Traffic.
Het prachtige 'Moonchild Vulcan' dat zo op 'When the Eagle Flies' van Traffic had gekund, er vlak voor tijd werd afgehaald maar als goedmakertje naar Wood wel af en toe live werd gespeeld, opent het werkstuk. Een van die live-uitvoeringen is hier als bonus opgenomen. En hetzelfde geldt voor de tien minuten 'See No Man Girl', tien hallucinerende minuten vergelijkbaar met mijn favoriete Traffic-track 'The Low Spark of High Healed Boys'. En wat te denken van het dramatische 'Barbed Wire', zowel in een akoesti- sche- als in een banduitvoering in de tracklist, het mooie en ingeto- gen 'Letter One' en het jazzy 'Sullen Moon'.
De her en der toegevoegde Caraibische en reggae-invloeden verbazen mij echter wel. Ik ervaar dat als vrolijke muziek, muziek hoort niet vrolijk te zijn en het past ook niet bij Wood's levenshouding. Het zal de invloed van Wailer's drummer Tyrone Downie wel zijn. Voor mij had het echter niet gehoeven.
Zoals ik al zei, ik ben blij met de uiteindelijke release van 'Vulcan' en waardeer het album met vier JoJo's d.w.z. 'uitstekend', al realiseer ik mij dat in de score een vertekening zit door het jeugdsentiment en mijn zwak voor Chris Wood en voor zijn kwetsbaarheid en aandoenlijkheid. Het zij zo.

Harry 'JoJo' de Vries (03-2009)
Bezetting:
Chris Wood - flute, saxes, keyboards
Pete Bonas - guitars
Steve Winwood - additional piano
Phil Ramacon - keyboards
Tyrone Downie - keyboards
Jim Capaldi - drums
Jorge Spiteri - guitars


Discografie:
Vulcan (1974/2008)

Wat een week ... CD

THE PHANTOM BAND - Checkmate Savage (2009)

Een Schotse groeibriljant ...

... zo zou ik The Phantom Band willen noemen. Want wat een potentie heeft deze band zo blijkt uit het excellente debuut 'Checkmate Savage'. Ook alweer zo'n nieuwe loot aan de progressieve boom. Een zestal dat krachtige muziek maakt en door de vernieuwingsdrang en creativiteit weinig referereert aan andere bands. Wel aan stromingen. Zo hoor ik Krautrock, vooral in de langere tracks zoals 'Crocodile', en in elk van de negen tracks wel wat folk- en psychedelische invloeden. Verder is het vooral eigenheid dat de klok slaat.
Het album schiet sterk uit de startblokken met 'The Howling', waar het bezwerende en bonkende ritme mij zelfs bij eerste beluistering direct pakte. Men vervolgt met het creepy 'Burial Sound', de meezinger op hard-rock basis 'Folk Song Oblivion', het lange instrumentale 'Crocodile' en ga zo maar verder. Alles technisch sterk uitgevoerd, meerlagig en met een goede balans tussen muzikale uitweidingen en de rode draad van melodie en refrein.

Getooid in een nieuwsgierig makende hoes waarvan je direct denkt "dit klopt niet" (draai hem eens om ...) en met een titel 'Checkmate Savage' die refereert, zo schat ik in, aan een uitspraak die een van de bandleden deed toen hij zat te schaken met een van de gebroeders Savage, de producers. Een duo dat overigens een prachtig vol en toch transparant geluid heeft weten neer te zetten.
Geheel in lijn met wat ik al langere tijd en ook de laatste weken betoog over de stand van zaken in de progrock, stel ik dat The Phantom Band met dit album tevens zegt 'Checkmate Old Prog'. Harry 'JoJo' de Vries
(wat een week 10)

Wat een week ... CD

CAMEL - A Nod and a Wink (2002)

Het mooiste bericht uit de laatste iO Pages ...

... staat natuurlijk op pagina vijf. Andy Latimer's gezondheid is stabiel, ruim een jaar na de behandeling van zijn leukemie. De gitarist zou zelfs weer aan Camel denken. Zou 'A Nod and a Wink' dan tóch nog een opvol- ger krijgen?
Op dit album blikt Latimer terug op dertig jaar Camel. "Thirty years. Good grief!" schrijft hij in het boekje. Het onderscheidt zich van de eerdere Camel-cd's door de persoonlijke ondertoon. Hier geen op muziek getoon- zette grootse verhalen, maar een blik van de volwassen Latimer op zijn jongensjaren en impressies van een landelijke omgeving. Erg Engels allemaal. Pastoraal, rustig, sensitief, mild met 'een knik en een knipoog'. Kalme zang, de bekende heerlijke gitaarsoli en een goed ondersteunende band.
De cd opent met een trein die op gang komt, die ergens halverwege het album voorbij dendert en aan het slot horen we hem in de verte verdwijnen: de ontwikkeling van Camel gevat in een mooie metafoor.
Andy Latimer droeg het album op aan Peter Bardens, die eerder dat jaar was overleden. In de jaren erna zou hij zijn 'Farewell-tour' maken en geveld worden door een vreselijke ziekte. "I look forward to the next 30 years", besluit Latimer zijn toelichting en het bericht in iO Pages doet onverwacht hopen dat ons in de toekomst nog meer heerlijke muziek te wachten
staat. Peter Swart (wat een week 10)