Wat een week ... CD

ASTRA - The Weirding (2009)

Onvervalste en heerlijke symfo ...

... maken de Amerikanen van Astra. In de traditie van Floyd, het vroege King Crimson, Camel en Barclay James Harvest. "Retro dus" zult u zeg- gen. Ja, maar niet als doel op zich. Er zijn van die bands die mij de indruk geven dat ze de rationele afspraak hebben gemaakt "wij willen klinken als het oude Genesis". Geforceerde retro is het gevolg. Om nog maar niet te spreken van covers, dat is het irritatiepunt voorbij.
Er zijn ook bands waarbij het anders werkt. Die houden van mooie, liefst langdurige melodielijnen, uitbundige solo's op gitaar en keyboards om emotie over te brengen of beelden op te roepen, en die houden van het geluid van de 'oude' analoge instrumenten zoals de mellotron. Niet de ratio maar het gevoel is uitgangspunt waarbij de muzikanten zelf tijdens de opnames weleens verbaasd zullen concluderen "hé dat klinkt als Camel". Het ontstond dus gaandeweg en was geen vooropgezet plan. Astra be- hoort naar mijn gevoel tot deze laatste categorie en kan daarom mijn volledige goedkeuring wegdragen.
Zeven tracks met een gemiddelde duur van tien minuten, zorgvuldig opge- bouwd, misschien soms wat te lang, twee toetsenisten (Richard Vaughan en Conor Riley) met twee mellotrons, een indrukwekkende gitarist (Brian Ellis) en vooral melodie en gevoel.

Minpuntjes: de produktie is goed maar wat dof. Zo lijkt de drummer op natte dozen te slaan. En de hoes: dat is nu een voorbeeld van wat de band niet doet maar de ontwerper wel. Die heeft zich ooit voorgenomen dat hij op Roger Dean wil lijken. Resultaat: geforceerd niks! Maar laat u daardoor niet weerhouden. Houdt u van onvervalste symfo in de oude traditie? Kopen zou ik zeggen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 20)

Wat een week ... CD

TYPE O NEGATIVE - World Coming Down (1999)

Dreigende doom-metal ...

... van de band rond zanger/bassist Peter Steele. Via zijn zware stem slaat hij de luisteraar om de oren met morbide teksten en een knipoog. Iedereen gaat maar dood bij Type O Negative, aan die invalshoek moet u dan denken.
Steele wordt ondersteund door trage gitaarmuren, waar Devin Townsend een puntje aan kan zuigen. Tijdens een kort rustmoment klinkt een kerk- orgel en ergens anders Gregoriaans gezang, hetgeen de donkerte van het album enkel versterkt. Tja, je moet er van houden, meestal ga ik voor iets melodieuzers, maar zo af en toe is het weleens lekker.
Bizarre hoes trouwens: de New Yorkse skyline in avondgroen, met de Twintowers op de achtergrond in beeld. En dat twee jaar vóór 'nine-eleven'. De albumtitel krijgt er een extra dreigende betekenis door. Peter Swart (wat een week 20)

Wat een week ... CD

JETHRO TULL - Bursting Out (1978/2004)

Vele malen zag ik Tull live ...

... en toch sprak het livealbum 'Bursting Out' mij bij verschijnen in 1978 niet zo aan. Misschien was ik nog te vol van het bijwonen van de concerten en beschouwde ik deze plaat als een surrogaat voor die livesensatie. Want een sensatie was het, Jethro Tull live.
De aanschaf van de remaster van deze dubbelaar doet mij bekennen dat ik inderdaad te gedrogeerd was door de impact van de concerten want 'Bur- sting Out' is ronduit fantastisch. Ik krijg de beelden weer op mijn netvlies: geweldenaar Anderson staand op één been, in die vieze broek die hij bij voorkeur niet waste, schietend van de ene kant naar de andere kant van het toneel als een nar die zijn gehoor wil vermaken. Echter nooit vergetend waar het werkelijk om draait: de kwaliteit van de muziek waaraan hij bij- droeg via die unieke en sterke stem, zijn wervelende en spugende fluit- spel en zijn dominante inbreng in de composities.

En wat een band: Barriemore Barlow op drums, Martin Barre die volgens Mark Knopfler en Ritchie Blackmore "angstaanjagend goed is" en "één van de beste gitaristen ter wereld", de helaas vlak na dit concert overleden John Glascock op bas, John Evans op keyboards en de inmiddels tot vrouw omgebouwde David Palmer eveneens op keyboards.
Topuitvoeringen van 'One Brown Mouse', 'A New Day Yesterday', 'Songs from the Wood', 'Thick as a Brick', 'Minstrel in the Gallery', 'Cross-eyed Mary', 'Aqualung', 'Locomotive Breath' en ga zo maar door. Een aaneen- schakeling van progressieve muziek in het topsegment. En dat biedt Anderson hedentendage nog steeds. Binnenkort komt Tull weer langs in Nederland. Zal ik weer gaan? Gedrogeerd en al terugkerend? Of zou het tegenvallen? Ik ga niet. Ik houd de illusie in stand.
Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 20)

Wat een week ... CD

OSI - Blood (2009)

Het blijft een interessant duo ...

... Jim Matheos (Fates Warning) en Kevin Moore (Chroma Key) van OSI (Office of Strategic Influence). Het titelloze debuut uit 2003 vond ik een sensatie. Opvolger 'Free' (2006) was okay al komt deze schijf nog zelden uit de kast. En dan nu 'Blood'.
Ondersteund door Gavin Harrison (Porcupine Tree), Tim Bowness (No-Man) en Mikael Åkerfeldt (Opeth, zingend op de track 'Stockholm') hebben Moore en Matheos wederom een intrigerend en dreigend album afgeleverd. Wat deze keer wel opvalt is dat de grenzen met Moore's project Chroma Key steeds meer vervagen. De atmosferische en lang uitgesponnen stuk- ken waar ook Chroma Key patent op heeft, zijn op 'Blood' namelijk in de meerderheid terwijl de krachtiger tracks - zoals opener 'The Escape Artist' - tot een minimum beperkt blijven. De fan die naar de harde kant van OSI op zoek is zal het moeten doen met sporadische metalachtige passages met riffende gitaren.
Uitschieters? Nee. Zwakke nummers? Nee. Iedere track is kwalitatief hoogstaand, de technische uitvoering is buitencategorie, zo ook de produk- tie van dit dubbelalbum ('dubbel' als de 'extended version' wordt aange- schaft).
Minpuntje: prachtige hoes, jammer dat de teksten niet te lezen zijn. Maar wat wil je, als je donkerrode letters op een donkerrode en zwarte basis plaatst. Onbegrijpelijk dat zoiets de op andere fronten zo perfectionis- tische toets van Matheos en Moore doorstaat. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 19)

Wat een week ... CD

G.C. NERI - Logos (2008)

Een heerlijk symfonisch album ...

... schotelt Giorgio Casare Neri uit Genua mij voor met 'Logos'. Het be- treft het debuut van deze multi-instrumentalist die alle instrumenten, uitge- zonderd drums, zelf bespeelt en een prachtige warme sfeer weet neer te zetten.
Het betreft een conceptalbum - hoe lang bestaat dat nog gezien de zap- pende MP3-cultuur van de huidige generatie; het concept wordt immers al snel als een grabbelton door elkaar gehusseld - waarop G.C. Neri zijn artis- tieke spirituele reis verbeeldt en zijn geloof verkondigt dat muziek de plaats heeft ingenomen van religie en op die wijze de mensheid wat verlich- ting biedt.
Zoals gezegd prachtige symfonische muziek met een licht psychedelisch accent, neergezet met volle toetsen, subtiel akoestisch gitaarspel op de zes- en twaalfsnaren, fluitspel dat het toch altijd zo goed doet bij symfo en niet in de laatste plaats vernuftige composities waarin langere tijd wat te ontdekken blijft.
In het begeleidende persbericht worden o.a. invloeden genoemd van de symfonische attitude van Genesis (klopt), Led Zeppelin (huh?), King Crimson (klopt) en Yes (klopt min of meer). De meeste verwantschap hoor ik toch bij bands als PFM, Le Orme en multi-instrumentalisten als Jeremy en Demians.
Verwacht geen revolutie, geen ultieme progressie maar veel symfonische en warme klankkleuren. Kortom, een heerlijk album in een oude traditie. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 18)

Wat een week ... CD

JON AND VANGELIS - Page Of Life (1991)

Vangelis was door Yes gevraagd ...

... als vervanger van Rick Wakeman, die opgestapt was na 'Tales From Topographic Oceans' (zie WeekCD 2008-2) vanwege onvrede met de koers van de band. Vangelis zag af van het avontuur, waarna de aandacht zich verplaatste naar Patrick Moraz.
Het contact tussen Yes en Vangelis leidde echter wél tot een vriendschap tussen de Griekse toetsenist en Jon Anderson, en zou jaren later leiden tot een vruchtbare muzikale samenwerking. Het duo leverde vier albums af (compilaties buiten beschouwing gelaten) , waarop enkele songs voorkwa- men die zelfs de hitstatus behaalden.
'Page Of Life' was het laaste gezamenlijke product en werd zeker niet het succesvolste. Het was dan ook een roerige tijd, waarin de diverse Yes-samenstellingen werkten aan 'Union' terwijl ook Vangelis andere prioriteiten kende. Toch kent het album enkele prachtige songs, waarin de stem van Anderson perfect ondersteund wordt door de dragende klanken van Vange- lis. Geen uitspattingen (nou ja, één jazzy nummer dan), maar vooral voort- kabbelende, melodieuze, new age-achtige sfeercomposities.
De ene luisteraar zal het opzetten om weg te dromen en tot rust te ko- men, de ander zal het verveeld uit de speler halen en terugzetten in de kast. Peter Swart (wat een week 18)

Mirna’s Fling - Bow to None (2007)

Label: eigen beheer
Bandsite: www.mirnasfling.com

Duur: 56:00
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

Neil Young, Bob Dylan, Pearls Before Swine, The Incredible String Band, Nick Drake: dat zijn de namen die mij het eerst te binnen schieten als ik naar het album ‘Bow to None’ luister van singer/songwriter Arjan Hoekstra, het brein achter het project Mirna’s Fling. Niet toevallig, want door onder anderen die namen heeft het muziekvirus mij ooit, zo’n veertig jaar geleden, te pakken gekregen.
Mirna’s Fling is een soloproject van Arjan Hoekstra. Hij bespeelt alle instrumenten zelf, behalve in enkele stukken waar hij wordt geassisteerd door de zangeressen Linda van der Veen en Astrid van der Veen (o.a be- kend als Ambeon, ooit een ontdekking van Ayreon’s Arjen Lucassen) waarvan laatstgenoemde op ‘Hopeless Man’ ook piano en viool voor haar rekening neemt. Bij live optredens laat hij zich assisteren door Dennis Edelenbosch op basgitaar en Ingmar Regeling op drums.
Als ik het genre waarin Mirna’s Fling zich begeeft een naam zou moeten geven dan zou ik op grond van bovengenoemde associaties en de tijdgeest van toen spreken van Black Folk of van Underground, waarvan ‘On the Beach’ van Neil Young en ‘If I Could Only Remember My Name’ van David Crosby de nimmer overtroffen prototypes zijn. Beluister ‘Hopeless Man’ en de referenties aan laatstgenoemden zijn wel heel erg duidelijk waarneem- baar. Maar dit album appeleert ook aan recenter werk. Zo doemen bij het beluisteren ook de namen op van Patrick Watson, Damien Rice, Lambchop en Eels.
Het is dus duidelijk dat Hoekstra - ik zal hem in navolging van hemzelf als singer/songwriter betitelen - geen retromuziek maakt maar zich wel overdui- delijk heeft laten inspireren door de groten van weleer. De eigenheid van Mirna’s Fling maakt echter dat hier in het geheel geen sprake is van imi- tatie: het is de combinatie van zijn gevoelige en tegelijkertijd krachtige stem, het ingetogen en intelligente akoestische gitaarspel, dat afgewisseld wordt met stevig elektrisch werk, en de bij vlagen dromerige pianomelo- dieën die dit album uniek maakt.
Het meest opvallend is dat Hoekstra in staat is om zijn stem telkens een andere klankkleur mee te geven waardoor elke song een uniek karakter krijgt en het album altijd spannend en onderhoudend blijft. Hoewel de sfeer van het album door melancholie wordt overheersd - hetgeen naar mijn idee de beste stukken oplevert - komt er toch ook regelmatig blijheid en opti- misme naar boven, zoals in de tracks ‘To Be is to Be not to Be’ en ‘Way to Go’.
‘Bow to None’ is een zeer gevarieerd album geworden met veertien prach- tige songs die bij elkaar zo’n 56 minuten duren en waarvan geen seconde verveelt. Het wordt tijd dat singer/songwriter Arjan Hoekstra alias Mirna’s Fling een wat groter publiek bereikt. Henk Vermeulen (05-2009)

Bezetting:
Arjan Hoekstra – all instruments
Linda van der Veen - background vocals
Astrid van der Veen - background vocals, additional piano, violin

Discografie:
Become (2005)
Bow to None (2007)

Wat een week ... CD

GAZPACHO - Tick Tock (2009)

"Dat dit soort muziek nog steeds gemaakt wordt ..."

... zei een vriend gisteravond tijdens een avondje koken met elkaar. Ver- wijzend naar de behoudende klanken die de Noren van Gazpacho voort- brengen. Hun muziek op 'Tick Tock' loopt inderdaad niet over van ver- nieuwingsdrang en progressief denken. Maar mooi is het, zowel composi- torisch, sferisch als produktioneel, wel.
Gazpacho verbeeldt op dit nieuwe album de barre tocht die Antoine De Saint Exupery - schrijver van o.a. het in vele huizen aanwezige kinder- boek 'Le Petite Prince'- ooit noodgedwongen door de woestijn moest ma- ken nadat zijn vliegtuig in problemen was gekomen. Opener 'The Desert Flight' is nog up-tempo. Daarna volgen lange, uitgesponnen tracks zoals we die ook al kennen van het briljante 'Night' (2007). Vooral het broeie- rige 'The Walk' (13 minuten) vind ik excellent, al lijkt het wel erg op Maril- lion 'nieuwe' stijl en doet zanger Jan-Henrik Ohme zelfs aan Steve Hogarth denken.
Eerlijk gezegd kakt het album gaandeweg de 21 minuten van de titeltrack enigszins in maar blijft toch altijd cirkelen tussen 'goed' en 'uitstekend'. Hun vorige album was in mijn ogen een meesterwerk. Met 'Tick Tock' blij- ven ze daarbij dus achter maar schotelen mij nog steeds prachtige muziek voor. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 17)

Wat een week ... CD

MAGENTA - Metamorphosis (2008)

"Live komt de muziek pas écht tot leven ..."

... spookt door mijn hoofd bij het luisteren naar Magenta's laatste album. Het recente optreden op het iO Pages-festival was geweldig. We konden genieten van een spetterende show, vol enthousiasme gebracht, door met name gitarist Chris Fry, zijn broer Dan op toetsen en frontvrouw Christina Booth.
Magenta kent een andere live- dan studioline-up. Toetsenist/componist Rob Reed is de grote man, die alles schrijft en vele instrumenten zelf inspeelt. In het boekje draait alles om Reed en Booth en van de namen van de 'gast'musici wordt slechts die van Chris Fry vet afgedrukt. Veel te weinig eer voor de gitarist die op de plaat schittert met imponerende soli en die op het podium met zoveel spelplezier brengt, dat je er als toeschouwer bijna vrolijk van wordt. Op de cd mis je dit aspect natuurlijk en eerlijk ge- zegd past de emotie 'vreugde' niet bepaald bij de ernstige ondertoon van de pittige symforock van Magenta.
'Metamorphosis' bevat slechts vier tracks, waarvan er twee de twintig minuten met gemak halen. Het valt niet mee in die ellenlange nummers de grote lijn te ontdekken. Er is variatie volop, alles is met klasse ingespeeld en ingezongen, maar de vonk wil (bij mij) maar niet echt overspringen. Mij inbeelden hoe de band de tracks live brengt, dát helpt.
Peter Swart (wat een week 17)