Wat een week ... CD

LALO HUBER - Lost in KaliYuga (2009)

Voer voor toetsenfans ...

... dit soloalbum van Lalo Huber die de klavieren bespeelt bij de Argen- tijnse band Nexus en hier slechts wordt bijgestaan door drummer Luis Nakamura.
'Lost in Kali Yuga' is een heerlijk, warm werkstuk met volle synthesizers, virtuoze solo's en ondersteunende klanktapijten en het is ook genieten van Huber's Hammond Organ waardoor de associatie met Emerson, Lake and Palmer onvermijdelijk is. Maar de wat rustiger stukken doen ook Camel voorbijkomen.

Het perfect geproduceerde geheel draait lekker weg en bevat tracks die ideaal zijn om weg te dromen naar een leven zonder computers ('Compu- ters Never Die') of naar mooie vrouwen ('Still I Sense Your Hand') om ver- volgens weer wakker te worden geschud door het relatieve geweld van o.a. 'Universal Legion', met een wervelende Hammond Solo, en het donke- re en dreigende 'To Play and Die' dat qua sfeer refereert aan Bill Bruford's One of a Kind'.
Lalo Huber heeft een sterk product neergezet met 'Lost in Kali Yuga' dat mij ook weer eens aanzet tot het uit de kast lepelen van 'Metanoia' uit 2001 van zijn band Nexus. Want ook daar is sprake van hoge kwaliteit en 'Me- tanoia' is te lang al weer niet beluisterd. Voor de toetsenfans en symfo- liefhebbers onder ons: u kunt 'Lost in Kali Yuga' zonder vooraf te beluis- teren aanschaffen. Succes verzekerd! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 40)

Wat een week ... CD

EAST OF EDEN – Snafu (1970)

Door toeval ontdek je weleens wat …

… zo ook deze oude plaat van het Britse East of Eden. Het bandje waarin ik sinds kort de basgitaar hanteer, heeft het nummer ‘Nymphenberger’ op het repertoire staan en ik hoopte op het origineel een eenvoudiger partij aan te treffen, dan die mijn voorganger mij heeft voorgespeeld. Maar he- laas: snelle thema’s in een nauwelijks te bepalen maatsoort.
De tweede plaat van East of Eden staat er vol mee. Pittige jazzrock en sferische freejazz jamsessies met Oosterse elementen bepalen het geluid. Violist Dave Arbus blijkt ook nog eens de man te zijn die op ‘Baba O’Riley’ van The Who de beroemde vioolpartij heeft verzorgd. Arbus en saxofonist Caines zijn de gezichtsbepalers van deze opmerkelijke band.
Het experiment werd niet geschuwd. Zo kunnen we enkele stukken beluis- teren waarvan de partijen achterstevoren zijn opgenomen, en dan niet al- leen een gitaar, maar zelfs de zang. Je moet er van houden, je moet er tegen kunnen. Maar op het moment dat je denkt “nu maken de heren er wel een potje van”, bloeit vanuit de herrie een lyrische saxmelodie op en dan blijf je toch geboeid doorluisteren.
East of Eden overleefde hun tweede album ‘Snafu’ niet lang en viel na bezettingswisselingen uit elkaar. In 1997 hervond de vaste kern zich en sindsdien zijn er alweer drie albums verschenen. Voor wie durft. Peter Swart (wat een week 40)

Guilt Machine - On This Perfect Day (2009)

Label: Mascot Records
Bandsite: http://www.ayreon.com
Duur: 57:41
Reviewer: Peter Swart
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)

“Het komt uit de psychologie” … antwoordt Arjen Lucassen in iO Pages nr. 88 op de vraag waar de naam van zijn nieuwe project vandaan komt. Kijk, dan zitten wij bij ProgLog AFTERglow ineens rechtop, want de drie vas- te medewerkers verdienen allen hun brood als psycholoog. Maar ‘schuld- machine’? Enige verontrusting is het gevolg: de vakliteratuur toch wat ver- waarloosd de laatste jaren? Doch als gitariste en tekstschrijfster Lori Lin- struth op de begeleidende dvd de naam toelicht valt het kwartje. Zij refereert aan zich opdringende gedachten rond het thema ‘schuld’, die zich bij de- pressieve mensen opdringen. Gedachten, waarover je geen controle hebt. ‘Automatische negatieve gedachten’ heet dat in de cognitieve ge- dragstherapie en we zijn gelukkig weer op bekend terrein. En dan blijkt de projectnaam treffend gekozen.
De achtergrond van Lucassen’s project ligt in de door hem doorgemaakte depressie na het vastlopen van een relatie en het volbrengen van het laatste Ayreon-album. Het is opvallend hoe openhartig Lucassen en Linstruth in de interviews en op de dvd spreken over hun gedeelde sombere perioden. Zij stellen zich hiermee beiden kwetsbaar op, maar winnen veel aan sym- pathie.

Op zijn Ayreon-albums huurde Arjen Lucassen vele zangers en instru- mentalisten in. Op het laatste deel ‘01011001’(zie WeekCD 2008-8) zijn maar liefst zeventien stemmen te horen! Tijd voor een stap terug. Persoon- lijk ben ik eveneens zeer tevreden over het feit dat hij geen gebruik heeft gemaakt van al die gastgitaristen en –toetsenisten, maar vertrouwd heeft op de muzikale vaardigheden van zichzelf en partner Lori Linstruth. De Zweedse schittert in felle, prachtige gitaarsolo’s, veelal tijdens de climax van de diverse nummers.
De zes middellange composities kennen een karakteristieke opbouw. Het begint met het geluid van machines en enkele, door fans ingesproken, uitspraken over schuld en depressie. De muziek komt rustig op met subtiel slagwerk van Chris Maitland (Porcupine Tree) en/of akoestische gitaar. De Belgische zanger Jasper Steverlinck valt in, waarop de song wordt uitge- bouwd met metal-, rock- of licht symfonische passages en een pittige solo van Linstruth. De terugkerende songstructuur leidt tot een zekere voorspel- baarheid, welke wegvalt na meerdere luisterbeurten. Dan wordt het genie- ten van de nuances, zoals bepaalde melodische overgangen die typisch Lucassen zijn en van de instrumentbeheersing van de betrokkenen.
Het zal duidelijk zijn dat ‘On This Perfect Day’ een zeer persoonlijk pro- duct is geworden, dat een mooie plek verdient in het omvangrijke oeuvre van deze sympathieke landgenoot. Peter Swart (10-2009)

Bezetting:
Arjen Lucassen – snaarinstrumenten, keyboards en zang
Lori Linstruth – gitaar en teksten
Jasper Steverlinck – zang
Chris Maitland - drums

Discografie:
Ayreon:
The Final Experiment (1995)
Actual Fantasy (1996)
Into The Electric Castle (1998)
Universal Migrator (2000)
Ayreonauts Only (compilatie) (2000)
The Human Equation (2004)
01011001 (2008)
Timeline (compilatie) (2008)
Star One:
Space Metal (2002)
Live On Earth (2003)
Stream Of Passion:
Embrace The Storm (2005)
Live In The Real World (2006)
Ambeon:
Fate Of A Dreamer (2001)
Guilt Machine:
On This Perfect Day (2009
)

Wat een week ... CD

GONG - 2032 (2009)

Daevid Allen en Steve Hillage weer samen ...

... op dit nieuwe album '2032', afgeschoten vanaf Planet Gong om de aar- de aan te zetten tot officiële erkenning van Planet Gong, die door astrono- men naar verwachting pas in 2032 zal worden uitgevaardigd. Naast deze twee grote namen zien we ook oudgedienden Gilli Smyth, Miguette Girau- dy, Mike Howlett en Didier Malherbe weer landen.
Naast het overbekende spacey Gong-geluid, inclusief de glissando's, is de tijd gelukkig niet stil blijven staan. Zo is goed te horen, o.a. in opener 'City of Self Fascination', dat Hillage in de tussentijd andere paden insloeg waaronder samenwerking met The Orb (wat David Gilmour overi- gens ook gaat doen maar dit terzijde) en het maken van ambient-dance music in zijn band System 7. Er zijn namelijk overduidelijk dance-ritmes op dit album te horen en door Daevid Allen 'raplike' gezongen teksten. Luister maar eens naar 'How to Stay Alive'. Zelfs Allen is nooit te oud om te leren.
Het is heerlijk om weer naar de fabuleuze en unieke gitaarsolo's van Hil- lage te luisteren maar wat toch met name opvalt op deze glorieuze come- back is de modernisering van de Gong-sound, zonder dat men de oude elementen in de prullenbak heeft gegooid. Zo hoort het ook, nooit je 'roots' verloochenen en tegelijkertijd openstaan voor nieuwe invloeden want de band die ophoudt met leren, houdt op te bestaan.
Gehoord de hoge kwaliteit van deze nieuwe worp wordt wat mij betreft Planet Gong nu al officieel erkend. Daar hoeven we echt niet tot 2032 op te wachten. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 39)

Wat een week ... CD

FRANK ZAPPA - We're Only In It For The Money (1968)

Nog steeds fier overeind ...

... als een meesterwerk dit derde album van Frank Zappa & The Mothers of Invention, zelfs na veertig jaar. Revolutionair, vernieuwend, tegendraads, ironisch, cynisch met nog duidelijker tekenen van Zappa's geniale com- positorische vernuft.
Lezing van het boek 'Zappa, De Biografie' van Barry Miles uit 2005 brengt mij er momenteel toe de gehele catalogus - en dat is heel wat - van Zappa opnieuw door te lopen. Een genot want wat heeft de man prachtige albums op zijn naam staan met ongeëvenaarde muziek. Met soms een dip - mag het met zo'n hoge produktie - maar doorgaans topkwaliteit.
De Sgt. Pepper parodiërende hoes is op ieders netvlies gebrand en de mu- ziek is donker door Zappa's sombere visie op "eenzame, ongeliefde kinde- ren, fascistische, schietgrage politieagenten, materialistische ouders die zo druk zijn met consumeren dat ze ontgaat dat hun kinderen ongelukkig zijn". De humor maakt het zware echter weer lichter.
Dit album werd ook een mijlpaal voor de fans door de integratie van de later vaak herhaalde bandgesprekken zoals "Hello, I'm Jimmy Carl Black and I'm the Indian of the group", de versneld afgespeelde tapes, de gelui- den van aardeekhoorns en de flower-power parodieën. En de tekst
"What's the ugliest part of your body? Some say your nose, some say your toes but I think it's your mind" vind ik nog steeds om te gieren en bovendien verba- zend vaak van toepassing op mensen die zakelijk of privé worden ont- moet.

Zappa: te vroeg overleden, geniaal, lastig, zijn muzikanten opzwepend tot grote hoogte, een groot componist, een uniek gitarist, workaholic en voorbeeld voor velen. Ik ben nu op een kwart van herbeluistering van zijn oeuvre. Gelukkig maar, kan ik nog van driekwart gaan genieten.
Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 38)

Porcupine Tree - The Incident (2009)

Label: Roadrunner
Bandsite: www.porcupinetree.com

Duur: 55:15 + 20:43
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)


Dat muzikaal wonderkind Steven Wilson vooral geïnspireerd is door psychedelische en symfonische rock wisten we allang. Al zijn projecten zijn gebaseerd op die zo kenmerkende stroming uit de jaren 70. Porcu- pine Tree is daarvan natuurlijk de meest succesvolle belichaming. Destijds trok deze band voor de insiders vooral de aandacht omdat de band erin slaagde om hun bewondering voor de specifieke Pink Floyd-sound te uiten in een aantrekkelijk, aan Floyd refererend geluid. Uiteindelijk zou die stijl stap voor stap evalueren tot wat men zou kunnen noemen het 'Porcupine Tree-geluid', met het fenomenale meesterwerk 'Fear of a Blank Planet ' (2007) als absoluut hoogtepunt.
Kenmerken van die typische Porcupine Tree-sound zijn langgerekte en prachtige symfonische melodieën afgewisseld met keiharde - van metal geleende gitaar-riffs - begeleid door woeste, technisch hoogstaande drum- partijen met op de achtergrond vaak de meest vreemde en originele bizarre psychedelische geluidseffecten. Ten slotte wordt de handtekening van elke compositie telkens gezet met het ijle, dromerige stemgeluid van Steven Wilson. Naarmate de albums zich ontwikkelden werden ook de teksten zinvoller en veelzeggender. U merkt het, hier is een Porcupine Tree adapt aan het schrijven!
Toen het nieuwe album 'The Incident' dan ook werd aangekondigd was ik buitengewoon nieuwsgierig en hongerig naar het verschijnen ervan. Die honger kwam vooral voort uit het bericht dat het album een - door mij ge- liefde - oude traditie in ere zou herstellen: 'The Incident' zou een concept- album worden.
Het thema dat Wilson wilde uitwerken had te maken met de contras- terende subjectieve belevingen van gebeurtenissen. Vanuit persoonlijke ervaringen was hij geïntrigeerd geraakt in het verschijnsel dat bepaalde gebeurtenissen die het leven van een persoon totaal overhoop kunnen gooien of zelfs helemaal kunnen verwoesten, door niet direct betrokkenen vaak op eufemistische wijze benoemd worden als 'slechts' een incident. Op zich een nietszeggend thema maar degenen die ooit onderricht hebben gekregen in Engelse literatuur weten dat grote kunstenaars in staat zijn om nihilistische thema’s en onderwerpen te transformeren naar een ervaring van levensbelang: ik verwijs hierbij naar de 'Mock Heroic Poems' van de grote zeventiende eeuwse Engelse dichter Alexander Pope. Aangezien ik Steven Wilson inschatte als het muzikale equivalent van Pope waren mijn verwachtingen hooggespannen.
Ik moet de lezer echter zwaar teleurstellen. 'The Incident valt ernstig' te- gen en de band heeft met dit dubbelalbum hun hand ernstig overspeeld. De eerste cd is gevuld met het meer dan 55 minuten durende, zwaar tegen- vallende conceptstuk 'The Incident'. De tweede schijf bestaat daarentegen uit een viertal relatief korte composities die bij elkaar zo’n 20 minuten in beslag nemen en wél de moeite van het beluisteren waard zijn.
Bij voorbaat wist ik dat het een grote prestatie zou zijn om anno 2009 een compositie van bijna een uur te produceren die enerzijds spannend zou zijn en anderzijds de aandacht zou kunnen vast houden. Zelfs 'Thick as a Brick' van Jethro Tull boeide in 1971 niet de gehele 45 minuten. Wilson gaf ik echter – op grond van zijn onnavolgbare talent en zijn prachtige oeuvre tot nu toe - het voordeel van de twijfel. Nu blijkt echter, na diverse luister- sessies, dat ook Wilson maar een mens is.
Als ik de track 'The Incident' moet karakteriseren kom ik niet verder dan een karikatuur van alle eerdergenoemde kenmerken van het unieke Porcu- pine Tree-geluid. De kracht van de band is op dit nummer echter verworden tot een clichématig herhalen van datgene wat we al wisten. Er staan frag- mentjes muziek op die aardig klinken maar als geheel komt deze compo- sitie op mij over als een Porcupine Tree onwaardig wangedrocht. Het is opgedeeld in 14 stukken waarvan slechts deel 9 'Time Flies ', een bijna 12 minuten durende compositie die overduidelijk refereert aan 'Animals' van - toch weer (!) - Pink Floyd, een Porcupine Tree waardige compositie is. En dat is weinig voor een dubbelalbum.
Het ware beter geweest als 'Time Flies' samen met de vier nummers van de tweede schijf uitgebracht zou zijn geworden op één CD. Die schijf zou dan van mij 4 JoJo’s gekregen hebben. Het album krijgt van mij nu echter met moeite en ternauwernood 3 JoJo’s. Het doet mij – als groot Porcupine Tree fan - pijn dit te moeten constateren. Ik hoop ten volste dat dit slechts een incident is. Henk Vermeulen (10-2009)

Bezetting:
Steven Wilson - vocals, guitar, piano

Richard Barbieri - keyboards, synthesizers
Colin Edwin - bass guitar
Gavin Harrison - drums, percussion

Discografie (selectief):
On the Sunday of Life..... (1991)

Voyage 34 (1992)
Up the Downstair (1993)
Staircase Infinities (1994)
Yellow Hedgerow Dreamscape (1994)
The Sky Moves Sideways (1995)
Signify (1996)
Coma Divine Live (1997)
Stupid Dream (1999)
Lightbulb Sun (2000)
Voyage 34 - The Complete Trip (2000)
Recordings (2001)
Stars Die: The Delerium Years 1991 -1997 (2002)
In Absentia (2002)
Deadwing (2005)
Fear of a Blank Planet (2007)

The Incident (2009)

Wat een week ... CD

DAVID SYLVIAN - Manafon (2009)

"Chamber Music" ...

... zo omschrijft David Sylvian de muziek die hij in deze fase van zijn le- ven maakt. Een paar weken terug schreef ik over Mark Hollis (Talk Talk), die zijn muziek afbouwde naar een nulpunt en daarna verdween. Het lijkt wel alsof Sylvian daar ook mee bezig is als je zijn ontwikkeling tegen het licht houdt van het arty Japan van toen naar het uitgeklede en basale 'Ma- nafon' van nu.
Op 'Manafon' is er bijna niets over en wat rest is sfeer, geluiden, repete- rende flarden teksten, zo wat opgezegd in plaats van gezongen, onder- bouwd door minimale avant-gardistische arrangementen die mij doen den- ken aan de 'Film Works Cyclus' van John Zorn. Frank de Munnik van het VPRO-programma 'De Wissel' zegt "Sylvian neemt je oren mee naar een gebied waar je nog nooit bent geweest maar wat je op de een of andere wijze wel herkent". Dat is een rake beschrijving van ook mijn gevoel bij dit album.
Een klein kritiekpunt is het ritme van de door Sylvian gezongen dan wel gedeclameerde woorden op de negen tracks van dit album, dat wat een- tonig is en eenzelfde opbouw kent. Verder maak je als luisteraar met 'Ma- nafon' een weldadige en kalme reis en bereik je een eiland van rust in een hectische wereld. Het prachtige, vervreemdende art-work van de Neder- landse kunstenaar Ruud van Empel verbeeldt deze rust treffend Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 38)


Een 'Manafon'-indruk? Klik op PROGVIDEO rechtsboven!

Wat een week ... CD

LEAP DAY - Awaking the Muse (2009)

Het Nederlandse progwereldje ...

... is klein want in Leap Day hebben leden van Flamborough Head, Nice Beaver (tijd om hun uitstekende 'Oregon' weer eens te beluisteren), Pink Floyd Project en King Eider elkaar gevonden.
Ik ben op mijn hoede als er met enig tamtam een nieuwe progband wordt gelanceerd en als er dan ook nog in de promo-leaflet staat dat er veel in- vloed is van Yes, Genesis, Camel, Marillion en IQ dan word ik, ondanks dat dat ook mijn oude favorieten zijn, nog wat terughoudender. De gesug- gereerde associatie met The Flower Kings is overigens, gelukkig maar, ver te zoeken.
Maar per saldo ben ik enthousiast geworden over dit debuut. Genoemde invloeden zijn er maar Leap Day weet een goed geproduceerd, mooi, rijk en warm symfonisch geluid neer te zetten. Vooral de grootse gitaartonen en lange strepen van Eddie Mulder domineren als ook de volle keys van zowel Derk Evert Waalkens en Gert van Engelenburg, waarbij niet altijd duidelijk is wie welke partijen speelt maar wat maakt dat ook uit.
Opener 'When Leaves Fall' springt er uit en dat geldt ook voor het melo- dische en met een goed refrein getooide 'Eyes Wide Open' maar eerlijk gezegd staan er compositorisch geen zwakke broeders op dit album. Wel een kritiekpunt en dat is de zang van Jos Harteveld. Dun, weinig diepte en kracht en qua timbre ook niet zo goed passend bij symfo. Ik hou mijn hart vast voor live-optredens ...
Daar overheen stappend: het in een goed verzorgd art-work gestoken album vormt een lekker debuut met warme, sferische symfo. Voor de kille, herfstige tijd die voor ons ligt.
Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 37)

Wat een week ... CD

RADIOHEAD - The Bends (1995)

De opmaat voor het meesterwerk ...

... kan een typering zijn van Radiohead's tweede album. De vestiging van het instituut Radiohead is een andere. Met 'The Bends' droeg de Britse groep het kenmerkende geluid uit dat zoveel alternatieve (gitaar)bands zou gaan beïnvloeden. Het betekende de doorbraak.
Een album vol intrigerende songs. Prachtige nummers als 'Nice Dream' en 'Bullet Proof', met de indringende en breekbare stem van bandleider Thom Yorke. Daarnaast heftiger stukken en voorboden van de experi- menteerdrift, die later in 'Kid A' (zie WeekCD 2008-24) tot volle bloei zou komen. Goed te beluisteren zijn de invloeden van de nadagen van The Beatles en de begindagen van Pink Floyd.

Opvolger 'OK Computer' (zie WeekCD 2007-15) zou twee jaar later het algemeen aanvaarde hoogtepunt uit het oeuvre van Radiohead worden en 'The Bends' in de schaduw plaatsen. Maar toen het album de afgelopen week thuis in de cd-speler lag herkende mijn zoon van veertien de track 'Just (Do it to Yourself)' als tune van een Animal Planet-programma, en ik hoorde zelf slotnummer 'Street Spirit (Fade Out)' klinken in een com- mercial. Dus hoezo "in de schaduw"? Peter Swart (wat een week 37)