Wat een week ... CD
FJIERI - Endless (2009)
Tien jaar werken aan een debuutalbum ...
... is dat een teken van onzekerheid, te weinig tijd, gebrek aan inspiratie of doorgeschoten perfectionisme? Ik denk het laatste. Het viertal van de Italiaanse band Fjieri - Lori, Lori, Panunzi en Strizzi - houdt van meer dan één puntje op de 'i'. Ondersteund door Richard Barbieri, Gavin Harrison (beiden Porcupine Tree) en Tim Bowness (no-man), heeft men een prach- tig geproduceerd maar steriel ambient rockalbum afgeleverd met sterke tracks zonder uitschieters.
Het zijn juist die steriliteit en het gebrek aan uitschieters die terug te voe- ren zijn op de lange voorbereidingstijd. Doorgeschoten perfectionisme leidt immers tot de valkuil 'pietluttigheid'. En laat ik dat nu zelf ook niet worden want ik vermaak mij in de tussentijd prima met dit album. Dat opent met het progressieve 'A Reality Apart' dat met zijn bombastische toetsenerup- ties de speakers uitknalt. En zo hebben we het melodische door Bowness zo typisch gezongen 'Breathing Thin Air' en het sombere 'Endless'. En hik- te ik op papier tegen het door zangeres Haco deels in Chinees gezongen Soul Eaters' aan maar dat pakt zelfs goed uit. Het is een voorbeeld van het progressieve karakter van Fjieri want zij deinzen niet terug voor net buiten de lijntjes kleuren.
Alle overige zes tracks zitten op dezelfde kwalitatieve lijn. Ik had alleen wat meer dynamiek in produktie en composities verwacht waardoor het album spannender zou zijn geworden. Nu blijft de teller voor het in prachtig art-work gestoken 'Endless' steken op 'zeer goed'. Over tien jaar weten we of Fjieri de lijn doorzet naar 'meesterwerk' bij het verschijnen van het tweede album ... Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 10)
Wat een week ... CD
MARK HOLLIS - Mark Hollis (1998)
Eén minuut stilte ...
... aan het einde van het enige soloalbum dat Mark Hollis na Talk Talk nog fabriceerde. Om daarna te verdwijnen in het absolute niets. Zoals ik al eerder schreef over het Talk Talk album 'The Colour of Spring' "het werd steeds minimaler, tot er niets meer over was dan enkele tonen". Hollis was op zoek en op weg naar het nulpunt, dat uiteindelijk op dit soloalbum werd gevonden, met die laatste, stille minuut als kippenvel veroorzakende metafoor.
Wat een briljant en emotioneel werkstuk is dit. Hollis zingt af en toe zoals vroeger maar vaker lispelend, nauwelijks verstaanbaar, alsof hij al weg is en zijn echo nog net te horen valt. Ondersteund door grote namen als Dominic Miller (gitaar), Robbie McIntosh (gitaar) en wederom de huivering- wekkende trompet van Henry Lowther die ook al zijn partijen blies op de laatste Talk Talk albums.
Briljant, zoals gezegd, met als absolute hoogtepunten 'The Watershed', het sombere 'Inside Looking Out', waarin hij volgens mijn tekstinterpretatie afscheid van ons en de muziek neemt, en 'A Life (1895-1915)'. Met wat referenties aan David Sylvian en Anja Garbarek. Er had ook niets meer moeten volgen. Het muzikale einde van Mark Hollis had niet mooier kun- nen zijn. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 09)
Barbara Rubin - Under the Ice (2009)
Label: btf.it
Bandsite: www.myspace.com/barbararubinmusic
Duur: 33:13
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
Hoewel de glad en commercïeel ogende hoes anders doet vermoeden, is hier toch sprake van muziek met een progressieve achtergrond. 'Under the Ice' betreft namelijk het solodebuut van de violiste van de Italiaanse prog- band Arcansiel, Barbara Rubin. Zij speelde o.a. mee op 'Swimming in the Sand' uit 2004.
Barbara Rubin heeft een klassieke achtergrond met haar opleiding viool aan het Conservatorium in Piacenza. Naast haar ervaring in de progres- sieve en zelfs metalscene heeft zij een duidelijke voorkeur voor rock in het 'mainstream' segment. En dat zijn de drie elementen - klassiek, prog en, vooruit, pop - die in mijn oren op 'Under the Ice' prima zijn samenge- voegd tot een sterk bouwwerk. De uitstekende, heldere en warme produktie van Rubin en Simone Morandotti en de onverwacht goede zang van Rubin - zowel ingetogen als uitbundig en grotendeels in Engels vrijwel zonder accent - zijn het veilige dak op het huis. En niet te vergeten haar goede pianospel en mooie vioolklanken.
De titeltrack opent en vormt een illustratie van die verschillende ingrediën- ten. Een mooie melodie in een track die is opgebouwd met onverwachte aan de progrock refererende wendingen. Het intermezzo 'The Land (inter- lude)' en 'Angel Heartbeat' vind ik beide ijzersterk en maken veel emotie los. Door de pianoklanken, de melodie, de melancholische ondertoon en de emotie in de stem van Rubin. Prachtig, met qua sfeer lichte associaties aan Kate Bush.
'A Place that Nobody Knows' is een rocknummer met van die klassieke door strijkers gevulde intermezzi en arrangementen en gaandeweg een korte synthsolo van Morandotti, een eruptie zoals we die kennen uit de prog en symfo. 'Stupid Day' vind ik het hoogtepunt van dit album. Een ambient sfeer door synths, piano, viool en cello en prima bij elkaar passende stemmen van Rubin, Giolo en Ravetto. Volgens mij kunnen alleen Italianen op die manier de gevoelige snaar raken. Jammer dat het abrupt wordt 'uitgefade'. Het begin van 'Liar' lijkt overigens op een freakende Keith Emerson en wordt daarna een op Anouk gelijkend en door Rubin kwaad gezongen nummer. Maar wat wil je als het over een leugenaar hebt?!
Het in het Italiaans gezongen 'Ero e Sono' spreekt mij minder aan maar 'Music and Love' zit weer goed in elkaar en 'Orange Roses' is zoet maar bevat weer een knap thema op piano en viool. En sluit daarmee een album af dat een prima synergie laat horen tussen progressieve pop met een klassieke onderlaag.
Toch een nuancering na deze positieve woorden. Het album is te kort: er had wel een kwartiertje aan de 33 minuten mogen worden toegevoegd. En je moet er van houden, van muziek met weliswaar progressieve invloeden maar op het randje van pop. Zou die gladde hoes met deze prachtige vrouw dan toch een poging zijn het grote publiek te bereiken? Het zou mij niet eens verbazen als dat gaat lukken. De popmuziek zou er in ieder geval in kwalitatieve zin 'een boost' door krijgen. Het is Barbara Rubin gegund. Harry 'JoJo' de Vries (02-2010)
Bezetting:
Barbara Rubin - lead and backing vocals, violin, viola, piano and synth-pad
Andrea Giolo - backing vocals and lead vocals (Stupid Day)
Marianna Caltavuturo - backing vocals (Angel Heartbeat)
Alberto Rondano - guitar
Paolo Baltaro - acoustic guitar 6 and 12 strings
Andrea Garavelli - fretless bass
Antonella Morrone - bass (Liar)
Sara Morandotti - flute
Claudia Ravetto - cello
Simone Morandotti - drums, guitar, lead synth and Hammond organ
Discografie:
Under the Ice (2010)
Met Arcansiel:
Swimming in the Sand (2004)
Wat een week ... CD
PAT METHENY - Orchestrion (2010)
Een eigentijdse Nikkelen Nelis ...
... zo mogen we de altijd naar nieuwe wegen zoekende Pat Metheny wel noemen. Want op dit album heeft hij een arsenaal aan aangepaste instru- menten ingezet - zie hoes - waaraan zogenaamde 'solenoïde knoppen' en pneumatische elementen zijn toegevoegd. Hierdoor kan Metheny dit com- plete 'orkest' via zijn gitaar en gitaarpedalen bespelen. Je zou zeggen dat dat ook eenvoudiger kan - via 'samples' of het inhuren van muzikanten - maar blijkbaar had hij zich dit jaren terug al ten doel gesteld.
Ten overvloede, Metheny bespeelt dus alles zelf. Het bouwwerk doet mij denken aan de in 1991 overleden Franse kunstenaar Tinguely waarvan ik vorig jaar in De Kunsthal in Rotterdam een indrukwekkende tentoonstelling zag. Een adept van de kinetische kunst c.q. van beweging in de kunst. De man bouwde uit allerlei onderdelen immense bewegende 'machines' waar- van je je steeds maar afvroeg 'Hoe kan dit werken? Welnu, bij Metheny werkt het in ieder geval perfect want 'Orchestrion' is, hoewel je kan horen dat het geen orkest van vlees en bloed is, een zeer goed album in de sferen van jazz en jazz-rock.
Opgebouwd uit vijf tracks van gemiddeld tien minuten, neemt Metheny ons mee in spannende composities waarin veel gebeurt en die enigszins refereren aan zijn albums 'Secret Story' (1992) en 'Imaginary Day' (1997). Zich bewegend van uptempo jazzrock naar easy jazz, gelukkig zonder uitstapjes naar zijn favoriete 'free jazz'. De weliswaar sporadische maar duidelijke folkinvloeden zoals in de titeltrack zijn opmerkelijk. 'Orches- trion': een bijzondere aanpak en muzikaal een aanrader. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 08)
Wat een week ... CD
THE FLAMING LIPS - The Soft Bulletin (1999)
Aangestoken door het virus ...
... dat The Flaming Lips heet. Dat overkwam mij nadat ik het ijzersterke nieuwe album 'Embryonic' tot mij nam. De band kende ik maar in de kast onder de 'F' was een geheel lege plek te vinden. Die blinde vlek wordt nu langzamerhand opgevuld met onder andere het ruim tien jaar oude 'The Soft Bulletin'.
Het Engelse blad 'Uncut' schreef in die tijd over dit album "Unlike Any- thing, Ever". En dat is een waarheid als een koe. Ongeëvenaard, onverge- lijkbaar, zowel qua (geëngageerde) teksten, sound, opbouw van composi- ties, noem maar op. Al wil ik er altijd graag bij vermelden dat het zonder Pink Floyd niet mogelijk was geweest.
Zanger Wayne Coyne is geen topvocalist die alle registers moeiteloos bedwingt. Daar valt wel wat op aan te merken. Maar het is zijn handels- merk, zoals het dat van Neil Young is, en zijn stem past zo ontzettend goed bij de sfeer en valt als het ontbrekende laatste stukje in een 'jig-saw' met '1500 pieces' op z'n plaats. Want complex is het wat The Flaming Lips maken, al lijkt en klinkt het soms simpeler dan dat het is en al is het experiment hier wat minder prominent dan op andere albums.
Opener 'Race for The Prize' is daarvan een voorbeeld: pakkende melodie maar nauwkeurige beluistering laat horen dat het niet is wat het lijkt. En de tekst is raak, over elkaar doodvechtende wetenschappers die ieder voor zich eeuwige roem willen bereiken in het genezen van een ziekte. Laat het niet de ziekte zijn die leeft bij het virus van The Flaming Lips. Want die ziektekiemen draag ik liever nog enige tijd met mij mee. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 06)
Midlake - The Courage Of Others (2010)
Label: BellaUnion
Bandsite: http://midlake.net/blog
Duur: 41:44
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (uit max. 5 JoJo’s )
Tim Smith, de frontman van Midlake noemt zichzelf een escapist: “ik houd van kunst die oud aanvoelt: muziek zoals ze niet meer wordt ge- maakt, boeken zoals ze niet meer worden geschreven, films waaraan je ziet dat ze oud zijn. Ik laat mij graag meevoeren naar vervlogen tijden” (Volkskrant, 30 januari j.l.). Op 'The Courage of Others' nemen Smith en zijn band de luisteraar mee naar vervlogen tijden.
Meer in het bijzonder naar de tijden waarin de Britse folkrock zich begon te ontwikkelen; eindjaren zestig, begin jaren zeventig. De muziek op 'On the Courage of Others' refereert overduidelijk aan de eerste twee albums van Fairport Convention waarop Ian Matthews nog van de partij was. Ik noem niet voor niets de naam van deze sympathieke Britse musicus, tegen- woordig woonachtig in Limburg. De songs van Midlake associeren vooral met zijn latere bands: Matthews Southern Comfort en vooral Plainsong waarvan het schitterende 'In Search of Amelia Earhart' een onderschat en tijdloos meesterwerk is.
Matthews verliet Fairport destijds omdat hij zich niet thuis voelde bij de Keltisch-Britse weg die de groep insloeg. Matthews’ soloprojecten en latere bands ademden meer de sfeer van de Amerikaanse folk. Dit vind ik opmer- kelijk want de songs van de Texaanse Band Midlake klinken op dit album nog Britser dan Brits terwijl ik steeds denk aan Ian Matthews die juist zo Amerikaans mogelijk wilde klinken. Het lijkt wel of Midlake en Matthews samen de doorsnede vormen van de Amerikaanse en Britse folk.
Overigens klonk voorganger, het commercieel redelijk succesvolle 'The Trials of Van Occupanther', ook erg Brits. Toch had dat album een totaal ander karakter want die songs waren vooral geïnspireerd door Radiohead. Bij het beluisteren is het zien van het hoofd van Thom Yorke onvermijdelijk. Ook het gebruikte instrumentarium van de twee genoemde albums verschilt aanzienlijk. Op 'The Courage of Others' overheerst de akoestische gitaar terwijl op de voorganger vooral keyboards de overhand hebben.
Dit album is er vooral een van de akoestische gitaar en daarmee is meteen de k(p)racht ervan benoemd. De liedjes klinken stuk voor stuk erg mooi en sfeervol. De teksten gaan vooral over de natuur en vergankelijk- heid. De plaat opent met 'Acts of Man', een melancholieke song over de vergankelijkheid, waarin de luisteraar wordt meegenomen door de prachtige rustgevende stem van Tim Smith, begeleid door sfeervolle accoorden op de akoestische gitaar.
Het tweede nummer, 'Winter Dies', borduurt voort op die sfeer om halver- wege geleidelijk aan vergezeld te gaan worden van een door een elektri- sche gitaar geproduceerd noise-geluid dat, hoe paradoxaal dat ook moge klinken, nooit als echte 'noise' klinkt vanwege de juiste dosering ervan. Alle nummers ademene dezelfde typisch Britse, enigszins deftige maar ook minstreelachtige melancholieke sfeer, die overigens niet alleen op oude folk- rock is gebaseerd maar bij vlagen ook Canterbury associaties oproept. Met name de manier waarop Tim Smith zijn stem op dit album gebruikt refe- reert aan Richard Sinclair (Hatfield and the North, Caravan).
'The Courage of Others' is zo’n album dat je helemaal uit laat spelen. Van begin tot eind elf nummers die achter elkaar voortkabbelen in dezelfde heerlijke rustieke sfeer. Geen enkel nummer springt eruit, in positieve noch in negatieve zin. Wellicht dat daar na verloop van tijd toch een zwakke plek blijkt te liggen: dat dit album wellicht niet genoeg afwisseling bevat. Voorlo- pig heb ik daar nog geen last van en blijf ik genieten. Henk Vermeulen
(02-2010)
Bezetting:
Tim Smith - vocals, acoustic guitar, flute, recorder, piano, keyboards
Eric Pulido - acoustic guitar, electric guitar, 12-string, dulcimer, autoharp, percussion, (backing) vocals
Eric Nichelson - electric guitar, acoustic guitar, 12-string guitar, autoharp, percussion
Paul Alexander - bass, electric guitar, bassoon
McKenzie Smith - drums, percussion
Discografie:
Milkmaid Grand Army (2001, EP)
Bamnan and Silvercork (2004)
The Trials of Van Occupanther (2006)
The Courage of Others (2010)