douBt - Never Pet a Burning Dog (2010)
Label: Moonjune Records
Bandsite: www.myspace.com/doubt3
Duur: 53:35
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
douBt is een trio dat zich richt op 'power electric jazz' en dat bestaat uit Alex Maguire (die een rol speelde in een late generatie Hatfield and the North, met Pip Pyle speelde en ook actief is met zijn sextet) op key- boards, Michel Delville (bekend van mijn favoriet The Wrong Object) op gitaar en Tony Bianco (die o.a. met Elton Dean speelde) op drums. Spe- ciale gast is bovendien de geen introductie nodig hebbende Richard Sin- clair die bas speelt en op twee tracks zingt en dan direct de sfeer weet terug te halen van Hatfield en Caravan.
'Never Pet a Burning Dog' is geen gemakkelijk album, maar dat is be- kend van de Moonjune Records catalogus, en dus: complex, op momen- ten experimenteel, polyritmisch en vooral energiek en vitaal. Voor zover ik kan achterhalen is een deel van de composities geimproviseerd, met uit- zondering van de door Sinclair gezongen tracks, en zijn alle acht tracks in één take opgenomen. Daardoor blijft het wel zo fris.
Ik ben wel blij met dit album, niet in de laatste plaats door Sinclairs' bij- drage, maar zeker ook door de durf en de creativiteit die wederom spreken uit een album waarbij Maquire en Delville betrokken zijn. Dat zijn geen jongens van de gestampte pot maar gaan doorgaans voor nieuwe gerechten of voor bekende gerechten met een twist.
Het debuutalbum opent via kerkklokken met 'Corale di San Luca' en de stem van Sinclair en waan ik mij op The Rotter's Club, even maar, om de track langzaam op te laten bouwen in de richting van track twee, het harde en felle door gitaar gedomineerde 'Laughter' waarbij de elektrische piano van Maguire onmiskenbaar een Canterbury sfeertje in het geweld probeert te bewaren. De track ontspoort maar toch ook weer niet. Dit had Hatfield nooit kunnen doen ...
'Over Birkerot', een compositie van Terje Rypdal, geeft korte tijd weer wat lucht, maar introduceert al snel een rauwe gitaarsolo van Delville die duide- lijk refereert aan het typische geluid van voorbeeld Zappa. Anders dan Terje Rypdal zelf zou doen maar een prima interpretatie door douBt.
Het album vervolgt met het relatief ingetogen, dreigende en knap gespeel- de ‘Sea’ en met vier minuten Sinclair, zingend in ‘Passing Cloud’. Heerlijk te horen dat Richard 'alive and kicking' is in een uitstekend 'easy jazz' nummer met een mooie mellotron op de achtergrond. 'Cosmic Surgery' is een uitschieter met Soft Machine-eigenwijsheid.
douBt lijkt mij een aanwinst voor de jazz-rock in de avant garde hoek, daar heb ik geen enkele twijfel (...) over. Dat Sinclair meedoet is daarbij mooi meegenomen en ik hoop dat hij de volgende keer wederom wordt uit- genodigd als gast. Dan ben ik ook weer van de partij! Harry 'JoJo' de Vries (03-2010)
Bezetting:
Alex Maguire - Fender Rhodes electric piano, Hammond organ, Mellotron, synth
Michel Delville - electric guitar, Roland GR-09
Tony Bianco - drums
with special guest
Richard Sinclair - vocals (1, 5) and electric bass (1, 2)
Discografie:
Never Pet a Burning Dog (2010)
Wat een week ... CD
FRANK ZAPPA - Burnt Weeny Sandwich (1970)
Zelfs voor een Zappafanaat ...
... is het welhaast onmogelijk de catalogus van deze briljante componist, hier samen met The Mothers of Invention, volledig te hebben. Zo sloeg ik recent mijn hand op een lege plek toen ik naar 'The Grand Wazoo' (1972) wilde luisteren. Die bleek ik 'slechts' op LP te hebben. Hetzelfde gold voor 'Burnt Weeny Sandwich' die dan ook meteen op disc werd aange- schaft.
De hoes van dit album is inmiddels een ikoon maar dat was Zappa ten tijde van 'Burnt Weeny Sandwich' nog niet. Al had hij met o.a. 'Freak Out' (1966), 'Uncle Meat' (1969) en 'Hot Rats' (1969) zijn naam al gevestigd, zijn uiteindelijke faam kreeg toch vooral in de loop van de jaren zeventig ge- stalte via de produktie van een groot aantal (dubbel)albums, soms wel een aantal per jaar.
Op het voorliggende album zijn vroege tekenen zichtbaar van Zappa's briljante compositorische vermogen tot het schrijven van stukken met een aan de klassieke muziek refererende opbouw. Het bijna twintig minuten durende, enerverende 'The Little House I Used to Live In', is daarvan een voorbeeld. Door Igor Stravinsky en Edgar Varèse geïnspireerde contrapun- ten, a-tonale klanken en afwisseling van diverse compositorische lijnen, maken dit stuk tot een achtbaan waarbij zich na iedere meter een nieuwe belevenis voordoet. De geniale, lange en vurige vioolsolo van Don 'Sugar Cane' Harris kan niet lang genoeg duren en swingt als een gek. Een solo die overigens voortkomt uit de 'Hot Rats'-sessies.
'Burnt Weeny Sandwich' gaf wederom een doorkijkje, een voorspelling van wat er allemaal nog ging komen. En dat was niet alleen veel, maar dat was vooral tomeloze hoge kwaliteit van een componist die inmiddels aller- wegen wordt erkend en het segment van de progressieve muziek al enige tijd ruimschoots is ontstegen. Terecht! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 14)
Wat een week ... CD
TODD RUNDGREN - Something/Anything? (1972)
Een vreemde eend in de uitverkoopbak ...
... van Free Record Shop. Zo mag de cd-versie van Rundgren's derde solo-album gerust genoemd worden. Net als 'Todd', dat twee jaar later zou ver- schijnen (zie WeekCD 2008-46), is het een album met een prachtige col- lectie van zoete popliedjes, stevige garagerock avant la lettre en bizarre geluids- en studio-experimenten. Het zou Rundgren's meest verkochte product worden en leverde hem zijn grootste hit op in de vorm van 'Hello, It's Me'. Het geheel doet denken aan de experimentele fase van The Beat- les, die daarin onweerstaanbare melodieën durfden te combineren met grensverleggende experimenten.
Rundgren spreidt op 'Something/Anything?' zijn creativiteit uit over vier elpeekanten, die allen een eigen titel en gezicht meekrijgen. Kant 4, 'A Pop Operetta', begint met een antieke opname uit de oefengarage van Todd's eerste bandje en gaat over in live-opnames met toevallig aanwezige muzikanten. Kant 3 heet 'The Kids Get Heavy' (spreekt voor zich), kant 2 is 'The Cerebral Side' (minder toegankelijk, meer experimenteel) en kant 1, getiteld 'A Bouquet of Earcatching Melodies', opent met 'I Saw the Light', waarbij de kans groot is dat u zult denken "hé, dat ken ik, is dat van Rundgren?"
'Something/Anything?' kent nog niet zoveel progressieve invloeden als 'Todd' en het etiket progrock, zoals we dat nu kennen, is te zwaar. Maar iedere liefhebber van vooruitstrevende muziek raad ik aan snel naar de winkel te lopen, want de stapel is aan het slinken. Peter Swart (wat een week 13)
Wat een week ... CD
OZARK HENRY - Grace (2008)
In Nederland ondergewaardeerd ...
... de Belg Piet Goddaer, alias Ozark Henry, dat durf ik wel te stellen. Vol- komen onterecht want de man maakt prachtige muziek in het progressie- ve idioom. Altijd van hoge kwaliteit. Ik ken dan ook geen zwak album van hem en hij heeft er inmiddels toch zes op zijn naam staan. Het in 1996 verschenen 'I'm Seeking Something That Has Already Found Me' be- schouw ik als een progressief meesterwerk.
En ook 'Grace' is meer dan uitstekend en bevat deels nieuwe tracks en deels tracks die al eerder verschenen maar in de studio opnieuw zijn inge- speeld. Goddaer is een meester in het verwerken van sterk melodische thema's in zijn composities, heeft een bijzondere en karakteristieke stem met veel 'soul' en zorgt altijd voor een kraakheldere en volle produktie. Zo ook hier. Niet zo gek want hij produceert ook veel voor anderen dus be- heerst de kneepjes van dat vak. Bovendien is hij sterk op keyboards waar- bij op 'Grace' vooral de met echo omringde piano opvalt.
Alle veertien tracks op dit relatief rustige album met een heerlijke sfeer zijn hoogwaardig waarbij het complexe 'To Walk Again', het sferische en dreigende 'Splinter' en het repeterend opgebouwde 'Godspeed' er uitsprin- gen. Ozark Henry is de naam. Blindelings kopen is zonder gevaar want ieder album is raak! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 13).
Random Touch - A Way from the Heard (2009)
Label: Token Boy Records
Bandsite: http://www.randomtouch.com
Duur: 55:35
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Waardering: (uit max. 5 JoJo's)
"Chaos is een niet begrepen orde", zei de filosoof Nietsche ooit. Ik om- arm deze uitspraak. Verdieping in ogenschijnlijke wanorde kan in veel ge- vallen namelijk structuren, systematiek, orde dus, aan het licht brengen die in aanvang leek te ontbreken. Welnu, ondanks langdurige verdieping in de experimentele free jazz-rock van de Amerikaanse band Random Touch heb ik tot op heden nog geen enkele orde kunnen ontdekken. En dat gaat mij zelfs als adept van de chaostheorie te ver.
Random Touch is een trio uit Illinois bestaande uit Scott Hamill (gitaar), Christopher Brown (drums en ik noem het maar stembandklanken) en James Day (toetsen). Op zichzelf prima muzikanten die hun instrument beheersen. Op het dozijn (!) albums dat de band inmiddels heeft afgeschei- den gebruikte men in het verleden, naast de traditionele instrumenten, ook zelf gekozen instrumenten zoals potten, pannen, glaswerk enz. Dat heeft men op 'A Way from the Heard' achterwege gelaten. Gelukkig maar, want Nikkelen Nelis is recent al door Pat Metheny op 'Orchestrion' overigens succesvol gereanimeerd en het zou de wanorde hier alleen maar vergroot hebben, voor zover dat nog mogelijk zou zijn geweest.
Positief is dat er zo her en der wat Canterbury referenties doorklinken - al is daar slechts het geluid van de elektrische piano verantwoordelijk voor - en zijn de improvisaties en composities enigszins schatplichtig aan Soft Machine. Die klasseband liet op sommige tracks, vooral live, in eerste instantie ook chaos horen maar nauwkeuriger bestudering bracht bij Soft Machine al rap structuur aan het licht. Wat hier dus uitblijft.
Het drietal lijkt op 'A Way from the Heard' een rumoerige fabriekshal te willen verbeelden waarin iedere medewerker zijn deel van de auto aan het maken is met de daarbij behorende 'eigen herrie'. Of zoals mijn vader zali- ger altijd zei "ieder zingt zijn eigen lied". En daar waar per ongeluk toch wat structuur ontstaat, lijkt het wel alsof de band van zichzelf schrikt om daarna snel weer naar onduidelijke, eindeloze paden uit te wijken. Als men dat nu eens minder zou doen dan zou dat in combinatie met de energie en vakkennis van de muzikanten wellicht tot betere resultaten leiden. Ik kan natuurlijk ook gewoon concluderen dat het 'not my cup of tea' is. Harry 'JoJo' de Vries (03-2009)
Bezetting:
Christopher Brown - drums, vocals
Scott Hammill - guitars
James Day - keyboards
Discografie:
Unautomate (1999)
Places We Go (2002)
Hammering on Moonlight (2002)
A Parade of Dusty Hobos (2003)
The You Tomorrow (2004)
The Elegance of Falling (2005)
Alchemy (2007)
A True Conductor Wears a Man (2007)
A Box and a Word (2008)
Duologue (2008)
Turbulent Flesh (2009
A Way from the Heard (2009)
Wat een week ... CD
GREGG ROLIE BAND - Rain Dance (2009)
Even geen zin in progrock of symfo ...
... en een opkomende drang om de beentjes van de vloer te halen? Dan zit u meer dan goed met 'Rain Dance', een wervelend livealbum van de Gregg Rolie Band.
Gregg Rolie is een grote naam die al decennia in verschillende verbanden voorbijkomt. Hij speelde al op Woodstock, maakte jarenlang als toetsenist en zanger deel uit van de band van Carlos Santana en was een belangrijk gezicht binnen Journey. In 1980 ging hij - met wisselend succes - solo en is nog steeds een veelgevraagd sessiemuzikant. En dan nu dit album dat, vreemd genoeg bij een artiest met die faam, in eigen beheer werd uitge- bracht.
Op 'Raindance' richt Rolie zich onder andere op grote hits en bekende nummers als 'Jingo', 'Black Magic Woman' en 'Oye Como Va'. En dat alles in een broeierig 'latin' sfeertje. Hoewel iedereen die tracks kent en ze mijns inziens doodgedraaid zijn - ik schrok dan ook aanvankelijk van de track- list - weet Rolie ze hier weer tot leven te brengen. Maar Rolie richt de aan- dacht zeker ook op rock en blues, zoals in het tien minuten durende 'As the Years Go Passing By'.
Rolie is gezegend met een uitstekende stem die goed past bij dit soort muziek en is bovenal een begenadigd toetsenist, vooral op Hammond schittert hij. Daar hebben we in het verleden bij Journey al van kunnen ge- nieten. Maar ook nu zijn daar sterke staaltjes van te horen. Met een band, met o.a. de legendarische Alphonso Johnson op bas en de als Santana klinkende Kurt Griffey op gitaar, die prima op dreef is en een goed geluid kunnen we dit album dan ook als feestnummer kenmerken. Je moet wel voor dit soort muziek in de stemming zijn maar ik kan mij ook voorstellen dat een slechte bui snel verdwijnt na beluistering van 'Rain Dance'. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 12)
Wat een week ... CD
TRANSATLANTIC - The Whirlwind (2009)
In deze tijden van natuurgeweld ...
... is de wervelende muziek van Transatlantic meer dan welkom. In de 'Overture' van 'The Whirlwind' worden direct meerdere heerlijke melodi- sche thema's rondgestrooid, waarvan enkele later op het album voor mooie momenten van herkenning zorgen. Het geeft dit derde album van de 'super'-progband een sterk gevoel van eenheid mee.
Neal Morse (ex Spock's Beard), Mike Portnoy ( Dream Theater), Roine Stolt (The Flower Kings) en Pete Trewavas (Marillion) hebben een prachtig vervolg geschreven op 'Bridge Across Forever' (zei WeekCD 2007-22), dat onlangs door lezers van iO Pages tot het meest gewaardeerde album van het eerste decennium is uitgeroepen. En persoonlijk vind ik 'The Whirlwind' nog veel beter! De muziek is minder lang uitgesponnen dan op BAF; ner- gens verliezen de toppers zich in een freakerige show van hun technisch kunnen; de zang van Neal Morse kan mij dit keer bekoren, en zelfs de teksten zijn voor niet-christelijke geesten die een beetje spiritueel zijn ingesteld goed te verteren.
De muzikanten hebben in interviews uitgelegd dat zij de voor hen mooiste muziek hebben willen maken, zonder daarbij te denken in termen van 'oude' of 'nieuwe' progrock. Het heeft dan ook een werk opgeleverd dat weinigen zullen kunnen weerstaan. Peter Swart (wat een week 11)
Wat een week ... CD
STRAWBS - Dancing to the Devil's Beat (2009)
Een gloedvolle derde jeugd ...
... daar zijn de Strawbs een aantal jaren terug aan begonnen. En hoe. 'The Broken Hearted Bride' prijkte zelfs op mijn Jaarlijst 2008 en nu ligt Dancing to the Devil's Beat' voor. In bijna de oorspronkelijke bezetting van eind jaren 60 met Dave Cousins, Chas Cronk, Rod Coombes, Dave Lambert en in plaats van vader Rick nu Oliver Wakeman die, zo laat de hoes zien, nog geboren moest worden. Hij tekende, uiteraard, voor de keyboards maar ook voor de sterke, symfonische arrangementen.
Wat een genot moet het zijn als je dik in de zestig bent en je merkt dat de bron van creativiteit nog steeds niet is opgedroogd en dat je zelfs nog openstaat voor nieuwe wegen. Want zo symfonisch en folky hebben de Strawbs nog nooit geklonken. De teksten zijn scherp en geëngageerd en tonen een ervaren blik op 's mens ondoorgrondelijke wegen.
Opener 'Revenge (Can Be So Sweet)' is een schoonheid en toont, ook produktioneel, 'jeugdig' elan waarbij het volle symfonische arrangement snel beklijft. Melodieuze en gelaagde arrangementen horen we ook in het indrukwekkende 'Where Shadows Fall' en in het tekstueel wat mysterieu- ze 'The Man Who Would Never Leave Grimsby' (geweldige titel!). De uit drie delen bestaande 'Pro Patria Suite' is een klein meesterwerkje in eposvorm.
De twee wat mindere tracks - de rocker 'Beneath the Angry Sky' en het bluesy 'The Ballad of Jay and Rose Mary' - doen niets af aan de hoge kwaliteit van de zeven overige nummers. Nee, afgezien van die twee tracks leveren de Strawbs wederom een zeer sterk werkstuk af dat nog vele malen zal worden beluisterd. Op naar de vierde jeugd. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 11)
Yeasayer - Odd Blood (2010)
Label: Mute
Bandsite: www.yeasayer.net
Duur: 39:43
Reviewer: Henk Vermeulen
Waardering: (max. score aan JoJo’s)
Na het ijzersterke debuut van Yeasayer met ‘All Hour Cymballs’ was het lang wachten op het vervolg. Vanwege de kwaliteit en originaliteit van dat debuut waren de verwachtingen zeer hoog gespannen. Op 5 februari 2010 was het dan zo ver: de Nederlandse release van ‘Odd Blood’, het tweede album. En het op de proef gestelde geduld is het volledig waard: het is namelijk een meesterwerk.
Op ‘Odd Blood’ is wederom een enorme dosis creativiteit en originaliteit waarneembaar. Het album is echter qua stijl mijlenver verwijderd van zijn voorganger. En daar ligt nu juist de genialiteit van het gezelschap uit Brook- lyn. Men blijkt zich niets te hebben aangetrokken van de wensen van het publiek ten aanzien van een vervolg op de originele, psychedelische, alter- natieve multi-culturele wereldmuziek van ‘All Hour Cymballs’. Integendeel, de band blijft trouw aan de creatieve vernieuwingsdrang door een tweede album te produceren dat, hoewel even verfrissend, totaal anders klinkt dan het succesvolle debuut.
Toch is er ook een overeenkomst: de fascinerende diversiteit en hetero- geniteit aan muzikale stijlen die, op complexe wijze door elkaar heen ver- vlochten, fungeren als bouwstenen van een geluid dat zeer herkenbaar is als de typische Yeasayer-sound.
Waarschijnlijk zijn er liefhebbers die afhaken bij 'Odd Blood’. De huive- ringwekkende, schitterende etnische melodieën ontbreken namelijk (terwijl er wel degelijk wereldse tribale klanken en sferen naar boven komen). Zij zijn vervangen door bij vlagen bonkende en dreunende elektronische disco-beats die zo uit de jaren ‘70 lijken te komen. Ja, u leest het goed: disco beats! Het is de band gelukt om een geheel nieuwe interpretatie van dit genre te ontwikkelen, waarin psychedelische klanktapijten gevuld met bizarre, sprookjesachtige ‘weirde’ geluiden de context vormen. Disco is een genre dat - eufemistisch uitgedrukt - niet bij elke lezer van dit platform geliefd is. Toch wil ik diegenen vragen om niet te stoppen met lezen want behalve een verwijzing naar disco zijn er nog meer spannende stromingen te horen zoals jazz, soul, funk, folk en ook symfo.
Zo begint opener ‘The Children’ met een kakofonie aan onheilspellende electronische ‘noise’, welke - met name ook door de monotone krachtige drumbeats - sterk aan de vroegste solo-albums van Peter Gabriel doen denken. Dit nummer loopt vervolgens prachtig naadloos over in ‘Ambling Alp’ waar voor het eerst, na de ‘voice distortion’ van het vorige nummer, de kraakheldere stem van Chris Keating te horen is. Met hem heeft het gezel- schap een ijzersterke troef in handen. De andere bandleden zijn bovendien in staat om samen schitterende harmonieën te ontwikkelen die de ene keer sterk op de voorgrond treden en de andere keer, tezamen met de uit per- cussie, ‘noise’ en electronica samengestelde klanken, als geluidsmuren fungeren voor de prachtige stem van Keating.
Ik doe het album te kort als ik de andere invloeden niet zou noemen. Zo is het onmogelijk om niet aan Animal Collective te denken. Deze twee bands zijn samen met stadgenoot MGMT en die andere vreemde band the Flaming Lips, als enigen in staat uit te drukken wat de hogepriester van de psychedelica, Syd Barrett, ooit bedoelde met zijn muziek. Zowel Yeasayer als Animal Collective noemen hun stijl overigens “New Weird America”. Het begrip ‘weird’ is zeker van toepassing. Luister maar naar ‘Rome’, het gek- ste nummer: het lijkt of de Apaches met monotoon tromgeroffel The Beegees aan het begeleiden zijn in een regendans. Ook zijn bouwstenen te horen van grootheden als The Moody Blues (‘Madder Red’), Yes (van- wege de complexiteit), Phil Collins (de drumbeats), Runrig (folk), The Beatles (de surrealistische geluiden van ‘Sgt. Pepper’) en The Pet Shop Boys (‘Love me Girl').
Na het verschijnen van ‘Odd Blood’ is één ding zeker: Yeasayer heeft zich definitief gevestigd als topband van de 21ste eeuw. De nieuwsgierig- heid naar de vervolgwerken neemt nu alleen nog maar toe. Eerst maar ge- nieten want elke luisterbeurt levert weer nieuwe ontdekkingen op, precies zoals dat bij ‘All Hour Cymballs’ het geval was. Henk Vermeulen (03-2010)
Bezetting:
Anaud Wilder
Chris Keating
Ira Wolf Tuton
Luke Fasano
Discografie:
All Hour Cymballs (2007)
Odd Blood (2010)