Wat een week ... CD
DAVID BOWIE ... All Saints (2001)
Bowie valt buiten het bestek ...
... van deze site. Al is dat natuurlijk arbitrair want als er iemand 'progres- sief' is dan is het de Thin White Duke wel. Maar dat is wat anders dan progressieve rock spelen. Aan de andere kant wordt er regelmatig op deze plaats aandacht besteed aan elektronische muziek. En daar staat deze 'All Saints, Collected Instrumentals 1977-1999' vol mee want zoals de echte Bowie-fan weet was hij, vaak samen met Brian Eno, ook al actief op dit vlak.
De tracks op 'All Saints' komen met name van albums als 'Low' en 'Heroes', Bowie's Berlijnse periode dus. Het heeft een toegevoegde waarde om al deze elektronische, instrumentale juweeltjes op één schijf te hebben. Het geeft een extra dimensie aan composities die al zo sterk waren. De kriebels lopen over het lijf bij zoveel moois zoals het intrige- rende 'Sense of Doubt', het enge 'Neuköln', het prachtige 'The Mysteries' en het ook als begeleidende muziek bij documentaires vaak gebruik- te 'Warszawa'. Briljant en door de remastering nog helderder en voller dan de originelen al waren.
Het is jammer dat David Bowie het elektronische pad niet meer bewan- delt. Een hernieuwde samenwerking met Brian Eno zou naar verwachting hoge kwaliteit opleveren. Tenzij de inspiratie er niet meer is. Bij Eno is die er nog steeds dus Bowie, sta op! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 04)
The Psychedelic Ensemble - The Myth of Dying (2010)
Label: The Psychedelic Ensemble
Bandsite: www.thepsychedelicensemble.com
Running Time: 58:35
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (uit max. 5 JoJo's)
Wie er achter The Psychedelic Ensemble schuilt, zelfs de gasten worden niet bij naam genoemd, daar is ook ProgLog AFTERglow nog steeds niet achter. Het doet er ook niet toe. Wat via het hier eerder gerecenseerde debuut 'The Art of Madness' wel duidelijk werd is dat er sprake is van hoge kwaliteit, zelfs resulterend in een Top10-notering voor dit album in de einde- jaarslijst 2010. Bevat de tweede worp ook hoge kwaliteit?
Ook 'The Myth of Dying' is een concept-album waarin de psychologische ontwikkeling van de hoofdpersoon, een Engelse dichter, na zijn dood - u leest het goed - wordt geschetst. Voor wie gelooft in een hiernamaals, is het 'doorontwikkelen' van de psyche na het overlijden natuurlijk logisch. Voor mij als rechtgeaard atheïst wat minder, maar een schrijver kan zich dit soort fictie uiteraard veroorloven en het is een interessante gedachte-exercitie.
The Psychedelic Ensemble is er wederom in geslaagd een prachtalbum af te leveren waarop men de stemmingen van de dichter en zijn belevenis- sen na de dood mooi en symfonisch heeft verbeeld. Het album is opge- deeld in negen delen, lopend van 'Canto 1: Incident at Charing Cross Road' (de dood van de dichter) tot aan 'Canto IX: The Truth of Eternity' (het besef bij de hoofdpersoon dat het ook aan gene zijde allemaal niet zo mooi is) en lijkt ook op die wijze wel wat op een klassieke symfonie.
Er wordt weer smaakvol en uitstekend gezongen en gemusiceerd waar- bij de toetsen, die refereren aan de Camel-sound, en de gitaar, met Dimeola-achtige erupties, domineren. De produktie is warm en vol. Bij 'Can- to II: Transcendence' had ik in aanvang het gevoel dat er technisch iets fout ging maar bij nadere beluistering is het de polyfonie die hier leidt tot een strijd tussen de vocalen, de gitaar en de keyboards. Dat was even wennen. Mijn favoriet is 'Canto V: The Devil's Proffer' met een King Crimson sfeertje ten tijde van 'Lizard' en met de 'breaks' en springerigheid van Gentle Giant. Uitschieter is ook het prachtige, ingetogen 'Canto VI: The Devil's Lament' waardoor ik potdorie de duivel nog aardig ga vinden ook.
De in de aanhef gestelde vraag of The Psychedelic Ensemble op deze nieuwe boreling de hoge kwaliteit weet vast te houden kan ik volmondig met "ja" beantwoorden. Een heerlijk geheel dat de luisteraar in staat stelt te visualiseren hoe het er in het hiernamaals uit zou kunnen zien. Tot aan 'Canto IX' levert dat geen verkeerd beeld op .... Harry 'JoJo' de Vries (01-2011)
Bezetting:
The Psychedelic Ensemble - all instruments and vocals
A Guest Artist - violin and strings
Discografie:
The Art of Madness (2010)
The Myth of Dying (2010)
Wat een week ... CD
JOHN LEES - A Major Fancy (1977/2010)
Een lange weg ...
... heeft dit solo-album van Barclay James Harvest's John Lees afgelegd. Reeds in 1972 opgenomen maar doordat de band het Harvest-label verliet was de vinylrelease echter pas in 1977. In 1999 volgde de CD-uitvoering met bonustracks. En dan nu een geremasterde '2CD-extended version', zoals altijd in professionele handen van Esoteric Recordings.
Als er iets is wat dit solo-album duidelijk maakt is dat John Lees een belangrijk deel van het BJH-geluid heeft bepaald, vooral door zijn unieke gitaargeluid, maar dat de unieke bijdragen van Les Holroyd en de helaas pas overleden Woolly Wolstenholme niet konden worden gemist. Er zit dus nogal wat licht tussen de BJH-sound en wat we hier horen.
Een lekker album is het, met uitschieters, goede tracks, op het oor onaffe nummers al worden ze zo niet gepresenteerd en op de tweede schijf vooral 'alternate mixes' en opvullers. Voor de geschiedschrijving is het bovendien aardig dat hier twee uitvoeringen van 'A Child of the Universe' zijn opgenomen, die ik hier beter vind dan de nogal gladde uitvoering van BJH in 1974. De absolute zeikcover 'Best of My Love' van The Eagles had in de prullenbak mogen worden gemikt. Uitschieters zijn opener 'Untitled No. 1 - Heritage', met een bijna vier minuten durende geweldige orgelsolo van Rod Argent, en de aan BJH referende tracks 'Witburg Night' en 'Long Ships'.
Voor de BJH-fan maakt dit solo-album van John Lees het plaatje com- pleet. Duidelijker wordt wie aan de touwtjes trokken binnen de band en ook wordt helderder wie de 'move' van de band eind jaren '70 in de richting van een gladder, commerciëler popgeluid op zijn geweten had. Muzikaal en zeker historisch is 'A Major Fancy' dus een aanrader. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 03)
Hookah the Fuzz - HtF (2010)
Label: Eigen beheer
Bandsite: www.hookahthefuzz.com
Running time: 63:51
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (uit max. 5 JoJo's)
Sensationeel dat is misschien wat overdreven maar ik mag toch wel zeg- gen dat ik in positieve zin van mijn stoel viel toen ik voor de eerste keer dit titelloze debuut van de Engelse band Hookah the Fuzz - wat een naam - beluisterde. Een regelrechte achtbaan waarin je terechtkomt en bij de eind-stop als het karretje tot stilstand komt blijf je uit het veld geslagen en vertwijfeld om je heenkijkend nog even zitten. Zo'n zelfde gevoel als bij de albums van Devin Townsend.
Ook bij deze band is weer sprake van een stel jonge honden die uitste- kend kunnen spelen, weten wat componeren is en bovendien getuigen van een uitgebreide kennis van de progressieve muziekhistorie van decennia terug tot nu. Die kwaliteiten worden langzamerhand ook duidelijk in het wereldje want de band stond recent op de bühne samen met Opeth en Nightwish.
Hookah the Fuzz zet zichzelf in de promosheet neer als een progmetal- band. Dat klopt, de rode draad van het album beweegt zich in dit segment en ook bands als Dream Theater en vooral ook Faith No More komen al luisterend bij mij op. Maar daar doorheen heeft men draden geweven die voortkomen uit de jazz, jazzrock, symfo, pop en folk waardoor er in het grootste deel van de acht composities veel, heel veel gebeurt. Dit komt het beste tot uiting in opener '(D)Ilusion' dat ik als een klein meesterwerk van negen minuten durf te karakteriseren. Deze track is op zichzelf al een achtbaan door de proggeschiedenis. En ook 'The Girls do Voodoo', 'Camp Refogee' en 'Addict' zijn briljant en laten zelfs Frank Zappa meerijden. En dat alles is gevat in een kristalheldere produktie.
Tegelijkertijd vormt die staalkaart aan invloeden ook een zwakte. De band hinkt soms op teveel gedachten waardoor een aantal tracks te frag- mentarisch wordt. Als er dan ook nog eens reggae voorbijkomt, overigens niets ten nadele van deze stroming, dan wordt het wat teveel van het goede. Ook lijken de heren moeite te hebben om een goed einde aan de tracks te breien. Maar goed, een jonge band en een debuut, dan kan het beter maar niet direct perfect zijn. Er zit op deze wijze immers nog groei in. Ik heb mij in ieder geval zeer vermaakt met de creativiteit en speelsheid van Hookah the Fuzz en ProgLog AFTERglow zal de band uit Birmingham zeker blijven volgen. Harry 'JoJo' de Vries (01-2011)
Bezetting:
Si Jefferies - zang, gitaar
Alexander Louis - gitaar
Roger Ash - bas
Ross Hawkins - drums
Harwood Shing - keyboards
Discografie:
Hookah the Fuzz (2010)
Wat een week ... CD
TAME IMPALA - Innerspeaker (2010)
Jonge honden ...
... deze gasten uit Australië die nog een hoop moeten leren maar goed op weg zijn op het pad van de psychedelische rock met een zgn. 'hypno-groove'. Dat laatste refereert aan een ritme dat door zijn herhaling hypnoti- serend is, een repeterend ritme zoals we dat ook kennen van Krautrock- bands als Neu! en vooral Can.
Sprekend over psychedelische rock kunnen we natuurlijk bij Tame Impala niet heen om invloeden van Floyd uit de Barrett-periode. Maar er is ook veel Beatle-invloed te horen in de composities. Alsof de psychedeli- sche en door drugs gedomineerde elementen uit de Beatle-catalogus onder een vergrootglas zijn gelegd. Aangevuld met de meerstemmige vocalen bepaalt dat de Tame Impala sound. De mooiste en beste voorbeelden hiervan zijn het imponerende en snel beklijvende openingsnummer 'It Is Not Meant to Be' en 'Runway, Houses, City, Clouds', met zeven minuten tevens de langste track.
De band moet zoals gezegd nog veel leren. Zo klinkt het album weliswaar melodieus maar het gevaar van eenvormigheid is groot en ik heb moeite de tracks uit elkaar te houden. De produktie is nogal rafelig, maar dat is helemaal 'in' tegenwoordig, en baadt in 'reverb', 'delay' en vooral veel 'echo'. Dat had wel een tandje minder gemogen.
Al met al hebben we hier te maken met een veelbelovend debuut. Als Tame Impala de kanttekeningen, die ook elders gemaakt worden, ter harte neemt ligt er een mooie toekomst in het verschiet. Geweldige hoes trouwens! Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 02)
Wat een week ... CD
ALEX CARPANI - The Sanctuary (2010)
Heerlijke verrassing ...
... dit album van de Italiaanse toetsenist Alex Carpani. Een verrassing die vlak voor Kerst binnenkwam en dus net te laat voor de eindejaarslijsten. Al werd na eerste beluistering al duidelijk dat we hier weliswaar niet te maken hebben met een grensverleggend album maar wel met een 'oorstreler' die de laatste weken herhaaldelijk de laser sierde.
Carpani timmert al jaren aan de weg. Zijn vorige album 'Waterline' uit 2004 mocht er ook zijn. Ik veronderstel dat Keith Emerson zijn grote voorbeeld is. Hij doet niet voor deze legende onder: beiden virtuoos en technisch perfect, al heeft Emerson natuurlijk veel meer invloed gehad op de ontwikkeling van de progressieve rock. De composities zijn melodieus, niet alleen door de zang, maar zeker ook door de arrangementen. In die elementen kan dan ook een vergelijking worden getrokken met Genesis ten tijde van 'Trick of the Tail' en 'Wind & Wuthering'.
Ondersteund door leden van The Watch en Mangala Vallis gaat Carpani wervelend van start in 'Burning Braziers', het begin van het concept-verhaal over een man die van de buitenwereld wordt gescheiden door het betreden van 'the sanctuary'. Ook 'Entering the Sanctuary is een favoriet, maar het album kent per saldo geen zwakke momenten.
Carpani maakt ook new age en meer klassiek georiënteerde albums. Die zijn mij niet bekend. De symfonische rock die hij laat horen op 'The Sanctuary' - gestoken in een mooie door Paul Whitehead ontworpen hoes - staat in ieder geval als een huis en is een absolute aanrader voor iedere toetsenfreak. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 01)
Seventh Wonder - The Great Escape (2010)
Label: Lion Music
Bandsite: www.seventhwonder.nu
Playing time: 67:58
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (uit max. 5 JoJo's)
Het papegaaien is weer begonnen in de progscene. Er roept iemand iets over een 'nieuwe' band uit Zweden, Seventh Wonder, en kritiekloos kwijlt iedereen er weer achteraan.
Mijn lijfblad iO Pages bombardeert het werk zelfs tot een 'Vette Krent' omdat de leden van Seventh Wonder progmetallisten zijn die in het geweld zo goed de melodie overeind weten te houden. De opmerking dat zij zelfs Dream Theater naar de kroon kunnen steken is volledig bezijden de waar- heid, voor zover er waarheid bestaat bij het luisteren naar en beoordelen van muziek. Ik ben dan wel geen op-en-top Dream Theater fan maar heb toch voldoende van deze band in de kast staan om te kunnen concluderen dat dat toch echt een andere kwaliteitscategorie is.
Je begint bij de stortvloed aan loftuitingen potdomme aan jezelf te twijfe- len. Veertig jaar ervaring met prog, symfo, progmetal en aanverwante stromingen lijkt bij al die euforie als sneeuw voor de zon te verdwijnen, te verschrompelen tot te lang geroerbakte spinazie, ineen te kakken als een soufflé door een te vroeg geopende oven. Zit ik er dan zo naast? Heb ik een progressieve burn-out en is het ingelasten van een muzikale sabbatical het beste? Of is een deel van de recensenten verworden tot kuddedieren waar de massapsychologie zich nog jarenlang mee kan vermaken? Sorry, colle- ga's maar ik hou het uit lijfsbehoud toch echt op het laatste.
Ik heb zelden een album gehoord dat zo de hemel in werd geprezen maar tegelijkertijd een stuitende aaneenschakeling van hardrock- en progmetal- clichés laat horen waar je onpasselijk van wordt. Een volkomen gebrek aan originaliteit en creativiteit teistert de oren. Met een tsunami aan gemeen- plaatsen en stereotiepe akkoorden kan dat ook moeilijk anders. En melo- die? Er komen inderdaad passages voorbij die uitnodigen tot meeneuriën maar dat doet de nieuwe van Jantje Smit helaas ook. Dus wat zegt dat?! Bovendien, zo melodieus klinken de dertien-in-een-dozijn composities van Seventh Wonder niet.
Is er dan niets goed aan dit album? De mannen zijn prima ingespeeld, beheersen hun instrument tot in de perfectie en Karevik bezit een goede strot. En toegegeven, het half uur titelnummer is aardig doordat het minder clichématig is en er behoorlijk wat afwisseling is tussen 'druk' en 'rustig'. Maar de andere zes tracks? Klinische koekoek ene dreun.
Ik denk dat de mannen van Seventh Wonder zo overtuigd zijn van zich- zelf - wat wil je als iedereen je neerzet als 'supercategorie'- dat ze het zelf niet eens meer doorhebben. Zoals recensenten het ook niet meer vatten. Wellicht dat mijn bescheiden aanval op hun kritiekarme gekwijl iets uit- haalt. Een Gelukkig Nieuwjaar gewenst! Ondanks alles. Harry 'JoJo' de Vries (01-2011)