Marbin - Breaking the Cycle (2010)
Label: Moonjune Records
Bandsite: www.marbinmusic.com
Running Time: 43:00
Reviewer: Harry 'JoJo' de Vries
Score: (out of 5 JoJo's)
Israëlische bands zijn op ProgLog AFTERglow nog niet voorbijgekomen. Bespreking van het debuutalbum 'Breaking the Cycle' is dan ook een novum want de band Marbin zetelt in 'Het Beloofde Land'. En daar is een sterk groeiende jazz- en jazzrockscene waarvan deze band een vertegen- woordiger is.
Dit kwartet, aangevuld met wat gasten, speelt sterke, energieke en melodieuze jazz en jazz-rock met een hoofdrol voor gitarist Dani Rabin en saxofonist Danny Markovitch. Vooral Rabin compenseert de afwezigheid van keyboards doordat hij met zijn gitaarspel verschillende lagen neerlegt en daaroverheen 'loops' van gitaarstrepen heeft gezet. In combinatie met de sax van Markovitch leidt dit tot bijna symfonische passages en 'soundscapes'. Opener 'Loopy' is daarvan een lichtend voorbeeld met daarin de suggestie van toetsen en zelfs viool maar het zijn toch echt de gitaar en de sax die dit effect veroorzaken. Pat Metheny deed soortgelijke dingen bijvoorbeeld op zijn sterke album 'Secret Story' uit 1992.
Marbin is naast de jazz-rock erupties ook in staat om meer ingetogen, naar de traditionele jazz neigende composities te maken zoals 'A Serious Man' en 'Outdoor Revolution', beide met prachtig solowerk van Markovitch, en het korte, enigszins softe 'Mom's Song' met woordloze vocalen van Matt Davidson en Leslie Beukelman. En ook de blues komt voorbij in 'Bar Stomp'. Dat is dan ook mijn lichte kritiek op dit album, er is wel erg veel stijlvariatie. Dat maakt het afwisselend maar ook wispelturig.
Er komt weer wat peper in de tracks met 'Claire's Indigo' dat mij wederom aan Pat Metheny doet denken. Niet zo gek want zowel drummer Paul Wertico als bassist Steve Rodby speelden lange tijd met Metheny. De pepermolen strooit nog wat meer in 'Snufkin' en vooral in 'The Old Silhouette' waarin ik zowel wat country hoor, traditionele jazz, jazz-rock als invloeden vanuit het Midden-Oosten, en bovenal sterke solo's van Rabin. Afsluiter 'The Old Grace', die acht minuten klokt, bevat de wat vlakke zang van Daniel White en laat folkinvloed horen. Die stroming hadden we nog niet gehad op dit album. De track staat daardoor wel erg ver af van de sfeer van de eerste tien tracks op 'Breaking the Cycle'.
Marbin bestaat uit technisch zeer vaardige muzikanten die ook het componeren in de vingers lijken te hebben en een goed debuut hebben afgeleverd. De ruime stijlvariatie is echter een kritiekpunt. Jeugdige onbezonnenheid? Zoektocht naar een eigen geluid? Wie zal het zeggen? De toekomst zal het zeggen, bij de release van een volgend album, of de rode draad gevonden gaat worden. Ik kijk ernaar uit. Harry 'JoJo' de Vries (05-2011)
Bezetting:
Dany Rabin - guitar
Danny Markovitch - saxophone
Paul Wertico - drums
Steve Rodby - bass
with:
James Haddad - percussion
Matt Davidson - vocals
Leslie Beukelman - vocals
Makaya McCraven - drums
Daniel White - vocals
Discografie:
Breaking the Cycle (2010)
Wat een week ... CD
OZARK HENRY - The Soft Machine/Live NF (2008)
David Bowie omschreef ...
... Ozark Henry een jaar of acht terug al als een van de meest interessante artiesten in de progressieve scene. Daar zal Piet Goddaer alias Ozark Henry blij mee zijn geweest denk ik. Een volkomen terechte waarneming overigens van legende Bowie.
Op ProgLog AFTERglow gaven wij al eerder aandacht aan Ozark Henry. De man heeft inmiddels immers al zes sterke studioalbums uitgebracht waarvan 'Birthmarks' en 'I'm Seeking Something That Has Already Found Me' tot mijn favorieten behoren. Daar kunnen we het studioalbum 'The Soft Machine' en de toevoeging 'Live at National Forest' met veel gemak aan toevoegen.
Ozark Henry is een begenadigd componist en een bijzondere zanger met een unieke stem en dictie en weet dit alles om te zetten in tracks die van begin tot eind dynamisch en boeiend zijn en altijd gevat zijn in een transparante productie. En, 'last but not least', de man raakt mij via zijn teksten regelmatig recht in de ziel bijvoorbeeld met 'Christine' en het geweldige 'These Days'. Het live-album bevat overigens vooral tracks van 'The Soft Machine' en een paar van andere albums en laat horen dat Goddaer c.s. ook op het toneel hun mannetje staan.
Wederom ben ik onder de indruk van wat Ozark Henry mij voorschotelt. Zijn nieuwe album 'Hvelreki' is inmiddels aangeschaft, al lijkt dat wat gladjes te zijn. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 20)
Wat een week ... CD
ULVER - Wars of the Roses (2011)
Imponerend album ...
... van de Noorse band Ulver. Een collectief dat oorspronkelijk black metal liet horen waarin folkinvloeden verwerkt waren. Op dit nieuwe werk hebben 'de wolven' een draai gemaakt vergelijkbaar met de draai die Opeth in 2003 tijdelijk maakte met het sterke, ingetogen 'Damnation'.
Op 'Wars of the Roses' horen we inderdaad ingetogen progressieve muziek, gezet in een folk- en ambientsfeer. Sterke composities, niet altijd even vrolijk zoals in 'September IV', met af en toe een korte oprisping naar de oude doommetaltijd maar grotendeels sferisch en sterk visualiserend zoals in 'England' en 'Island' .
Van mijn stoel viel ik bij beluistering van afsluiter 'Stone Angels' waarin Ulver een lang gedicht van Keith Waldrop integraal op muziek heeft gezet. Verbazingwekkend dat deze track zo sterk overkomt want de compositie is weliswaar gelardeerd met vreemde geluiden maar ontwikkelt zich nauwelijks en de declamerende stem van Kristoffer Rygg is vrij eentonig. Toch maakt deze track van begin tot eind een onuitwisbare indruk en een gang naar de 'repeat' onvermijdelijk. Erg knap.
Ulver heeft met 'Wars of the Roses' sterk werk afgeleverd dat a-typisch is voor de andere werken in hun catalogus. Maar dat is op zichzelf een stijlkenmerk van de band, iedere keer weer nieuwe muzikale richtingen inslaan. Daardoor wel zo verfrissend en het houdt de fans en de band wakker. Kanshebbertje voor .... maar dat duurt nog even. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 20)
Amplifier - The Octopus (2010/2011)
Label: Ampcorp
Bandsite: www.amplifiertheband.com
Running Time: 57:27 + 62:05
Reviewer: Henk Vermeulen
Score: (max. score)
In 2010 bracht de Britse band Amplifier via hun site hun derde album uit: 'The Octopus'. En wat voor één: een waar meesterwerk! Temeer omdat het een dubbelaar betreft. Het komt niet zo vaak voor dat een dubbelaar een meesterwerk is omdat er meestal op één van de twee schijven wel een zwakke plek zit. Daar is hier echter geen sprake van.
Hoewel enkele nummers zich even moeten laten kennen om de smaak te kunnen proeven bevat 'The Octopus' geen zwakke songs en is een grote kanshebber om stijf bovenaan de Jaarlijst 2011 te belanden. Overigens is er sprake van een unicum omdat 'The Octopus' in december 2010 reeds via de bandsite werd uitgebracht en in 2011 pas in de winkel te koop was. Het is dus mogelijk dat dit briljante album in twee achtereenvolgende jaarlijsten pronkt.
Hoe kan de muziek omschreven worden? Om een indruk te geven noem ik de namen van bands die ik in de ongelooflijke hoeveelheid reviews over dit meesterwerk ben tegengekomen: Pink Floyd, Opeth, Tool, Porcupine Tree, King Crimson, Rush, Hendrix, Queen, Muse, Radiohead, Supertramp, Led Zeppelin, Black Sabbath en, wat de lyrics betreft, ook nog Yes. Ik kan mij voorstellen dat er bij u nu twee gedachten opkomen. Ten eerste dat het om progrock gaat en ten tweede dat er sprake is van retro en/of van gebrek aan originaliteit. De eerste gedachte is juist, de tweede niet. Het is logisch dat naarmate de tijd vordert en muziek zich ontwikkelt, dit gebeurt op basis van bands en stromingen uit voorgaande tijdperken. Het gaat erom dat een band aan het reeds ontwikkelde iets nieuws en eigens toevoegt. Ik wil 'The Octopus' zeker niet vernieuwend noemen maar beslist ook geen retro of imitatie, want daarvoor heeft Amplifier teveel een eigen geluid, al denk ik dat ze inderdaad geïnspireerd zijn door Pink Floyd en Opeth.
Wanneer men zich in opener 'The Runner' laat meenemen dan kan men zich onmogelijk aan de indruk onttrekken dat 'Dark Side of the Moon' een inspiratiebron is. De stem die op 'Minion’s Song' invalt doet aanvankelijk zelfs aan Roger Waters denken. Verder zijn er nogal wat composities die doorvlochten zijn met psychedelische klanktapijten, stuk voor stuk opgebouwd uit geluidseffecten die zomaar uit de 'A Saucerful of Secrets'-periode van Pink Floyd lijken te zijn geleend (met name in de titelsong en 'The Sick Rose').
Toch is Amplifier vooral een metalband maar dan zonder grunt. Integendeel! Een kracht is juist de prachtige stem van Sel Balamir. Muziek kan namelijk qua instrumentatie en/of virtuositeit nog zo hoogstaand zijn, de zanger kan de sfeer alsnog verpesten. Daar zijn genoeg voorbeelden van. De zangkwaliteit van Balamir komt nog meer tot zijn recht door het stevige fundament dat bassist Neil Mahony in de songs weet te leggen. De man bespeelt zijn bas op een dermate dominante manier dat deze het best vergeleken kan worden met een tank die zijn rupsbanden voortdurend in beweging weet te houden, of hij zich nu door een modderpoel of een granietberg worstelt.
De reden waarom ik ook Opeth als referentie noemde komt voort uit de briljante contrasten die de band weet te creëren: van huiveringwekkende tederheid tot snoeiharde door merg en been gaande metalklanken die bijna altijd oriëntaals aandoen.
'The Octopus' bestaat dus uit twee schijven van in totaal twee uur die elk acht relatief lange composities bevatten en die allen de moeite van het beluisteren meer dan waard zijn. Ik adviseer beide schijven integraal te beluisteren omdat alle tracks samen één geheel vormen, als een concept-album. Progrock/metal liefhebbers die van wat steviger werk houden zullen blijven genieten van dit album en bij elke luisterbeurt verrast worden door nieuwe details. Henk Vermeulen (05-2011)
Bezetting:
Sel Balamir – guitar, vocals
Neil Mahony - bass
Matt Brobin - drums
Charly Barnes - piano
Mike Vennart - guest vocals
Discografie:
Amplifier (2004)
Insider (2006)
The Octopus (2010)
Wat een week ... CD
ELBOW - Build a Rocket Boys! (2011)
Elf meesterwerken ...
... op één meesterwerk. Zo lyrisch ben ik over het nieuwe album van de eigenzinnige formatie Elbow uit Manchester. Een band met een eigen smoel met af en toe een gezichtsuitdrukking die lijkt op Radiohead, The Blue Nile en via de meerstemmige zang op Gentle Giant. Daar waar Radiohead recent een oppervlakkig, gemakkelijk en weinig opzienbarend nieuw album de wereld inzond, is op 'Build a Rocket Boys!' het tegenover- gestelde het geval. Dat verzeker ik.
Neem een excellent geluid in uw hoofd en voeg daar secuur in elkaar gezette composities aan toe, waarin steeds weer iets onverwachts gebeurt, een raar geluidje, een wending in de vocalen, een draai in de melodielijn van links naar rechts of een sprong van overwegend ingetogen naar een korte dominantere, hardere passage, en u heeft voor ogen wat Elbow u voorschotelt. Met teksten die raken, verwarren of verbazen.
Alles klopt, met als briljante voorbeelden het vernuftige 'The Birds', het prachtige, emotionele en met een geweldige melodielijn getooide 'Lippy Kids', het rare 'Jesus is Rochdale Girl' en zo kan ik wel doorgaan. Elbow heeft lak aan conventies, zoekt de eigen weg en dat resulteert dus in een meesterwerk in een mooie, passende hoes. Dat gek genoeg ook al aan lijkt te slaan bij de commerciële radiozenders. Zelfs de onvermijdelijke en tenenkrommend irritante Giel Beelen besteedt er aandacht aan. Dat is dan weer jammer. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 19)
Wat een week ... CD
MARYSON - All Albums
Verdrietig nieuws ...
... Wim Stolk is vorige maand gestorven. Ik heb Wim mogen ontmoeten en iedere keer was er het gevoel oog in oog te staan met een zeer bijzonder mens. Hij heeft mij ooit een stimulerende e-mail gestuurd na het beluisteren van mijn album ‘The Path’. Een prof op meerdere fronten, die zich belangstellend richt naar een goedwillende amateur.
Een bijzonder en aimabel mens. Zo presenteerde Stolk zich ook in de bibliotheek van Maasland, waar hij vorig jaar een lezing hield over zijn schrijverschap. Voor wie het niet weet: Stolk schreef fantasy-literatuur en maakt muziek onder het pseudoniem W.J. Maryson. Hij debuteerde als auteur in 1995 met Deel 1 van de ‘Meester Magiër’-cyclus en groeide uit tot Neerlands meest succesvolle fantasy-auteur. Ik maakte die avond in Maasland de aanwezige bewonderaars erop attent dat Stolk óók muziek maakte en zelfs twee geprezen albums in het symfonische genre op zijn naam had staan. Verbazing alom.
Literatuur en muziek gescheiden werelden? Voor Stolk zelf toch zeker niet. Zo herinner ik me die zaterdag in Rotterdam, waar in boekhandel Donner een Tolkien-dag werd gehouden met een discussieforum en als prominente gasten Terry Pratchett én W.J. Maryson. Indrukwekkend hoe Stolk, na een leerzaam en zinvol betoog over escapisme en fantasy, in de pauze het podium betrad om met zijn band zijn verhalen muzikale vorm te geven. De lat op dit vlak heeft immer hoog (te hoog?) gelegen: Stolk wilde voor ieder boek uit de ‘Meester Magiër’-serie een bijpassend album creëren. De teller is op twee (van zes) blijven staan (zie ook Week-CD 2007-2).
Nadat de oorspronkelijke band uiteen gevallen was heb ik, in zijn woonplaats Kats, de presentatie bijgewoond van een vernieuwde Maryson. Eerlijk gezegd maakte het geheel weinig indruk en deze bezetting bleek, ondanks studioplannen, dan ook geen lang leven beschoren te zijn. Ik bedacht me zelfs op die avond “moet je op onze leeftijd nog wel met dit soort muziek op een podium willen gaan staan?”
Onverzettelijk is Stolk doorgegaan en er ontstond een samenwerkings- verband met de Britse musicus Tim Alexander. Het muzikale resultaat ervan zullen we helaas niet meer kunnen beluisteren. We kunnen één van zijn boeken ter hand nemen en één van zijn albums opzetten, bijvoorbeeld het laatste met de veelzeggende ondertitel ‘The Quest Goes On’. Peter Swart (wat een week 19)
Wat een week ... CD
NINE STONES CLOSE - Traces (2010)
Daar waar oud en nieuw elkaar ontmoeten ...
... beweegt de door Adrian Jones geleide band Nine Stones Close zich. Signalen uit het rijke symfonische verleden worden gegeven via sporen van Steve Hackett in Jones's gitaarspel en van het oude Genesis. Het hedendaagse progressieve signaal doet mij vooral denken, ook door de sfeer op 'Traces', aan Demians, Steve Thorne en Porcupine Tree.
Slechts vijf tracks met twee lange composities te weten 'Threads' dat tien minuten klokt en 'Thicker Than Water' dat bijna het kwartier haalt. De mooie en door Jones met emotie gezongen opener 'Reality Check' is een favoriet. Zijn stem is goed met referenties aan Steve Hogarth. De twee lange tracks laten alles horen waardoor symfo en prog mij zo aanspreken: sterke toetsen van Brendan Eyre, goede melodielijnen, onverwachte wendingen, veel dynamiek, beelden oproepende solo's zowel op gitaar als toetsen en vooral melancholie. Wie de drums beroert wordt niet vermeld al doet 'programming' vermoeden dat de drums uit een doosje komen, maar dat is gelukkig niet te horen.
De in Nederland wonende Adrian Jones heeft met zijn kwartet Nine Stones Close een sterk en warm werkstuk afgeleverd, gestoken in een intrigerende hoes. In de gaten houden zou ik adviseren. Je voelt dat er nog veel meer aan zit te komen. Harry 'JoJo' de Vries (wat een week 18)
Wat een week ... CD
RON GEESIN - RonCycle1: Journey of a Melody (2011)
Legende, bekend geworden ...
... door zijn belangrijke bijdrage aan Pink Floyd's 'Atom Heart Mother'. Maar de man kon en kan gewoon op eigen muzikale benen staan, al zal zijn historische samenwerking zeker hebben geleid tot meer naamsbekendheid.
Geesin is altijd actief gebleven in de muziek, al zitten er wat hobbels in zijn catalogus, hetgeen de mystificatie rond zijn persoon heeft versterkt. Nu dan een nieuw album, waarvan een deel van de titel, 'RonCycle1', aangeeft dat er nog meer gaat komen. Gelukkig maar want dit album is een mooi werkstuk waarin soms, in de arrangementen, de blazers van 'Atom Heart Mother' doorklinken.
Het album bestaat uit zestien relatief korte stukken die mij doen denken aan de 'Filmworks'-cyclus van John Zorn en die ik zou willen karakteriseren als avant-gardistisch met uitstapjes naar klassiek, jazz en progressieve rock. De composities zijn stuk voor stuk sterk en hoewel zij in eerste instantie overkomen als fragmentarisch, vormen ze uiteindelijk een sterk geheel. Geesin is dus weer goed bezig aan het front. Met dank aan het mooie Nederlandse label Tonefloat Records, verantwoordelijk voor deze uitgave. Dit smaakt naar meer! Harry 'JoJo' de Vries
(wat een week 17)